Balans van de Leefomgeving

Nabijheid wonen en werken, 2000-2012

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

De regionale verschillen in nabijheid zijn groot. In Noord-Nederland en in Zeeland heeft een inwoner gemiddeld 45.000 banen binnen een voor hem acceptabele afstand. In Oost- en Zuid-Nederland is dat rond de 100.000 banen. In de Noordelijke Randstadprovincies is dat al 214.000 en in Zuid-Holland is dat het aantal nabije banen het hoogste: gemiddeld 246.000. De onderlinge nabijheid van wonen en werken in Nederland is sinds 2000 ongeveer gelijk gebleven.

Aantal inwoners en arbeidsplaatsen op acceptabele reisafstand

Aantal inwoners en arbeidsplaatsen op acceptabele reisafstand
Verandering van nabijheid werken ten opzichte van 2000

Verandering van nabijheid werken ten opzichte van 2000

Nabijheid

Agglomeratievoordelen worden behaald door korte reistijden voor woon-werkverkeer en zakelijk verkeer. Reistijden kunnen verkort worden door een hogere snelheid maar ook door een kortere afstand. Nabijheid is daarmee een andere manier om naar bereikbaarheid te kijken. De City van Londen is een mooi voorbeeld van bereikbaarheid door nabijheid.
Nabijheid is hier uitgedrukt in het aantal bereikbare banen, rekening houdend met de bereidheid van een potentiƫle werknemer om een dergelijke hemelsbrede afstand te overbruggen. Hoe korter de afstand tussen woning en baan, hoe groter de bereidheid deze te overbruggen, en hoe groter het gewicht is dat in de kaart aan deze baan wordt toegekend. De kaart laat zien dat de regionale verschillen in nabijheid groot zijn.

Wanneer bereikbaarheid wordt beoordeeld op basis van de te halen reissnelheid, dan resulteert dat in relatief hogere scores in de periferie van ons land en de lagere in het westen. De nabijheidsindicator geeft juist aan dat juist in het westen de meeste arbeidsplaatsen binnen bereik liggen, rekening houdend met de ruimtelijke spreiding van arbeidsplaatsen en de haalbare snelheid van verplaatsen. De werkgelegenheidsverdeling over ons land is hierbij zeer bepalend. Verschillen in reissnelheid binnen Nederland zijn veel minder groot dan verschillen in arbeidsplaatsen. De snelheid ligt in de Randstad wel wat lager, maar de grotere nabijheid van arbeidsplaatsen weegt daar ruimschoots tegenop.

De regionale verschillen in nabijheid zijn groot

In Noord-Nederland en in Zeeland heeft een inwoner gemiddeld 45.000 banen binnen een voor hem acceptabele afstand. In Oost- en Zuid-Nederland is dat rond de 100.000 banen. In de Noordelijke Randstadprovincies is dat al 214.000 en in Zuid-Holland is dat het aantal nabije banen het hoogste: gemiddeld 246.000. Uiteraard dient hierbij ook rekening te worden gehouden met de potentiĆ«le beroepsbevolking, maar bij grotere aantallen is de match tussen vraag en aanbod eenvoudig te maken en daardoor de concurrentiekracht van de regio groter. Binnen de regio’s bestaan ook grote verschillen. Binnen Amsterdam kan het aantal banen op acceptabele afstand oplopen tot 478.000. Op Vlieland is het aantal nabije banen slechts 9.000.

De veranderingen in de tijd zijn gering

De onderlinge nabijheid van wonen en werken in Nederland is in de periode 2000-2012 ongeveer gelijk gebleven. Dat geldt ook voor de periode 2010-2012. Het deel van de Nederlandse banen dat binnen een acceptabele afstand bereikt kan worden is voor de gemiddelde Nederlander tussen 2000 en 2012 met 0,5 procent toegenomen. Dit is de uitkomst van een combinatie van ruimtelijke verschuivingen binnen gemeenten, tussen gemeenten binnen provincies en tussen provincies. Regionaal was er een sterkere groei van banen en bevolking in de steden en dat heeft de nabijheid met 1,0 procent verbeterd. Lokaal was er een sterkere groei van de banen en bevolking aan de stadsranden en dat heeft de nabijheid met 0,9 procent verminderd. Bovenregionaal was er een concentratie in de Randstad en dat heeft de nabijheid met 0,4 procent verbeterd.

Beleidsdoelstellingen Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Deze indicator verwijst naar de volgende doelen en nationale belangen:

  • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland (concurrerend)
  • Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat (bereikbaar)
  • Nationaal Belang 1: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationaal bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren

Referenties

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, auteur: Hans Hilbers