Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2014

Europese doelstelling voor natuur nog niet gehaald

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Driekwart van de beschermde soorten en bijna alle habitattypen vallend onder de Europese habitatrichtlijn hebben een zeer ongunstige tot matig ongunstige staat van instandhouding. In de periode 2006-2012 is deze landelijke staat van instandhouding, over alle te beschermen habitattypen en soorten bezien, ongeveer gelijk gebleven. Voor sommige soorten is sprake van verbetering naar een minder ongunstige staat van instandhouding, voor andere nog van verslechtering. Dit betekent dat Nederland nog niet voldoet aan de doelstelling de instandhouding van soorten, en habitattypen in gunstige staat te brengen en te houden.

Staat van instandhouding van soorten en habitattypen 2012

Staat van instandhouding van soorten en habitattypen 2012

Toestand van de Europees beschermde natuur in Nederland is matig tot slecht

Het Nederlandse natuurbeleid is er sinds 1990 op gericht een netwerk van natuurgebieden te realiseren. De inspanningen van de overheid blijven gericht op het Nationaal Natuurnetwerk (NNN), de vroegere Ecologische Hoofdstructuur. Rijksoverheid en provincies hebben in het Natuurpact afspraken gemaakt over de realisatie ervan (EZ 2013).

Het Nationaal Natuurnetwerk is de basis van het natuurbeleid in Nederland. De Natura 2000-gebieden zijn integraal onderdeel van het NNN en daarom ook een essentieel instrument om de vereiste ‘gunstige staat van instandhouding’ te bereiken voor de in de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermde planten- en diersoorten. Deze gunstige staat is nog niet binnen bereik. Driekwart van de beschermde soorten en bijna alle habitattypen hebben in 2012 een zeer tot matig ongunstige staat van instandhouding (eerste figuur).
In de periode 2006-2012, de beide jaren waarin Nederland hierover rapporteerde, is deze staat van instandhouding, over alle te beschermen soorten bezien, ongeveer gelijk gebleven. Voor sommige soorten is sprake van verbetering, voor andere van verslechtering. Dit betekent dat Nederland nog niet voldoet aan de doelstelling de achteruitgang van alle te beschermen soorten te stoppen.

Vermesting en verdroging belangrijkste knelpunten bij habitattypen

Bij de habitattypen zijn geen wezenlijke veranderingen in de staat van instandhouding opgetreden; er zijn alleen aanpassingen door veranderingen in methodiek of databeschikbaarheid. De ongunstige staat van instandhouding van habitattypen komt doordat veel van deze typen zeer gevoelig zijn voor de effecten van vermesting. In natte natuurgebieden speelt ook verdroging een belangrijke rol. Vermesting, verdroging en versnippering blijken de belangrijkste oorzaken voor de achteruitgang van de kwaliteit van de natuur in Nederland (zie onderstaande figuur). Hoewel de milieudruk op natuurgebieden is afgenomen, is deze nog steeds te hoog (Wamelink et al., 2013), zie:

Knelpunten in milieu- en ruimtecondities (Wamelink et al 2013)

Knelpunten in milieu- en ruimtecondities (Wamelink et al 2013)

Nederland vergeleken met de omringende landen

De staat van instandhouding van soorten en habitattypen in de Nederland omringende landen van de Atlantische regio is net als in Nederland voor meer dan de helft van de soorten en habitattypen matig ongunstig tot zeer ongunstig. Als we de staat van instandhouding van soorten en habitattypen vergelijken die voorkomen in Nederland en in de omringende landen dan is deze in Nederland relatief slechter voor soorten maar vrijwel gelijk of beter voor habitattypen.

Vergelijking van de staat van instandhouding van soorten die voorkomen in Nederland en de buurlanden.  De situatie voor soorten in Nederland is beter dan in België maar minder gunstig in vergelijking tot Duitsland, Denemarken en Verenigd Koninkrijk

Vergelijking van de staat van instandhouding van soorten die voorkomen in Nederland en de buurlanden. De situatie voor soorten in Nederland is beter dan in België maar minder gunstig in vergelijking tot Duitsland, Denemarken en Verenigd Koninkrijk
Vergelijking van de staat van instandhouding van habitatypen die voorkomen in Nederland en de buurlanden.  De situatie voor habitattypen in Nederland is gunstiger dan in of vrijwel gelijk aan de omliggende landen

Vergelijking van de staat van instandhouding van habitatypen die voorkomen in Nederland en de buurlanden. De situatie voor habitattypen in Nederland is gunstiger dan in of vrijwel gelijk aan de omliggende landen

De algemene biodiversiteitsdoelstelling van de EU is om ‘de achteruitgang in de status van alle onder natuurwetgeving van de EU vallende soorten en habitats tot staan (te) brengen en een aanzienlijke en meetbare verbetering van hun status (te) bereiken’. De rapportage uit 2006 liet zien dat in de Atlantische regio meer dan 30 procent van de soorten en 55 procent van de habitattypen in een ongunstige staat van instandhouding zijn. Om te beoordelen of het beleidsdoel gehaald is, wordt zowel naar de staat van instandhouding gekeken op landniveau als op het niveau van de verschillende biogeografische regio’s. Nederland deelt dus de verantwoording voor het halen van de doelstelling met andere landen in de Atlantische regio. Van de 79 soorten waarvoor Nederland rapporteert komen er 57 voor in België, 28 in Denemarken, 65 in Duitsland en 43 in het Verenigd Koninkrijk. Van de 52 habitattypen waarvoor Nederland rapporteert komen er 44 voor in België, 41 in Denemarken, 52 in Duitsland en 42 in het Verenigd Koninkrijk.

Met de habitattypen van de kust en duinen gaat het in Nederland beter dan in de omliggende landen, namelijk met zilte pioniersbegroeiingen, witte duinen, duinheide met struikheide, duinbossen), heide (Binnenlandse kraaiheide begroeiingen, Jeneverbes-struwelen) en enkele bostypen (veldbiesbeukenbossen, beuken eikenbossen met hulst, Oude eikenbossen, vochtige alluviale bossen). Met geen van de habitattypen gaat het in meerdere buurlanden beter dan bij ons.

Verbetering staat van instandhouding met Natuurpact

Staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken en de provincies hebben in september 2013 een Natuurpact gesloten (EZ 2013). In het Natuurpact zijn de ambities met betrekking tot ontwikkeling en beheer van natuur in Nederland vastgelegd voor de periode tot en met 2027. De realisatie van deze ambities is gedecentraliseerd naar de provincies. Een doorrekening van het effect van de maatregelen genoemd in het Natuurpact laat zien dat het realiseren van de internationale doelen een lange adem vergt. De huidige milieu- en ruimtecondities zijn in Nederland voor veel soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn nog niet voldoende waardoor de populatieomvang van soorten afneemt. Na het uitvoeren van alle maatregelen uit het Natuurpact kan het percentage soorten waarvoor de milieu- en ruimtecondities voldoende zijn, stijgen van bijna 45 procent in 2010 tot circa 65 procent in 2027 (van Bredenoord et al. 2013).

EU-biodiversiteitsstrategie voor 2020

Nederland zal met de huidige beleidsinzet naar verwachting niet de ambities van de EU-biodiversiteitsstrategie (EC 2011) in 2020 realiseren. De biodiversiteitsstrategie verlangt een significante en meetbare verbetering van de biodiversiteit in 2020 ten opzichte van de toestand in 2010. In 2020 moet de staat van instandhouding van habitats en soorten die onder de Habitatrichtlijn vallen met resp. 100 procent en 50 procent verbeterd zijn, beide ten opzichte van 2010. Daarnaast is het doel dat 50 procent van de soorten onder de Vogelrichtlijn in 2020 een stabiele of verbeterde status heeft, en dat 15 procent van alle verslechterde ecosystemen in 2020 is hersteld. De nadruk ligt hierbij niet alleen op soorten en habitats, maar ook op waardevolle ecosysteemdiensten (EC, 2011).

Referenties

  • EC 2011. Our life insurance, our natural capital: an EU biodiversity strategy to 2020, COM(2011) 244 final (ed EU), pp. 17, Brussel: Europese Commissie.
  • EZ (2013) Bijlage Natuurpact Kamerbrief, kenmerk DGNR-NB / 13157005 Den Haag: Ministerie van Economische Zaken
  • Bredenoord, H. van, et al. (2013). QuickScan Hoofdlijnennotitie ‘Ontwikkeling en beheer van natuur in Nederland’ Globale toetsing van effectiviteit en doelmatigheid. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving,.
  • Wamelink, G.W.W., B. de Knegt, R. Pouwels, C. Schuiling, R.M.A. Wegman, A.M. Schmidt, H.F. van Dobben, M.E. Sanders (2013). Considerable environmental bottlenecks for habitats and species of the Natura 2000 network in the Netherlands Considerable environmental bottlenecks for species listed in the Habitats and Birds Directives in the Netherlands. Biological Conservation 165 (2013) 43-53

Relevante informatie

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, contact: Edward Vixseboxse