Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2014

Milieudruk belangrijke oorzaak biodiversiteitsverlies

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

De hoge milieudruk op natuur veroorzaakt een belangrijk deel van de achteruitgang van de biodiversiteit. Verzuring, vermesting en verdroging zijn de voornaamste problemen. De grootte van deze problemen is de afgelopen decennia afgenomen wat heeft geresulteerd in de terugkeer en het herstel van soorten en het herstel van hun leefgebieden. De milieudruk blijft een knelpunt voor het duurzaam behoud van planten en dieren omdat het nog knelpunten oplevert voor ongeveer twee derde van de soorten. Het groter en robuuster maken van natuurgebieden kan ook helpen een duurzaam behoud van planten en dieren te bereiken, omdat de veerkracht van het gebied toeneemt.

In Nederland neemt de milieudruk op natuur af, maar verdroging, vermesting en verzuring vormen nog steeds belangrijke knelpunten voor duurzaam behoud van planten en dieren

In Nederland neemt de milieudruk op natuur af, maar verdroging, vermesting en verzuring vormen nog steeds belangrijke knelpunten voor duurzaam behoud van planten en dieren

Milieucondities zijn verbeterd sinds 1990

Sinds 1990 zijn de milieu- en watercondities in natuurgebieden verbeterd. Milieudruk door vermesting, verzuring, verdroging en slechte waterkwaliteit nemen allemaal af. De milieudruk is echter nog zo hoog dat leefgebieden van veel soorten niet een optimale kwaliteit hebben. Doordat duurzame condities nog niet bereikt zijn, blijven ook veel bedreigde soorten afnemen.

Verzuring is afgenomen, maar vermesting veroorzaakt nog veel problemen

Door nationaal en internationaal milieubeleid is de lucht schoner geworden, waardoor minder zure neerslag en stikstof terecht komt op natuur (Buijsman e.a., 2010). Ondanks deze verbeteringen blijft de verontreiniging via de lucht nog te hoog voor duurzaam behoud van veel natuur. De bodemverzuring gaat wel veel trager dan vroeger, maar het zet nog steeds door. Momenteel is het vooral de verzurende en vermestende stikstof uit de ‘zure regen’ die de oorzaak is van acute problemen in de natuur. In veel leefgebieden binnen het NNN en Natura 2000 zijn de deposities nog hoger dan de zogenoemde kritische depositie. Teveel stikstof in de bodem is een belangrijke oorzaak voor de achteruitgang van zeldzame soorten. Kwetsbare plantensoorten verdwijnen wanneer de hoeveelheid stikstof het kritisch depositieniveau overschrijdt. Volgens modelberekeningen daalt de laatste paar jaren de stikstofdepositie in natuurgebieden nog. In metingen in Natura 2000-gebieden is een afname van de ammoniakconcentratie in de lucht echter niet zichtbaar.

Milieucondities in zoet- en zoutwater verbeteren

De waterkwaliteit van Nederlandse zoete en zoute wateren verbetert geleidelijk door nationaal en internationaal beleid. Een belangrijk knelpunt is de eutrofiering door de meststoffen stikstof en fosfor, zoals weergegeven in de figuur (groene lijn) oppervlaktewater. De hoogste overschrijding van de normen wordt veroorzaakt door fosfor in de regionale wateren, zoals meren, sloten, kanalen en beken. De grote rivieren voldoen al bijna aan de norm. In de beoordelingssystematiek van de Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft de helft van de waterlichamen een onvoldoende beoordeling voor stikstof en fosfor. Daarmee bepalen de hoge concentraties de onvoldoende ecologische toestand van de waterlichamen en is de waterkwaliteit nog onvoldoende om de waterafhankelijke biodiversiteit duurzaam te beschermen (van Puijenbroek et al., 2010).

Het belangrijkste knelpunt qua milieudruk in de zoute wateren is de hoge stikstofconcentratie. Die lag in 2011 gemiddeld nog 2 keer boven de norm. In de Waddenzee en de Noordzee is de stikstofconcentratie gestegen sinds 2004 waarbij de concentraties in 2011 de hoogste waren van de laatste 10 jaar.

Verdroging is een hardnekkig knelpunt dat niet gemonitord wordt

Voor het behoud van biodiversiteit op het land is een juiste vochttoestand belangrijk. Veel natuurgebieden zijn verdroogd door een ongunstige grondwaterstand en/of -kwaliteit. Het natuurbeleid stelt zich als doel om deze situatie te verbeteren. Volgens een IPO/RIZA- enquête uit 2004 is sinds 1990 3 procent van het verdroogde areaal volledig hydrologisch hersteld (IPO/RIZA, 2005). 13 procent zou gedeeltelijk zijn hersteld. Volgens de provincies was in 2006 circa 222.000 hectare van de natuurgebieden in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) verdroogd gebied. Hiervan behoort 70.000 hectare tot de Natura 2000-gebieden. Een recenter overzicht van de toestand van verdroging ontbreekt door het ontbreken van landelijke monitoring.

Natuur- en waterbeleid

Het Nederlandse natuurbeleid streeft naar duurzame condities in 2020 voor het voortbestaan van alle in 1982 voorkomende soorten en populaties (EL&I, 2011). Deze condities worden met name nagestreefd in de natuurgebieden uit de Ecologische Hoofdstructuur of de Europees beschermde Natura 2000/gebieden. Veel aandacht gaat uit naar de planten- en diersoorten die worden bedreigd of die kwetsbaar zijn en op de zogenoemde Rode Lijsten staan. In alle soortgroepen blijkt meer dan één derde van alle soorten bedreigd te zijn. In Nederland bedreigen vooral vermesting, verzuring, verdroging, de slechte waterkwaliteit en het gebrek aan ruimtelijke samenhang het behoud van intacte ecosystemen met de bijbehorende inheemse planten en dieren.

Veel gebieden hebben een groot oppervlak water en worden in het natuurbeleid beschermd met het oog op het voorkomen van bijzondere soorten of habitattypen. Daarnaast zijn in het waterbeleid ook generieke doelstellingen vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water (KRW); de ecologische normen. Die ecologische normen zijn daarbij, net als voor natuurgebieden, afgeleid van condities die soorten nodig hebben om voor te kunnen komen. Gezien deze overeenkomsten in het beleid zijn milieucondities in water en natuurgebieden samen beschreven in deze indicator.

Referenties

Relevante informatie

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, contact: Edward Vixseboxse