Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2014

Trend in kwaliteit van natuur, 1994-2012

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Sinds 1994 is de gemiddelde kwaliteit van veel typen natuur achteruitgegaan. In bos en half-natuurlijke graslanden is de natuurkwaliteit stabiel. In moerassen is het gelukt de daling van de natuurkwaliteit om te buigen tot een vooruitgang.

Kwaliteit van ecosystemen landnatuur

Kwaliteit van ecosystemen landnatuur

Behoud en ontwikkeling van natuurwaarden in het Natuurnetwerk Nederland

Het behoud en de ontwikkeling van (inter)nationale natuurwaarden is één van de doelstellingen van het rijksbeleid. De kernen van natuurwaarden bevinden zich vooral in Natura 2000-gebieden en in de overige natuurgebieden van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Met het Natuurakkoord heeft het Rijk de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het natuurbeleid in het natuurnetwerk overgedragen aan de provincies.

Een nieuw systeem om de kwaliteit in het Natuurnetwerk te volgen

Provincies verstrekken onder andere subsidie voor het natuurbeheer. Dit gebeurt via het Subsidiestelsel Natuur en Landschapsbeheer (IPO-SNL). Het SNL werkt met natuurtypen en beheertypen. De typen zijn gebaseerd op een landelijke uniforme ‘natuurtaal’ die is ontwikkeld door natuurbeheerorganisaties, agrarische en particuliere organisaties en overheden. Deze natuurtaal ligt vast in de Index Natuur en Landschap en vormt de basis voor de natuurbeheerplannen van de provincies. De index beschrijft welke typen natuur, agrarische natuur en landschap we kennen in Nederland. Op dit moment ontwikkelen de provincies een bijbehorend systeem om de natuurkwaliteit te monitoren. Zie voor de
Index Natuur en Landschap.

Metingen laten een afnemende natuurkwaliteit zien

Op basis van ecologische meetnetten van het voorkomen van doelsoorten kan een indicatie gegeven worden van de gemiddelde kwaliteit van een aantal globale ecosysteemtypen (Netwerk Ecologische Monitoring, NEM). Uitspraken op het schaalniveau van de SNL-natuur- en/of beheertypen zijn pas mogelijk met aanvullende vlakdekkende kartering van natuurkwaliteit door provincies.
Aanvullend op die verwachte vlakdekkende karteringen van de natuurgebieden kan de monitoring uit het NEM bruikbaar blijven om een jaarlijkse trend weer te geven. Metingen laten zien dat vanaf 1994 de natuurkwaliteit van verschillende ecosysteemtypen afneemt, waarbij de mate van achteruitgang recent lijkt te verminderen. In bossen en natuurlijke graslanden is geen sprake van een significante trend. In moerassen stabiliseert de kwaliteit zich de laatste jaren, na een forse afname. In heide- en duingebieden neemt de kwaliteit geleidelijk af.

Natuurkwaliteit ten opzichte van intacte ecosystemen

De metingen geven ook aan dat de natuurkwaliteit lager is dan in intacte ecosystemen het geval zou zijn. Gemiddeld over de verschillende ecosysteemtypen ligt de kwaliteit rond de 40%. In Nederland bedreigen vooral vermesting, verzuring, verdroging, de slechte waterkwaliteit en het gebrek aan ruimtelijke samenhang het behoud van intacte ecosystemen. Sinds 1990 zijn de milieu- en watercondities in natuurgebieden verbeterd, maar duurzame niveaus zijn nog niet bereikt. Doordat milieu- en ruimtecondities niet optimaal zijn, is de kwaliteit van natuur laag en is vaak zelfs sprake van verdere achteruitgang. De precieze oorzaken van achteruitgang verschillen per ecosysteemtype.

Referenties

Relevante informatie

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, contact: Edward Vixseboxse