Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2014

De nieuwe Wet natuurbescherming sluit aan op internationale afspraken

Het kabinet stelt een nieuwe Wet natuurbescherming op die de basis legt voor het natuurbeleid. Deze nieuwe wet vervangt de huidige Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. Het wetsvoorstel richt zich op bescherming van bedreigde soorten en sluit daarmee aan op internationale afspraken. De uitvoering van de wetgeving via het omgevingsrecht is nog niet optimaal geregeld.

Nieuwe wet natuurbescherming

In het wetsvoorstel is bescherming voorzien van de soorten die vanuit Europees oogpunt verplicht beschermd moeten worden en van een aantal bedreigde en ernstig bedreigde soorten van Rode lijsten die Nederland heeft opgesteld. Het opstellen van Rode Lijsten komt voort uit het verdrag van Bern, dat in 1982 door Nederland is geratificeerd. Bij dagvlinders en libellen sluit de wettelijke bescherming van het wetsvoorstel beter aan bij de Rode lijst dan de huidige Flora- en faunawet (zie figuur). Bij andere soortgroepen is die relatie minder duidelijk, zoals bij vissen en vaatplanten waar veel soorten op de Rode lijst staan maar relatief weinig zijn opgenomen in het wetvoorstel. Veel van de soortgroepen die niet in het wetvoorstel zijn opgenomen, zoals paddenstoelen, hebben vaak belangrijke leefgebieden buiten natuurgebieden en zijn daarom niet of niet goed beschermd.

Wettelijke bescherming van ernstig bedreigde en bedreigde Rode Lijstsoorten, 2014

Wettelijke bescherming van ernstig bedreigde en bedreigde Rode Lijstsoorten, 2014

De bedreigde soorten zijn met de nieuwe wet beter beschermd

De beschermingsbepalingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn voor de soorten van deze richtlijnen (VHR-soorten) in het wetsvoorstel letterlijk overgenomen. Het beschermingsregime voor de (overige) bedreigde soorten sluit hier nauw bij aan, zij het dat de wettelijke beschermingsbepalingen voor deze andere soorten minder streng zijn. Net als bij VHR-soorten, moet voor de overige bedreigde soorten nu bij ruimtelijke plannen en activiteiten getoetst worden aan drie samenhangende criteria:

  • er moet sprake zijn van een geldig belang voor de activiteit,
  • er mag geen andere bevredigende oplossing bestaan en
  • de ontheffing mag geen afbreuk doen aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Met name de laatste voorwaarde zal voor de overige bedreigde soorten een verzwaring van de toetsing inhouden ten opzichte van de huidige Flora- en faunawet, omdat in de nieuwe wet gekeken wordt naar de populaties in plaats van naar de landelijke staat van instandhouding. Als de toetsing verzwaard wordt tot effecten op de (lokale) populatie van de soort, zal in de toekomst naar verwachting eerder sprake zijn van negatieve gevolgen. Tot nog toe kunnen plannen en activiteiten meestal doorgaan indien tenminste voldoende mitigerende en compenserende maatregelen worden getroffen. In de huidige praktijk wordt namelijk 99 procent van de ontheffingen verleend, terwijl ongeveer een derde van de meest voorkomende soorten waarvoor ontheffing wordt aangevraagd, landelijk in een ongunstige staat van instandhouding verkeert of een negatieve populatietrend vertoont (Van Veen et al, 2011).

Effectiviteit soortbescherming bij aansluiting met omgevingsvergunning niet vanzelfsprekend

Bij een groot aantal activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, is kans op een negatief effect op de wettelijk beschermde soorten. Denk aan het effect van kappen, bouwen, slopen of het plaatsen van een dakkapel op vleermuizen in spouwmuren of op (nesten van) huismussen en gierzwaluwen. Bij een kans op een negatief effect, moet de initiatiefnemer naast de omgevingsvergunning en een ontheffing aanvragen van de Flora- en faunawet. Uit onderzoek blijkt dat er echter maar heel weinig ontheffingen voor Flora- en faunawet worden aangevraagd in vergelijking tot het aantal activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning aangevraagd wordt (zie figuur). Dit zeer geringe aantal roept de vraag op of bij aanvragen voor een omgevingsvergunning wel genoeg rekening wordt gehouden met gevolgen voor beschermde soorten. Kennelijk wordt de aansluiting tussen de Omgevingswet en de Flora- en faunawet niet vanzelfsprekend gevonden.

Het is de taak van de gemeente, het bevoegd gezag inzake een omgevingsvergunning, om te controleren of de kans op negatieve effecten goed is ingevuld bij de aanvraag. Zij spelen daarmee een actieve rol bij de bescherming van soorten. Driekwart van de gemeenten is op de hoogte van haar huidige taak bij het onderkennen dat een natuurtoets binnen de omgevingsvergunning aan de orde kan zijn. Veel gemeenten controleren dit alleen als de initiatiefnemer zelf al op het aanvraagformulier heeft aangevinkt dat de handeling gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten heeft. Gemeenten zijn nog niet allemaal toegerust op deze taak. Kennis zoals over de aanwezigheid soorten in het plangebied en de kans op schadelijk effect beschermde soorten door activiteit is in ongeveer de helft van de gemeenten aanwezig.

Aandeel Flora- en Faunawet ontheffingen in activiteiten onder de Omgevingswet

Aandeel Flora- en Faunawet ontheffingen in activiteiten onder de Omgevingswet

Aanpassingen in de natuurwetgeving

De lidstaten van de Europese Unie zijn verplicht om de soortbeschermingsbepalingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijnen in nationale wetgeving om te zetten. In Nederland is dat gebeurd in de Flora- en faunawet. De Flora- en faunawet verbiedt het onder andere om dieren te doden of hun vaste voortplanting, rust- of verblijfplaats te vernielen of verstoren. Afwijkingen van de verbodsbepalingen (ontheffingen) zijn mogelijk indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. De huidige Flora- en faunawet, maar ook de Natuurbeschermingswet en de Boswet zullen worden vervangen door een nieuwe Wet natuurbescherming. Het kabinet gaat voor een krachtige, nieuwe wet die de basis legt voor het natuurbeleid (Rijksnatuurvisie). Met de komende Wet natuurbescherming beoogt het kabinet onder andere de werkbaarheid van de wetgeving in de praktijk te verbeteren, door het aantal beschermingsregimes voor soorten terug te brengen en beter aan te sluiten bij internationale afspraken.

Tevens is het uitgangspunt bij het wetsvoorstel om beter aan te sluiten op het omgevingsrecht. Dit komt voort uit een wens van de rijksoverheid om meer in te zetten op integrale planvorming en toetsing. Voor locatiegebonden activiteiten die ook effecten op natuur (beschermde soorten en beschermde gebieden) kunnen hebben, worden de natuuraspecten verplicht betrokken bij de omgevingsvergunning. Een afzonderlijke soortenontheffing is dan niet meer mogelijk, maar de ontheffing geschiedt via een Verklaring van geen bedenkingen bij de omgevingsvergunning. Ook de toetsing van beschermde gebieden, die nu nog beschermd zijn onder de Natuurbeschermingswet, zal via de omgevingsvergunning verlopen. Het wetsvoorstel Natuurbescherming zal naar verwachting per 1-1-2015 in werking treden.

Referenties

  • LNV (2008). Evaluatie natuurwetgeving. Den Haag: Ministerie van Landbouw, Visserij en Natuur
  • Min EZ (2014) Rijksnatuurvisie. Den Haag: Ministerie van Economische Zaken
  • Backes, C.W., M.P. van Veen, B.A. Beijen, A.A. Freriks, D.C.J. van der Hoek & A.L. Gerritsen (2011) Natura 2000 in Nederland. Juridische ruimte, natuurdoelen en beheerplanprocessen. Bilthoven: Planbureau voor de Leefomgeving

Relevante informatie

Naam van het gegeven

Natuurwetgeving en soortbescherming

Omschrijving

Analyse van de mate van bescherming van soorten in de nieuwe Natuurwet in vergelijking tot Flora en faunawet en de aansluiting op de nieuwe Omgevingswet.

Verantwoordelijk instituut

Wageningen UR, auteurs: Mirjam Broekmeyer, Marlies Sanders

Berekeningswijze

Vergelijken van soortenlijsten per regeling, respectievelijk van het aantal vergunningaanvragen per regeling per type activiteit (weergegeven in percentages).

Basistabel

– soortenlijsten van de Flora- en faunawet en van het wetsvoorstel Natuurbescherming. – ontheffingen Flora- en faunawet van Dienst Regelingen 2009-2010; – aantal omgevingsvergunningen via het OLO-loket 2010-2012 uit Notitie OLO-loket 2013- Vigerende Rode lijsten, Ministerie van EZ 2013-2014

Geografisch verdeling

Nederland

Achtergrondliteratuur

n.v.t.