Balans van de Leefomgeving

Levering goederen en diensten door ecosystemen in Nederland, 2013

Met aandacht voor Natuurlijk kapitaal en Ecosysteemdiensten wordt het natuurbeleid verbreed.

Het beleid stelt doelen voor behoud en herstel van ecosysteemdiensten

De Nederlandse samenleving maakt gebruik van verschillende goederen en diensten die ecosystemen leveren – de zogeheten ecosysteemdiensten. Door zichtbaar te maken wat de status en trends zijn van ecosysteemdiensten, kunnen ze beter onderdeel worden van de besluitvorming door de overheid en bedrijfsleven. Resultaten laten zien dat voor veel ecosysteemdiensten de trend de afgelopen circa 25 jaar negatief is; het aanbod van diensten uit de natuur neemt af, terwijl de vraag groeit. In geen enkel geval voorzien ecosystemen in de hele vraag. Ondanks de inzet van technische alternatieven en import om in de vraag te voorzien, blijft een deel van de vraag onvervuld. Natuurgebieden leveren, ondanks de beperkte oppervlakte, het grootste aandeel bij de meeste ecosysteemdiensten in Nederland.

In geen enkel geval vervult een ecosysteemdienst de volledige Nederlandse vraag. De levering is in een aantal gevallen sinds circa 1990 achteruitgegaan. Bovendien is er bij diverse diensten sprake van een vraag die sneller toeneemt dan het aanbod uit ecosystemen

In geen enkel geval vervult een ecosysteemdienst de volledige Nederlandse vraag. De levering is in een aantal gevallen sinds circa 1990 achteruitgegaan. Bovendien is er bij diverse diensten sprake van een vraag die sneller toeneemt dan het aanbod uit ecosystemen

Natuur en landschap leveren veelal ongemerkt goederen en diensten aan de maatschappij en economie. Ecosysteemdiensten die de Nederlandse samenleving gebruikt zijn nog onvoldoende in beeld en worden daardoor nog niet op waarde geschat. Het kabinet heeft daarom de doelstelling geformuleerd om in 2020 de Nederlandse ecosysteemdiensten in kaart te brengen om ze zo een plek te geven in het economische verkeer en onderdeel te maken van besluitvorming door overheid en bedrijfsleven. Er worden instrumenten ontwikkeld om de nationale staat van ecosystemen en hun potentiële diensten in beeld te brengen en de mogelijkheden om deze diensten te waarderen worden onderzocht (EZ 2013). Ook de Europese Unie heeft vergelijkbare doelen opgesteld (EC, 2011).
Het rijk heeft verder als doel geformuleerd in 2020 te zorgen dat natuurlijk kapitaal wordt behouden en duurzaam gebruikt. Onder de noemer ‘natuurlijk kapitaal’ wordt het vermogen bedoeld van natuur om goederen en diensten – samen ecosysteemdiensten genoemd – te leveren. Ecosystemen kunnen verschillende goederen en diensten leveren. Het is gebruikelijk ze onder te verdelen in (1) het vermogen van ecosystemen om te voorzien in goederen, zoals hout; (2) processen te reguleren, zoals het zuiveren van water en (3) culturele diensten te leveren, zoals ruimte voor recreatie.

Omvang van een aantal Nederlandse ecosysteemdiensten gedaald

De ontwikkeling van de beschikbaarheid van goederen en diensten uit Nederlandse ecosystemen in de afgelopen circa 20 jaar verschilt per ecosysteemdienst, zie figuur 1. In geen enkel geval wordt voorzien in de hele vraag. Soms slechts voor een klein gedeelte. In de meeste gevallen is de vraag naar de diensten toegenomen. Vooral klimaatverandering blijkt een oorzaak te zijn voor de groeiende vraag naar de ecosysteemdiensten waterberging, kustbescherming, verkoeling in de stad, koolstofvastlegging en erosiebestrijding. De vraag naar erosiebestrijding nam ook toe door de intensiverende landbouw. De vraag naar voedsel is toegenomen door de toename van de bevolking en veranderde consumptiepatronen. De vraag naar groene recreatie groeide omdat de bevolking toenam en meer vrije tijd tot haar beschikking kreeg als gevolg van vergrijzing.

Toename van geleverde goederen en diensten is opgetreden in de categorie productiediensten, bijvoorbeeld bij de levering van voedsel en energie. Afnames van geleverde goederen en diensten zijn opgetreden bij de levering van drinkwater en niet-drinkwater (dat onder andere voor wassen, irrigatie in de landbouw en industrie wordt gebruikt) en in de categorie regulerende diensten: bodemvruchtbaarheid, koolstofvastlegging en plaagonderdrukking. Deels hebben deze afnames te maken met de intensivering van de landbouw.

Levering van diensten ook mogelijk door import of technische alternatieven

De vraag kan ook ingevuld worden door import of inzet van technische alternatieven (figuur hieronder). Voedsel, hout en biomassa voor de opwekking van energie zijn goederen die transporteerbaar zijn en worden geïmporteerd om in onze behoefte te voorzien. Voedsel voor consumptie in Nederland wordt voor circa 30% geïmporteerd. Hout voor meer dan 90%. Ook wordt een deel van de biomassa die wordt gebruikt voor de opwekking van energie geïmporteerd uit het buitenland. Daarmee wordt beslag gelegd op natuurlijk kapitaal buiten Nederland (internationale ecologische footprint). Bij de regulerende en culturele diensten is import meestal geen optie. Ze moeten geleverd worden op de plaats waar de vraag naar de diensten bestaat.

De levering van verschillende regulerende diensten is ook mogelijk door inzet van technische alternatieven. Dat kan een kosteneffectief, bedrijfszeker, alternatief bieden. Zo beschermen bijvoorbeeld dijken (in plaats van duinen) de kust, bestrijden we plagen met chemische gewasbeschermingsmiddelen (in plaats van door natuurlijke vijanden) en laten imkers hun bijenvolken gewassen bestuiven (in plaats van door wilde bestuivers). Technische alternatieven kunnen echter ook tot meer kosten leiden of negatieve neveneffecten hebben. Zo zorgen gewasbeschermingsmiddelen voor een slechte kwaliteit van het oppervlaktewater. Daar waar import of techniek onvoldoende alternatieven bieden, blijft er een deel van de behoefte onvervuld. Dat is vooral het geval bij de regulerende en culturele diensten. In het geval van waterberging betekent dit dat er gebieden overstromen of juist te droog zijn. In het geval van koolstofvastlegging betekent dit dat de concentratie CO2 in de atmosfeer toeneemt, waardoor de aarde verder opwarmt. In het geval van natuurlijk erfgoed betekent het dan een aantal soorten bedreigd wordt met uitsterven, enzovoort.

Het aanbod uit ecosystemen wordt aangevuld door import uit ecosystemen buiten Nederland of door technische alternatieven in te zetten, bijvoorbeeld dijken, of chemische gewasbeschermingsmiddelen. In een aantal gevallen blijft de vraag onvervuld.

Het aanbod uit ecosystemen wordt aangevuld door import uit ecosystemen buiten Nederland of door technische alternatieven in te zetten, bijvoorbeeld dijken, of chemische gewasbeschermingsmiddelen. In een aantal gevallen blijft de vraag onvervuld.

Bij afnemend aanbod kunnen knelpunten ontstaan, vooral daar waar we in hoge mate afhankelijk zijn van ecosysteemdiensten, als import niet mogelijk is, alternatieven voor het teruglopende aanbod uit ecosystemen meer kosten met zich meebrengen, ongewenste neveneffecten hebben of simpelweg ontbreken. Zo was er onlangs discussie over het tekort aan bestuiving om de ambities voor de teelt van gewassen voor bioenergie in Europa te realiseren.

Natuurgebieden hebben een grote bijdrage aan de levering van ecosysteemdiensten

Natuur, agrarisch en stedelijk gebied dragen in verschillende mate bij aan ecosysteemdiensten. Natuurgebieden leveren het breedste scala aan ecosysteemdiensten. Ook leveren natuurgebieden relatief het grootste aandeel voor de meeste ecosysteem-diensten (zie onderstaande figuur). Dit ondanks dat de oppervlakte natuur vele malen kleiner is dan de oppervlakte agrarisch gebied. Het huidige agrarisch gebied is relatief monofunctioneel en levert slechts enkele ecosysteemdiensten. Het stedelijk gebied draagt in beperkte mate bij aan het totale aanbod aan ecosysteemdiensten in Nederland. De mate waarin goederen en diensten worden geleverd of kunnen worden gecombineerd op één plek is afhankelijk van het landgebruik en beheer.

Verschillende gebieden dragen in verschillende mate bij aan de levering van ecosysteemdiensten in Nederland. Natuurgebieden leveren het breedste scala en het grootste procentuele aandeel voor de meeste ecosysteemdiensten. Het stedelijk gebied draagt nauwelijks bij aan het totale aanbod aan ecosysteemdiensten in Nederland. (De mate waarin de gebieden diensten leveren is hier weergegeven als percentage van het totaal over Nederland per dienst).

Verschillende gebieden dragen in verschillende mate bij aan de levering van ecosysteemdiensten in Nederland. Natuurgebieden leveren het breedste scala en het grootste procentuele aandeel voor de meeste ecosysteemdiensten. Het stedelijk gebied draagt nauwelijks bij aan het totale aanbod aan ecosysteemdiensten in Nederland. (De mate waarin de gebieden diensten leveren is hier weergegeven als percentage van het totaal over Nederland per dienst).

Een graadmeter in ontwikkeling

Het PBL ontwikkelt samen met Wageningen UR deze graadmeter. Het doel daarvan is de omvang en de ontwikkeling te kwantificeren van de levering van goederen en diensten uit Nederlandse ecosystemen. De eerste resultaten worden hier besproken en zijn bedoeld om een bijdrage te leveren aan de verdere ontwikkeling van het beleid op het vlak van natuurlijk kapitaal. De graadmeter geeft informatie over 17 typen ecosysteemdiensten, ingedeeld volgens de Common International Classification of Ecosystem Services (CICES; Haines-Young & Potschin 2013). In het bijbehorende achtergronddocument is uitgelegd hoe deze goederen en diensten meetbaar zijn gemaakt (De Knegt et al. 2014).

Referenties

Naam van het gegeven

Graadmeter goederen en diensten van natuur en landschap

Verantwoordelijk instituut

Alterra/WUR, auteur: Bart de Knegt

Berekeningswijze

Elke afzonderlijke ecosysteemdienst is geoperationaliseerd met behulp van bestaande data. De huidige vraag naar de betreffende goederen en diensten voor Nederlandse vraag is op 100% gesteld. Daarbij is nagegaan in hoeverre ecosystemen in Nederland in de levering van de dienst voorzien en in hoeverre daar in wordt voorzien door import of door technische alternatieven in te zetten. Ook is in beeld gebracht wat het aandeel is van natuurgebieden, agrarisch gebied en het stedelijk gebied in de levering van ecosysteemdiensten.

Geografisch verdeling

Nederland

Achtergrondliteratuur

De Knegt et al. 2014. WOT-Technisch Rapport.

Betrouwbaarheidscodering

Verschilt per ecosysteemdienst, zie achtergronddocument