Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2014

Doelstellingen voor afvalproductie en afvalverwerking waarschijnlijk haalbaar, doelstelling voor recycling huishoudelijk afval nog buiten bereik

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Het doel van het Landelijk Afvalbeheerplan 2009-2021 is dat in 2015 minimaal 85% van alle afval nuttig wordt toegepast. De trendmatige ontwikkelingen in de afvalproductie en -verwerking duiden erop dat dit doel (en de meeste andere doelen) van het Landelijk Afvalbeheerplan 2009-2021 zal worden gehaald. Het bewaken van de voortgang is echter vereist.

Nuttige toepassing van afval, per doelgroep.

Nuttige toepassing van afval, per doelgroep.

Het doel voor nuttige toepassing van afval wordt waarschijnlijk gehaald

Sinds 1990 is er een sterke afname van de hoeveelheid afval dat wordt gestort (van bijna 14 miljard kg naar 1,4 miljard kg in 2010). Na 2010 is de hoeveelheid gestort afval weer toegenomen, zie toelichting verderop in de tekst.
Tegenover die afname van storten staat een toename van de hoeveelheid afval dat nuttig wordt toegepast van ruim 20 miljard kg. In 2010 werd bijna 53 miljard kg nuttig toegepast, of te wel ruim 88% van de totale hoeveelheid geproduceerd afval in Nederland. De doelstelling van het Landelijk afvalbeheerplan 2009-2021 (LAP2) is een toename tot minstens 85% in 2015.

Sterke toename nuttige toepassing in 2010

Nuttige toepassing is in 2010 sterk toegenomen. De reden hiervoor is dat enkele afvalverbrandingsinstallaties de status van nuttige toepassing hebben gekregen. Hierdoor is ook de hoeveelheid verbrand afval afgenomen.
Vooral bij de doelgroepen Consumenten en HDO (handel, diensten en overheid) is het aandeel nuttige toepassing hierdoor ook flink gestegen. Het doel voor nuttige toepassing van afval in 2015 wordt op basis van bovenstaande ontwikkelingen dus waarschijnlijk gehaald

Afvalproductie in 2010 onder plafond van 68 miljard kilogram

De overheid stimuleert de preventie van afvalstoffen waarbij het afvalaanbod niet groter mag zijn dan 68 miljard kg. Tot en met 2008 was er een toename van de hoeveelheid geproduceerd afval. In 2010 is dit gedaald tot onder de 60 miljoen ton geproduceerd (exclusief verontreinigde grond, baggerspecie en dierlijke mest).

Recyling huishoudelijk afval moet omhoog

Om de doelstelling van 83% recycling te blijven halen heeft de staatssecretaris diverse acties, deelgebieden en doelgroepen benoemd waar zij nog een grote slag wil maken. Een van die doelgroepen is de consument, en dan met name huishoudelijk afval. Kijkend naar het beheer van huishoudelijk afval dan is duidelijk dat al jaren het niveau recyclingsniveau rond de 50% blijft hangen (in 2013 51%). De overheid heeft als doel gesteld om het percentage huishoudelijk afval dat wordt gerecycled te verhogen van de huidige 50 procent naar 60-65% in 2015 en naar 75 procent in 2020 (IenM, 2014). Hiermee tracht de overheid de hoeveelheid afval, die moet worden verbrand of gestort, verder terug te dringen.

Om te zien hoe dit recycling doel te bereiken is een werkgroep in het leven geroepen. In deze brede werkgroep van gemeenten, regionale publieke afvalbedrijven, grote private afvalbedrijven, representanten va brancheorganisatie, Agentschap NL en het ministerie van IenM is gewerkt aan een advies voor de staatssecretaris hoe deze ambitie te realiseren bij huishoudens. Het advies schetst de randvoorwaarden waarbinnen het mogelijk moet zijn om ook daadwerkelijk deze trendbreuk te gaan realiseren richting 65% recycling. Een van de middelen om dit te realiseren is het meer gaan sturen op de hoeveelheid restafval van huishoudens. Op basis van de analyses in de werkgroep blijkt er een verband te bestaan tussen de hoeveelheid restafval en het aandeel hoogbouw. Door doelen of richtlijnen per aandeel hoogbouw na te streven zou een trendbreuk haalbaar moeten zijn.

Afval van huishoudens

Afval van huishoudens

Doel voor storten van brandbaar afval wordt waarschijnlijk gehaald

In het LAP2 is ook een doelstelling geformuleerd om het storten van brandbaar afval te reduceren tot 0 Mton in 2012. In 2011 is nog ongeveer 122 miljoen kilo brandbaar afval in Nederland gestort. Op een vijftal stortplaatsen is ruim 434 kiloton brandbaar afval afgegraven en in een binnen- of buitenlandse afvalverbrandingsinstallatie verbrandt. Het is niet bekend wanneer deze afvalstoffen in het verleden zijn gestort. Deze ontgraven hoeveelheid is niet in mindering gebracht op de 122 miljoen kilo die met ontheffing is gestort.

Totale hoeveelheid gestort afval in beweging

Het instellen van een stortbelasting voor het storten van afvalstoffen is in het verleden een zeer effectief middel geweest om het storten van (met name) brandbare afvalstoffen te ontmoedigen en om te buigen naar verbranden, of nog beter: recycling. Gezien deze successen wordt dit instrument in meer en meer Europese landen ingevoerd om ook daar een dergelijk effect te bewerkstelligen.

In Nederland is het effect zo groot geweest dat er volgens het ministerie van Financiƫn nog relatief weinig geld binnen kwam via deze stortbelasting. Naar aanleiding hiervan is besloten om de stortbelasting per 1 januari 2012 op te heffen. Naar aanleiding hiervan hebben de Tweede Kamer en het bedrijfsleven hun vrees kenbaar gemaakt dat dit tot een toename van het storten van met name brandbare en nog recyclebare afvalstromen zou leiden. In reactie op die vrees heeft de staatssecretaris van IenM toegezegd de ontwikkelingen rond het storten van afval intensief te volgen.

Agentschap NL rapporteert daartoe op www.lap2.nl de hoeveelheden maandelijks gestort afval zoals gemeld bij het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA). Uit het overzicht van januari 2011 tot en met juli 2012 blijkt dat in de laatste maanden van 2011 de gestorte hoeveelheid afval terugliep. Blijkbaar hebben bedrijven in die maanden geanticipeerd op de komende afschaffing van de stortbelasting, en het afval in de tussentijd gebufferd.

In heel 2012 is continu meer gestort dan in dezelfde periode in 2011 (onderstaande figuur). Dit beeld geldt ook voor 2013. De gestorte hoeveelheid lijkt zich in 2013 te stabiliseren rond de 150 kiloton per maand, ofwel 1,8 miljoen ton op jaarbasis. Het aandeel gestorte niet-reinigbare grond was in de afgelopen drie jaar relatief hoog. Dit komt hoofdzakelijk door de sanering van de asbestwegen (omgeving Goor/Harderwijk). Het aandeel niet-reinigbare grond is sterk projectgebonden.
Per 1 januari 2012 is de belasting op het storten van afval afgeschaft, maar per 1 april 2014 weer ingevoerd, met een tarief van 17 euro per ton.

Hoeveelheid en samenstelling van gestort afval

Hoeveelheid en samenstelling van gestort afval
Hoeveelheid en samenstelling van gestort afval

Hoeveelheid en samenstelling van gestort afval

Doelen hergebruik verpakkingsafval gehaald

De doelstellingen voor Besluit beheer verpakkingen en papier en karton zijn in 2010 gehaald. Dit blijkt uit gegevens van Nedvang, het collectief dat voor het bedrijfsleven het productbesluit uitvoert.

Afvalbeleid en Afvalbrief

Begin 2009 is het nieuwe Landelijk afvalbeheerplan 2009-2021 (LAP2) vastgesteld. Hierin is een groot aantal kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen opgenomen voor de jaren 2012, 2015 en 2021. Naast diverse doelstellingen rond de omvang van de afvalproductie en de verwerking ervan, omvat het Landelijk afvalbeheerplan 2009-2021 doelen en bijbehorende acties om de milieudruk van het afvalbeheer te beperken. Voor zeven prioritaire stromen (papier, textiel, PVC, grof huishoudelijk afval, bouw- en sloopafval, aluminium en voedsel) is bijvoorbeeld een richtinggevende doelstelling geformuleerd: het reduceren van de milieudruk met minimaal 20%. In januari 2014 heeft de staatssecretaris van het ministerie van Infrastructuur en Milieu een brief naar de Tweede Kamer gestuurd met daarin haar ambities rond het afvaldossier voor de komende jaren. Het programma met als titel “Van Afval naar Grondstof'” is de inspanning van dit kabinet om de transitie naar een circulaire economie deze kabinetsperiode te stimuleren (IenM, 2014).

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving

Basistabel

Data afkomstig van RWS Leefomgeving. Overgenomen uit het Compendium voor de Leefomgeving (zie referenties)