Balans van de Leefomgeving

Groei integraal duurzame stallen: doel gehaald

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Het aandeel integraal duurzame stallen in de veehouderij was in op 1 januari 2014 gestegen tot 10,3%. Bij pluimvee en varkens was het aandeel respectievelijk 32,6% en 17,6% waarmee de doelstelling van 8% voor eind 2013 ruimschoots gehaald is, bij de rundveehouderij is de doelstelling met 5,8% niet gehaald.

Aandeel integraal duurzame stallen

Aandeel integraal duurzame stallen

Aandeel integraal duurzame stallen neemt toe, maar er zijn grote verschillen tussen sectoren

In de Nota Dierenwelzijn (2007) is als ambitie opgenomen dat in 2011 5% van de stallen in de veehouderij integraal duurzaam zijn, met daarnaast een duidelijk perspectief op grootschalige toepassing in de jaren daarna. Integraal duurzaam wil zeggen dat stallen voldoen aan wettelijke eisen en op tenminste één van de thema’s van dierenwelzijn, diergezondheid, milieu of arbeidsomstandigheden aan bovenwettelijke eisen. De doelstelling voor de peildatum 1 januari 2014 is gesteld op 8%. Vanaf 2015 dienen alle nieuwe stallen integraal duurzaam te zijn.

Op 1 januari 2014 waren er ongeveer 77.000 stallen in Nederland, waarvan bijna 8000 integraal duurzaam waren. In 2013 waren dit er nog 4700. Het aandeel integraal duurzame stallen nam toe van 5,8% in 2013 naar 10,3% in 2014.
De toename in het aantal integraal duurzame stallen treedt vooral op door de bouw van stallen die voldoen aan de criteria uit de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV). De MDV was al voor 2009 ontwikkeld voor varkens en kippen (zie Van der Peet, 2013), maar geldt pas vanaf 2009 ook voor rundvee. In de rundveehouderij dragen vooral de biologische stallen bij aan het aandeel integraal duurzame stallen. De toename van het aandeel komt niet alleen door de toename van het aantal duurzame stallen maar ook door een afname van het totaal aantal stallen door schaalvergroting. Met een realisatie van integraal duurzame stallen op 1 januari 2014 van 32,6% bij pluimvee en 17,6% bij varkens is de doelstelling van 8,0% integraal duurzame stallen voor die diersoorten op peildatum 1 januari 2014 gehaald.

Rundveehouderij

Voor de rundveehouderij is met 5,8% integraal duurzame stallen dit percentage niet gehaald (Van der Peet et al., 2013). Er zijn voor deze ontwikkeling meerdere verklaringen mogelijk. Bij melkvee is het aantal bedrijven en daarmee het aantal stallen minder snel afgenomen vanaf 2000 in vergelijking met de varkens- en pluimveehouderij. Verder hebben rond 2010 melkveehouderijen nog fors geïnvesteerd in stallen die niet emissie-arm zijn (Arcadis, 2013). Deze stallen hebben een ruime (over)capaciteit, zodat melkveehouders voldoende ruimte hebben voor uitbreiding in 2015 als het melkquotum vervalt. Hierdoor kunnen melkveehouders deels uitbreiden zonder investeringen in emissie-arme stallen. Vanaf 2015 is het voornemen om onder invloed van het PAS-beleid de emissie-eisen voor melkveestallen aan te scherpen, waardoor alle melkveehouders bij nieuwbouw emissie-arme stallen moeten gaan bouwen. Tot 2015 was dat alleen verplicht bij permanent opstallen van melkkoeien.

Varkens- en pluimveehouderijen

  • Voor de varkens- en pluimveehouderijen in Noord Brabant en Limburg (circa 60% van het totaal aantal dieren in Nederland) was er al vanaf 2010 sprake van beleidsdruk door fors aangescherpte eisen voor nieuwe stallen via provinciale verordeningen. Met andere woorden, anders dan in de melkveehouderij was het daar al verplicht om 85% ammoniakreductie te realiseren, en waren die maatregelen in de betreffende provincies niet bovenwettelijk. Voor varkens en kippen was het verder relatief eenvoudiger en/of goedkoper om te voldoen aan bovenwettelijke eisen voor ammoniak. Bij varkens kan dat via toegevoegde technieken, zoals (combi)luchtwassers en is dus geen stalvervanging nodig. Bovendien zijn hier subsidies voor beschikbaar gesteld. Bij legkippen was het mogelijk om via goedkopere volièrestallen te voldoen aan de bovenwettelijke eisen ten aanzien van ammoniak. De varkenshouderij heeft verder dat de mogelijkheid om een deel van de integraal duurzame stallen die uitgerust is met combiluchtwassers salderen met niet emissie-arme stallen; volgens definitie in de MDV is dat integraal duurzaam, en op bedrijfsniveau is het een manier om aan de wettelijke eisen te voldoen. Die mogelijkheid bestaat niet in de rundveehouderij.

Referenties

  • Arcadis, 2013: Bijlage 7: Ex ante evaluatie mestbeleid 2013. Uitbreiding van melkrundveestallen en uitbreidingsruimte veehouderij per provincie.
  • Monitoring integraal duurzame stallen. Peildatum 1 januari, 2013. Peet, G.F.V. van der, H.B. van der Veen en H. Docters van Leeuwen. WUR – Livestock Research Rapport 698.
  • Monitoring integraal duurzame stallen. Peildatum 1 januari, 2014. Peet, G.F.V. van der, H.B. van der Veen en H. Docters van Leeuwen. WUR – Livestock Research Rapport 781.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, auteur: Marian van Schijndel