Balans van de Leefomgeving

Gewasbescherming is duurzamer geworden, maar normen worden nog regelmatig overschreden

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Door de inspanningen van telers, fabrikanten van gewasbeschermingsmiddelen, drinkwaterbedrijven en overheden is de gewasbescherming in Nederland duurzamer geworden. In het voedsel worden minder resten van gewasbeschermingsmiddelen (residuen) aangetroffen en de kwaliteit van het oppervlaktewater is verbeterd. Ondanks deze verbeteringen worden de milieukwaliteitsnormen voor gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater nog regelmatig overschreden.

Overschrijding van de milieukwaliteitsnormen (JG-MKN en MTR) voor gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater (bron: http://www.bestrijdingsmiddelenatlas.nl/atlas/normoverschrijdingen/stoffen-samen/percentage-overschrijdende-stoffen.aspx)

Overschrijding van de milieukwaliteitsnormen (JG-MKN en MTR) voor gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater (bron: http://www.bestrijdingsmiddelenatlas.nl/atlas/normoverschrijdingen/stoffen-samen/percentage-overschrijdende-stoffen.aspx)
Overschrijding van de milieukwaliteitsnormen (JG-MKN en MTR) voor gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater (bron: http://www.bestrijdingsmiddelenatlas.nl/atlas/normoverschrijdingen/stoffen-samen/percentage-overschrijdende-stoffen.aspx)

Overschrijding van de milieukwaliteitsnormen (JG-MKN en MTR) voor gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater (bron: http://www.bestrijdingsmiddelenatlas.nl/atlas/normoverschrijdingen/stoffen-samen/percentage-overschrijdende-stoffen.aspx)
Milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen

Milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen

Milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen is flink gedaald

De milieubelasting van het oppervlaktewater wordt berekend met het NMI model. Sinds 1998 is deze berekende milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen met ongeveer 85% gedaald (PBL, 2012). De grootste vermindering is bereikt doordat telers verplicht maatregelen moesten nemen om het verwaaien van gewasbeschermingsmiddelen tijdens toediening (de zogenoemde drift) te verminderen. Daarnaast heeft het toelatingsbeleid een bijdrage geleverd. Ook de milieubelasting van grondwater en de risico’s voor bodemorganismen en dieren die voedsel zoeken op akkers (zoals vogels), zijn afgenomen.

Normen voor gewasbeschermingsmiddelen worden nog regelmatig overschreden

Ondanks de sterke daling van de milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen sinds 1998 worden de milieukwaliteitsnormen voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden in oppervlaktewater nog regelmatig overschreden (biociden worden niet gebruikt voor gewassen, maar omdat ze dezelfde werkzame stoffen kunnen bevatten als gewasbeschermingsmiddelen zijn ze in waterkwaliteitsmetingen niet goed onderscheidbaar). Ook in 2012 was dit het geval. Het beleidsdoel in de Nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst (EZ, 2013) is om in 2023 het aantal normoverschrijdingen terug te brengen tot nagenoeg nul.

Normoverschrijdingen treden vooral op in gebieden met glastuinbouw, bloemisterij en groententeelt. Normoverschrijdingen kunnen verschillende oorzaken hebben (PBL, 2012). Zo zijn er middelen toegelaten die volgens de criteria van het huidige waterkwaliteitsbeleid geen toelating hadden kunnen krijgen. Bij de toelatingsbeoordeling van gewasbeschermingsmiddelen wordt namelijk een criterium voor ecologische schade gebruikt dat minder streng is dan dat van het waterkwaliteitsbeleid waar de normen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Maximaal Toelaatbaar Risico (MTR) worden gebruikt. Andere verklaringen zijn onzorgvuldig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in Nederland en aanvoer uit het buitenland.

Aantal normoverschrijdingen niet veranderd

In de Evaluatie van de Nota Duurzame Gewasbescherming (Van Eerdt et al 2012) rapporteerde het PBL dat in 2009 op ongeveer de helft van alle meetpunten in het oppervlaktewater normoverschrijdingen werden gemeten. Ook in 2012 was dat het geval. Die conclusie is gebaseerd op toetsing aan het MTR. Met de invoering van de KRW zijn nieuwe normen en een nieuwe toetsingsmethode van kracht geworden. Naast deze nieuwe beoordeling blijft de oude op het MTR gebaseerde beoordeling voorlopig nog bestaan voor stoffen waarvoor nog geen KRW-normen zijn afgeleid. Inmiddels zijn KRW-normen afgeleid voor ruim 10% van alle stoffen waaraan gemeten is. Toetsing van de in 2012 gemeten concentraties aan de KRW-normen laat overschrijdingen zien op 25% van de meetlocaties, voor het MTR is dat ongeveer 50% (bron: bestrijdingsmiddelenatlas.nl). Het verschil komt onder meer doordat veel meer MTR waarden beschikbaar zijn waaraan de waterkwaliteit getoetst kan worden. Daarnaast speelt een rol dat de nieuwe milieukwaliteitsnormen volgens internationaal geaccepteerde standaarden zijn afgeleid op basis van uitgebreidere en geactualiseerde analyses. Bij de afleiding van de MTR-normen zijn, wanneer weinig gegevens over de toxiciteit beschikbaar waren, ad-hoc MTR-normen afgeleid met hoge veiligheidsfactoren.

Na 2000 geen afname meer van de afzet van gewasbeschermingsmiddelen

In het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw is de afzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw fors afgenomen. Dit komt vooral doordat minder grondontsmettingsmiddelen zijn gebruikt. De daling van de totale afzet heeft zich de laatste vijftien jaar niet voortgezet.

Afzet gewasbeschermingsmiddelen de landbouw

Afzet gewasbeschermingsmiddelen de landbouw

Europese vergelijking

Mede door het grote areaal aardappelen en sierteelt heeft Nederland het hoogste gebruik van gewasbeschermingsmiddelen per hectare.

Afzet gewasbeschermingsmiddelen voor akker- en tuinbouw per hectare in de EU-15. Bron: OECD, 2013.

Afzet gewasbeschermingsmiddelen voor akker- en tuinbouw per hectare in de EU-15. Bron: OECD, 2013.

Bijensterfte neemt afgelopen twee jaar iets af

Veel landbouwgewassen zijn voor bestuiving afhankelijk van bijen. Wereldwijd nemen de populaties bijen echter af. Dit wordt vermoedelijk veroorzaakt door een stapeling van factoren, zoals afname van planten die als voeding dienen voor bijen door schaalvergroting in de landbouw, het overmatig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en plaagorganismen als de varoa-mijt. Ondanks dit is in Nederland de bijensterfte de afgelopen twee jaren afgenomen. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn weersomstandigheden en doordat imkers beter weten om te gaan met ziekten en plagen.

Wintersterfte van bijen

Wintersterfte van bijen

Nieuwe kabinetsnota “Gezonde groei, duurzame oogst” zet vooral in op geïntegreeerde gewasbescherming

Het kabinet wil de gewasbescherming verder verduurzamen door telers vanaf 2014 te verplichten om geïntegreerde gewasbescherming toe te passen. Deze aanpak maakt gebruik van diverse technieken en methoden om ziekten, plagen en onkruiden te beheersen, waarmee de inzet van chemische middelen zoveel mogelijk beperkt moet worden. Vrijwillige toepassing van geïntegreerde gewasbescherming heeft de waterkwaliteit tot nu toe echter nauwelijks verbeterd (Van Eerdt et al 2012; Van Eerdt et al 2014). Dat komt omdat geïntegreerde gewasbescherming niet per se gericht is op het verminderen van stoffen die een hoog risico voor waterorganismen opleveren.

Naast geïntegreerde gewasbescherming zet het kabinet daarom ook in op aanscherping van de eisen om het verwaaien van gewasbeschermingsmiddelen (drift) met minimaal 75% te verminderen op het hele perceel. Voorheen was dat 50% op een strook langs het oppervlaktewater. Omdat nu overal 75% wordt geëist, zal de naleving vermoedelijk verbeteren. Overigens wordt in de nieuwe kabinetsnota het bereiken van de milieudoelen voor oppervlaktewater uitgesteld van 2010 naar 2023.

Veel aandacht voor humane risico’s

Risico’s voor de humane gezondheid door resten van gewasbeschermingsmiddelen in voeding worden laag ingeschat, maar kennis over langetermijneffecten van vooral combinaties van middelen is nog beperkt (EFSA, 2014). Datzelfde geldt voor risico’s voor omwonenden. Vanwege deze onzekerheid stelt de nota nieuwe maatregelen voor bescherming van omwonenden voor.

Referenties

  • CBS, PBL, Wageningen UR (2012). Belasting van het milieu door gewasbeschermingsmiddelen, 1998-2010 (indicator 0548, versie 04, 15 februari 2012). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.
  • CBS, PBL, Wageningen UR (2012). Gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater, 2010 (indicator 0547, versie 03, 15 februari 2012). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.
  • EFSA (2014). The 2011 European Union Report on Pesticide Residues in Food. EFSA Journal 2014;12(5):3694
  • Ministerie van LNV (2004). Nota Duurzame gewasbescherming.
  • OECD (2008), OECD Environmental Data. Compendium 2008. Agriculture, Paris: Organisation for Economic Cooperation and Development. Beschikbaar via http://www.oecd.org/dataoecd/56/45/41255417.pdf.
  • Van der Zee en Pisa (2013). Monitor Bijensterfte Nederland 2012. Nederlands Centrum Bijenonderzoek.
  • Van Eerdt et al. (2012). Evaluatie van de nota Duurzame gewasbescherming. Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag.
  • Van Eerdt, M.M. en A. Tiktak (2012). PBL-reactie op het concept Nederlands actieplan duurzame gewasbescherming. http://www.pbl.nl/publicaties/2012/pbl-reactie-op-het-concept-nederlands-actieplan-duurzame-gewasbescherming
  • Van Eerdt et al. (2014). Costs and effectiveness of on-farm measures to reduce aquatic risks from pesticides in the Netherlands. Pest Management Science
  • Linden, A.M.A. van der, R. Kruijne, A. Tiktak & M.G. Vijver (2012), Evaluatie van de nota Duurzame gewasbescherming. Deelrapport Milieu, RIVM Rapport 607059001/2012, Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, auteur: Martha van Eerdt