Balans van de Leefomgeving

Ammoniakemissie neemt gestaag af, maar concentratie in lucht daalt niet

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Door beleid en maatregelen ter vermindering van emissie van ammoniak uit stallen en bij uitrijden dalen de emissies. De in EU verband afgesproken reductie van ammoniakemissie uit alle bronnen, van 13% in 2020 ten opzichte van 2005 en van 25% in 2030 zijn binnen bereik. Ammoniakemissies uit landbouwbronnen dragen ruim 85% bij aan het nationale totaal. Echter de concentraties van ammoniak in de lucht, die maatgevend zijn voor de belasting van natuur, dalen sinds 2000 niet meer en lijken zelfs een stijgende trend. te vertonen

Landelijke emissie en concentratie van ammoniak

Landelijke emissie en concentratie van ammoniak
Ammoniakemissie van de land- en tuinbouw

Ammoniakemissie van de land- en tuinbouw
Ammoniakconcentraties

Ammoniakconcentraties

Ammoniakemissie daalt: 2020 doel gehaald

Ammoniak komt vrij uit stallen, mestopslagen, tijdens beweiding en bij het aanwenden van mest. De ammoniakemissie is sinds 1990 met bijna 70% verminderd, vooral tussen 1990 en 2000 door de verplichting om dierlijke mest emissiearm aan te wenden en door de afname van de veestapel. Tussen 2000 en 2012 is de ammoniakemissie minder sterk afgenomen dan in de jaren negentig. De in EU verband afgesproken emissiereductie van 13% in 2020 ten opzichte van 2005 en van 25% in 2030 zijn binnen bereik.

Maar ammoniakconcentraties dalen niet

De concentraties van ammoniak in de lucht dalen sinds 2000 niet meer. Deze trend wordt ook gevonden in het Meetnet Ammoniak en Natuur (operationeel sinds 2005) en is een indicatie dat de ammoniakbelasting op natuur niet meer afneemt terwijl dat wel nodig is voor een duurzame instandhouding van die natuur. Het verschil in de trends van de (berekende) emissies en (gemeten) concentraties roept vragen op bij de landbouwsector over de effectiviteit van het ammoniakbeleid. Het is onwaarschijnlijk dat het verschil in trends alleen het gevolg is van een overschatting van de effectiviteit van het ammoniakbeleid. Een mogelijke oorzaak voor een trendverschil is dat de emissies bij aanwending van mest (per kg emissie) minder bijdragen aan de gemeten luchtconcentraties dan stalemissies, omdat aanwendingsemissies geconcentreerd zijn in een beperkte periode van het jaar en vooral overdag optreden. Ook is het mogelijk dat het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit van het RIVM (LML) niet helemaal representatief is in de zin dat door de locatiekeuze van de meetpunten de aanwendingsemissies minder goed worden gedetecteerd dan stalemissies. Deze twee oorzaken zouden in theorie al een flink deel van het verschil kunnen verklaren in trend tussen emissies en concentraties in de periode 2007-2012, want het zijn vooral aanwendingsemissies die sinds 2007 zijn gedaald. Deze factoren hebben echter geen gevolgen voor de berekening van de stikstofdepositie, want die worden met een model berekend. Dit model houdt indirect wel rekening met de metingen van ammoniak in de lucht, maar houdt daarbij rekening met beide factoren.

Andere mogelijke oorzaken van het trendverschil zijn trendmatige onderschatting van emissies uit bepaalde bronnen (bijvoorbeeld mestdroging) en het effect van toevallige en trendmatige variatie van het weer op de emissies. Zo is de gemiddelde lentetemperatuur door klimaatopwarming sinds 1980 met twee graden gestegen. Verder zijn emissietrends berekend onder de veronderstelling dat het beleid voor emissiearme aanwending 100% wordt nageleefd. Voor niet volledige naleving van voorschriften voor emissiereductie met luchtwassers wordt sinds kort overigens wel rekening gehouden bij de berekening van de emissies .

Nader onderzoek zal verder uitsluitsel moeten geven over het trendverschil. Hoewel er geen aanleiding is om te veronderstellen dat de ammoniakemissies in het verleden zijn onderschat kan het ook nog niet worden uitgesloten, en is dit onderdeel van de onzekerheid over of de eerdergenoemde EU doelen tijdig worden bereikt.

Europese vergelijking

Ondanks dat de Nederlandse landbouwsector de emissies sinds 1990 heeft gehalveerd was de intensiteit van ammoniakemissie per hectare landbouwgrond nog 60 kg NH3 en daarmee de hoogste in de EU.

Ammoniakemissie per hectare landbouwgrond in 2011 in Europese landen

Ammoniakemissie per hectare landbouwgrond in 2011 in Europese landen

Herziening emissiereductiedoelen van het Gotenburg Protocol

In het voorstel van de Europese Commissie van 18 december 2013 tot herziening van o.a. de richtlijn nationale emissieplafonds (NEC), zijn de 2020 doelstellingen voor ammoniak (en andere NEC stoffen) uit het Gotenburg Protocol overgenomen. Het Gotenburg Protocol is nog niet door Nederland geratificeerd. De 2020 plafonds hebben dus nog geen wettelijke status. Op dit moment hebben alleen de emissiedoelstellingen voor ammoniak in 2010 een wettelijke status. De emissieplafonds voor 2020 zullen de komende jaren die status wel verwerven, en dat is op tijd voor de beoordeling of het plafond is gehaald, in 2021 of 2022 wanneer de Nederlandse emissie voor 2020 zijn vastgesteld.

Referenties

  • CBS, PBL, Wageningen UR (2014). Relatie ontwikkelingen emissies en luchtkwaliteit, 1990 – 2013 (indicator 0081, versie 11, 16 juli 2014). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.
  • De Haan, B.J., Kros, J., Bobbink, R., Van Jaarsveld, J.A., De Vries, W. en Noordijk, H. (2008) Ammoniak in Nederland. Rapport 500125003. Planbureau voor de Leefomgeving, Bilthoven.
  • Van Pul W.A.J., Van den Broek M.M.P., Volten, H., Van der Meulen, A., Berkhout, A.J.C., Van der Hoek, K.W., Wichink Kruit, R.J., Huijsmans, J.F.M., Van Jaarsveld, J.A., De Haan, B.J. en Koelemeijer, R.B.A. (2008) Het ammoniakgat: onderzoek en duiding. Rapport 680150002. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, auteur: Hans van Grinsven