Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2014

Kwaliteit oppervlaktewater is verbeterd, maar ecologische doelen in veel watersystemen buiten bereik

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

De kwaliteit van het oppervlaktewater is in grote delen van Nederland de afgelopen decennia sterk verbeterd en is voldoende voor veel gebruiksfuncties, zoals de drinkwaterproductie, landbouw, scheepvaart en recreatie. De waterkwaliteit en inrichting van de watersystemen zijn echter vaak nog ontoereikend om een hoogwaardige natuurkwaliteit te verkrijgen. In veel watersystemen zal het niet lukken om alle doelen te halen die Nederland zich gesteld heeft voor de Kaderrichtlijn Water.

Verwachte toekomstige doelrealisatie ecologische kwaliteit volgens de one-out/all-out beoordeling van de KRW.

Verwachte toekomstige doelrealisatie ecologische kwaliteit volgens de one-out/all-out beoordeling van de KRW.
Beoordeling van de waterkwaliteit volgens de KRW-methodiek, gebaseerd op tussentijdse monitoringsresultaten over de periode 2009-2013

Beoordeling van de waterkwaliteit volgens de KRW-methodiek, gebaseerd op tussentijdse monitoringsresultaten over de periode 2009-2013

Wat is de Kaderrichtlijn Water (KRW)?

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is erop gericht de (chemische en biologische) kwaliteit van de watersystemen te verbeteren. Voor elk oppervlaktewater is het te bereiken doel concreet vastgelegd, evenals voor de specifieke ‘beschermde’ gebieden (drinkwater, zwemwater en Natura 2000). De KRW-doelen moeten in 2015 worden bereikt, maar uitstel met tweemaal zes jaar is mogelijk.
Nederland gaat uit van het maximaal mogelijke uitstel, waarbij in 2027 aan de doelen moet worden voldaan. In 2021 wordt beslist over een eventuele aanpassing van de bestaande doelen. Zo’n aanpassing is binnen de KRW mogelijk, maar moet wel voor de Europese Unie worden gemotiveerd. Het jaar waarin de watercondities in de Natura 2000-gebieden op orde moeten zijn, is uiterlijk 2015 voor de ‘sense of urgency’-gebieden; voor de overige Natura 2000-gebieden is een langere termijn toegestaan (LNV 2008).
In de KRW-beoordelingsmethode voor de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater wordt het eindoordeel samengesteld uit de beoordelingen van een groot aantal chemische stoffen, een aantal fysische kenmerken en vier biologische maatlatten. Deze worden samengevoegd volgens het one-out/all-out principe, dat wil zeggen dat de eindscore gelijk is aan de slechtste subscore. Omdat dit principe verbeteringen op onderdelen kan maskeren, mag er ook worden gerapporteerd over de afzonderlijke biologische KRW-maatlatten (IenM 2014a).

Aan de gebruiksdoelen voor water wordt grotendeels voldaan, maar de ecologische doelen worden in veel wateren niet gehaald

Vanaf de jaren zeventig in de 20e eeuw is de kwaliteit van het oppervlaktewater in Nederland sterk verbeterd. De belasting met toxische stoffen is afgenomen evenals de belasting met vermestende stoffen van de grote rivieren en grote meren en deels ook van de regionale wateren (PBL 2014). Deze verbetering is vooral het gevolg van generiek milieubeleid (PBL 2013). De huidige waterkwaliteit is in het algemeen voldoende voor veel gebruiksfuncties, zoals de drinkwaterproductie, gebruik in de landbouw, scheepvaart, zwemmen en andere vormen van waterrecreatie (PBL 2012).

Dit betekent niet dat er geen nieuwe opgaven liggen: de stijgende watertemperatuur, onder andere als gevolg van klimaatverandering, zorgt, in combinatie met een teveel aan nutriënten, voor toenemende risico’s op blauwalgenbloei en ongeschiktheid van wateren voor zwemmen. Wat betreft zwemwaterkwaliteit scoort het Nederlandse water als één van de laagste in Europa (EEA 2014). Nieuwe stoffen in het water (zoals medicijnresten en microplastics) kunnen leiden tot een substantiële toename van de kosten van drinkwaterproductie (PBL 2012).

Het herstel van de waterkwaliteit is in combinatie met de onnatuurlijke inrichting onvoldoende voor een duidelijk herstel van de natuurkwaliteit van de Nederlandse watersystemen. Het aandeel wateren dat goed scoort op één van de biologische KRW-maatlatten algen, waterplanten, macrofauna en vissen is ten opzichte van 2009 verbeterd met 4 tot 12 procentpunten. Het aantal wateren dat nu goed scoort ligt op ruim 20% voor waterplanten en macrofauna, en bijna 40% voor algen en vissen. Het oordeel van de ecologische kwaliteit, gebaseerd op een combinatie van biologische, fysische- en chemische doelen, is met de one-out/all-out eindscore bijna overal matig tot slecht. De score ‘goed’ wordt slechts in enkele wateren (<1%) gehaald. Zie CLO-indicator ‘Europese Kaderrichtlijn Water’ voor de opbouw van de KRW-beoordeling:

Het realiseren van alle KRW-doelen in 100% van de Nederlandse oppervlaktewateren blijft uit zicht.

Op basis van het eerste maatregelenpakket in de stroomgebiedbeheerplannen van de waterschappen en Rijkswaterstaat bij de invoering van de KRW (2009), is de verwachting dat in 2027 circa 40% van de wateren aan alle KRW-doelen zal kunnen voldoen (PBL 2012), volgens de one-out/all-out beoordeling van de KRW. De voornaamste belemmeringen voor het halen van de ecologische doelen zijn de onnatuurlijke inrichting van de watersystemen en de belasting met stikstof en fosfor vanuit de landbouwbodems.

De verwachting is dat in 2015 de meeste geplande maatregelen zullen zijn gerealiseerd (IenM 2014b). Hoewel de bezuinigingen sinds 2008 op het water- en natuurbeleid voor een belangrijk deel zijn teruggedraaid, zullen de resterende bezuinigingen waarschijnlijk een negatief effect hebben op de uitvoering van de maatregelen na 2015 en daarmee op het uiteindelijke doelbereik in 2027. Vaak zijn KRW-maatregelen onderdeel van projecten die meerdere doelen dienen en ook gezamenlijk worden gefinancierd. Als één van de bronnen van cofinanciering weg valt vormt dat een risico voor het hele project (PBL 2013).
Door nalevering van fosfor vanuit landbouwbodems zal naar verwachting het effect van generieke bronmaatregelen de komende decennia beperkt zijn (PBL 2008, 2012). Het nieuwe generieke mestbeleid (vijfde actieprogramma nitraat) lijkt weinig mogelijkheden te bieden om in de regionale wateren de waterkwaliteit voor de natuur substantieel te verbeteren (Schoumans et al. 2013).

Eind 2014 komen nieuwe ontwerp KRW-stroomgebiedbeheerplannen ter inzage te liggen, voor de periode 2015-2021. Volgens deze plannen is de verwachting dat in 2021 in bijna 30% van de wateren alle KRW-doelen zijn gerealiseerd; dit is in lijn met het doelbereik berekend op basis van de oorspronkelijke plannen uit 2009 (PBL 2008). Het gerealiseerde doelbereik in 2013 ligt hier juist onder; zie figuur 1. Een eerste analyse van de maatregelen die in de ontwerp plannen worden voorgesteld suggereert een toename in de omvang van inrichtingsmaatregelen; dit zou kunnen leiden tot een hoger doelbereik dan berekend op basis van de plannen uit 2009. Het realiseren in 2027 van alle KRW-doelen in 100% van de Nederlandse oppervlaktewateren blijft echter uit zicht.

Doelmatige inzet van middelen: waar mogelijk synergie, elders expliciete ruimtelijke keuzes

Het zoeken naar synergie met andere doelen en beleidsterreinen, zoals natuur en recreatie, is onderdeel van de gebiedsprocessen voor de KRW. Synergie is echter niet altijd mogelijk. Vooral in gebieden waar landbouw en natuur sterk vervlochten zijn, is het vaak niet mogelijk natuurgebieden voldoende te beschermen tegen verdroging en vermesting. Daar zal dus expliciet gekozen moeten worden tussen landbouw of natuur. Ruimtelijke differentiatie biedt hier een kans om meer te bereiken dan met het huidige beleid. Ingezet kan worden op het natuur- of landbouwdoel op die plaats waar het doel met de minste inspanning of kosten bereikt kan worden. Bovendien maakt ruimtelijke prioritering een doelmatige inzet van beschikbare middelen mogelijk, zodat in ieder geval in de voor Nederland kenmerkende natuurgebieden een hoge natuurkwaliteit tot stand kan worden gebracht.

De verantwoordelijkheid voor keuzen over doelen en maatregelen voor waterkwaliteit en -natuur ligt voornamelijk bij de provincies, waterschappen en gemeenten. Een ruimtelijke herprioritering van de waterkwaliteitsdoelen vraagt echter om een transparant en goed onderbouwd afwegingsproces in de vorm van een integrale ruimtelijke visie voor Nederland op water, grondwater, landbouw, natuur, enzovoort. De rijksoverheid zou, vanuit haar systeemverantwoordelijkheid voor ruimte en water, het voortouw kunnen nemen in het opstellen van een dergelijke visie op hoofdlijnen, samen met provincies, waterschappen en gemeenten. Hierin kan ook expliciet worden gestuurd op synergie tussen water en natuur. Zo’n ruimtelijke visie kan de randvoorwaarden bieden waarbinnen optimaal gebruik kan worden gemaakt van kennis, innovatie en energie vanuit de regio, zoals initiatieven vanuit het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (LTO 2013).

Referenties

  • European Environment Agency (2014). Bathing Water Directive report 2013 – The Netherlands
  • LNV (2008). Natura 2000 profielendocument; Versie 1 september 2008. Ministerie van LNV, Directie Kennis, 1 september 2008
  • LTO Nederland (2013), Deltaplan Agrarisch Waterbeheer.
  • Ministerie van Infrastructuur en Milieu (2014a), ‘Waterkwaliteit’, brief van de minister van Infrastructuur en Milieu aan de 2de kamer dd. 2 juni 2014.
  • Ministerie van Infrastructuur en Milieu (2014b), Water in beeld; Voortgangsrapportage Nationaal Waterplan en Bestuursakkoord Water over het jaar 2013
  • PBL (2008). Kwaliteit voor Later; Ex ante evaluatie Kaderrichtlijn Water. Planbureau voor de Leefomgeving, nr 50014001/2008, juni 2008
  • PBL (2012). Kwaliteit voor later 2. Evaluatie van het waterkwaliteitsbeleid.
  • PBL (2013), Vergroenen en verdienen; Op zoek naar kansen voor de Nederlandse economie, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag.
  • PBL (2014). De kwaliteit van het Nederlandse oppervlaktewater beoordeeld volgens de Kaderrichtlijn Water (KRW). Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag.

Relevante informatie

  • CBS, PBL, Wageningen UR (2011). Belasting van het oppervlaktewater, 1990-2009 (indicator 0083, versie 12, 27 oktober 2011). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.
  • PBL, CBS, Wageningen UR (2012). Ecologische kwaliteit oppervlaktewater, 2009 (indicator 1438, versie 04, 6 maart 2012). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.
  • CBS, PBL, Wageningen UR (2012). Europese Kaderrichtlijn Water (indicator 1412, versie 03, 18 januari 2012). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.
  • CBS, PBL, Wageningen UR (2012). Algemene fysisch-chemische kwaliteit van het oppervlaktewater volgens de KRW, 2009 (indicator 0252, versie 10, 6 maart 2012). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.
  • CBS, PBL, Wageningen UR (2011). Vermesting in meren en plassen, 1981 – 2008 (indicator 0503, versie 04, 5 april 2011). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.
  • CBS, PBL, Wageningen UR (2011). Vermesting in regionaal water, 1991 – 2008 (indicator 0552, versie 03, 4 februari 2011). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.
  • CBS, PBL, Wageningen UR (2010). Vermesting in grote rivieren, 1970-2008 (indicator 0249, versie 08, 2 februari 2010). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.
  • CBS, PBL, Wageningen UR (2012). Zuivering van stedelijk afvalwater: stikstof en fosfor, 1981-2010 (indicator 0152, versie 14, 9 augustus 2012). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.
  • Schoumans O.F. , J.J. Schröder, P. Groenendijk, T.J. de Koeijer, L.V. Renaud, H.H. Luesink en G. Kruseman (2013) Beknopte milieueffectrapportage op planniveau In het kader van het Vijfde Actieprogramma Nitraatrichtlijn, Alterra-rapport 2461
  • Wuijts, S en J.F.M. Versteegh (2013) Bescherming drinkwaterbronnen in het nationaal beleid RIVM rapport 609715005/2013

Naam van het gegeven

Kwaliteit oppervlaktewater is verbeterd, maar ecologische doelen in veel watersystemen buiten bereik

Omschrijving

Huidig en toekomstig doelbereik van de KRW bij uitvoering van de huidige maatregelen

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, auteur: Frank van Gaalen

Basistabel

De huidige beoordeling van het oppervlaktewater is gebaseerd op monitoringsinformatie afkomstig van www.waterkwaliteitsportaal.nl

Geografisch verdeling

Nederland. In de KRW is de ruimtelijke eenheid de waterlichamen. Dit zijn oppervlaktewateren met een minimale grootte en oppervlakte. Nederland heeft ruim 700 waterlichamen vastgesteld waarover beoordeeld moet worden.

Andere variabelen

De KRW beoordeling is opgebouwd uit een set maatlatten die volgens een vast protocol uitgewerkt worden.

Verschijningsfrequentie

De KRW beoordeling wordt om de 6 jaar uitgevoerd. Een tussenrapportage wordt om de 3 jaar gedaan.

Betrouwbaarheidscodering

De huidige toestand van het oppervlaktewater: betrouwbaarheid B (schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is).De beoordeling van de toekomstige situatie is gebaseerd op modelberekeningen.