Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2014

Vergrijzing en huishoudensverdunning hebben gevolgen voor vraag naar woningen

Het aantal huishoudens in Nederland is sterk toegenomen. Vooral het aantal één- en tweepersoonshuishoudens is, mede door de vergrijzing, fors toegenomen. De verwachting is dat deze trend in de komende decennia verder zal doorzetten. Dit zal gevolgen hebben voor de aard van de vraag naar woningen.

Aantal huishoudens sinds 1970 bijna verdubbeld

Op 1 januari 2013 telde Nederland 16,8 miljoen inwoners en 7,6 miljoen huishoudens. Het aantal huishoudens is sinds 1970 met 90 procent veel sterker toegenomen dan het aantal inwoners (+29 procent). In absolute aantallen is het aantal huishoudens over deze periode bijna net zo sterk toegenomen als de bevolking (3,6 miljoen om 3,8 miljoen). De gemiddelde huishoudensomvang is daarmee gedaald van 3,3 personen in 1970 tot 2,2 in 2013. Het aantal een- en tweepersoonshuishoudens is sterk toegenomen. In 1995 kende Nederland 33 procent eenpersoonshuishoudens. In 2013 is dit aandeel toegenomen tot 37 procent. De komende decennia zal dit verder toenemen, tot 43 procent in 2040.

Nederland vergrijst. Het aandeel huishoudens van 65 jaar en ouder neemt sterker toe dan het aandeel jongere huishoudens. In 1995 bestond 21 procent van alle huishoudens uit huishoudens van 65 jaar en ouder. In 2013 was dit aandeel gegroeid tot 25 procent. Ook dit aandeel zal in de komende decennia verder toenemen.

De vergrijzing en de huishoudensverdunning zal effecten hebben op de aard van de vraag naar woningen. De woningvoorraad zal geleidelijk moeten worden toegesneden op de aard en de omvang van de toekomstige vraag naar woningen.

Verhuismobiliteit afgenomen

De relatieve verhuismobiliteit is de afgelopen jaren afgenomen. In 1988 verhuisde nog één op de negen inwoners. In 2006 betrof het één op de tien inwoners en inmiddels is dit gedaald naar één op de elf inwoners. De afgenomen verhuismobiliteit hangt samen met de vergrijzing.

Ouderen verhuizen minder vaak dan jongeren. In 2011 verhuisde circa 27 procent van alle jonge twintigers, tegenover slechts 4 procent van de 65-85-jarigen. Vrijwel alle mensen zijn in de tweede helft van hun leven vrij honkvast en verhuizen weinig. De meeste verhuizingen vinden plaats over korte afstand.

Bouwen voor de doorstroming steeds minder effectief

De gemiddelde verhuisketen die door een nieuwe huur- of koopwoning wordt gerealiseerd wordt steeds korter. Zorgde een huurwoning in 1998 in Nederland nog voor een gemiddelde keten van 3,1 verhuizingen, in 2012 is dit afgenomen tot 2,1. Voor koopwoningen geldt een zelfde trend. In 1998 bedroeg de gemiddelde verhuisketen nog 3,8 verhuizingen. Inmiddels is dit teruggelopen tot 2,6. Deze dalende trend is in alle provincies zichtbaar. Bouwen voor de doorstroming wordt daardoor steeds minder effectief.

Referenties

  • Groot, C. de, F. van Dam & F. Daalhuizen (2013) Vergrijzing en woningmarkt. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.
  • PBL (2013) (Dam, F. van, F. Daalhuizen, C. de Groot, M. van Middelkoop & P. Peeters (2013)) Vergrijzing en ruimte. Gevolgen voor de woningmarkt, vrijetijdsbesteding, mobiliteit en regionale economie. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.
  • Ritsema van Eck, J., F. van Dam, C. de Groot & A. de Jong (2013) Demografische ontwikkelingen 2010-2040. Ruimtelijke effecten en regionale diversiteit. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, auteur: Frank van Dam