Balans van de Leefomgeving

2020 doelstelling niet-emissiehandelssectoren wordt gehaald

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Broeikasgasemissies niet-ETS-sectoren EU-doel (2020)
  • Balans voor de leefomgeving 2016
Doel voor de reductie van broeikasgasemissies uit de niet-ETS-sectoren in EU-verband is 16% in 2020 ten opzichte van 2005. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 komt de reductie uit op circa 21%. Ook de bijbehorende doelen voor de maximale cumulatieve emissies tussen 2013 en 2020 worden gehaald.
Broeikasgasemissies van niet-ETS-sectoren waren in 2014 in totaal 98 Mton CO2-equivalenten. De doelstelling voor 2020 voor niet-emissiehandelssectoren wordt gehaald.

Broeikasgasemissies van niet-ETS-sectoren waren in 2014 in totaal 98 Mton CO2-equivalenten. De doelstelling voor 2020 voor niet-emissiehandelssectoren wordt gehaald.

2020 doelstelling niet-emissiehandelssectoren wordt gehaald

Grotere bedrijven vallen onder het Europees systeem voor emissiehandel (ETS). Dit betekent dat zij rechten moeten hebben om CO2 te mogen uitstoten. Deze rechten kunnen zij binnen de Europese Unie onderling kopen of verkopen. Kleinere bedrijven, huishoudens en verkeer vallen niet onder het ETS, evenals een aantal energiebedrijven (zoals energiedistributeurs en afvalverwerkingsinstallaties). In de 3e fase (2013-2020) van het EU ETS valt circa 45% van de Nederlandse CO2-uitstoot buiten het Europees systeem voor emissiehandel (ETS) (NEA 2015). De 450 Nederlandse bedrijven die aan het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) deelnemen hebben in 2014 in totaal 89 Mton CO2-equivalenten uitgestoten. Broeikasgasemissies van niet-ETS-sectoren waren in 2014 in totaal 98 Mton CO2-equivalenten (Emissieregistratie 2016).
De Nationale Energie verkenning 2015 (Schoots & Hammingh 2015) laat zien dat de geraamde broeikasgasemissies voor de niet-ETS sectoren bij zowel vastgesteld als voorgenomen beleid daalt naar verwachting naar 100 megaton CO2-equivalenten in 2020. De cumulatieve uitstoot komt uit op ongeveer 820 megaton CO2– equivalenten. Daarmee voldoet Nederland ook ruimschoots aan dit gerelateerde doel (NEV 2015).

Urganda klimaatzaak

In de door Urgenda aangespannen klimaatzaak tegen de Staat heeft de rechtbank in Den Haag op 24 juni 2015 in zijn uitspraak bepaald dat Nederland de emissies van binnenlandse broeikasgassen in 2020 met 25% moet reduceren ten opzichte van 1990 (IenM 2015).
Uit de inzichten tot en met 2015 over de emissietrends, zoals in de Nationale Energieverkenning van oktober 2015, blijkt dat er extra inspanningen nodig zijn om in 2020 te voldoen aan het vonnis. De Staat heeft hoger beroep aangetekend tegen het vonnis, maar de rechter had al bepaald dat er hangende dit beroep toch alvast maatregelen moeten worden genomen om de extra reductie te bewerkstelligen. Om aan die doelstelling te voldoen, richt het kabinet zich op korte termijn op de uitvoering van het Energieakkoord. Voor de opgave die voortvloeit uit de uitspraak van de rechtbank, resteert dan nog een opgave die moet worden gerealiseerd met extra maatregelen zoals de stimulering van geothermie, ondersteuning van concrete warmteprojecten, het reduceren van methaanslip bij warmtekrachtkoppeling, en stimulering van het Rotterdam Opslag en Afvang Demonstratieproject (ROAD) (IenM 2016; Rijksoverheid 2016).

Trends per broeikasgas in Nederland

Met een totale uitstoot van 751 kton in 2014 is de uitstoot van methaan ten opzichte van het basisjaar voor Kyoto (1 316 kton) met 43% gedaald. Het grootste deel van deze daling (444 kton) is het gevolg van de reguliere afname van de emissies uit stortplaatsen (sector afvalverwijdering).

De uitstoot van distikstofoxide in 2014 ten opzichte van het basisjaar voor Kyoto met ongeveer 56% gedaald tot 26 kton. Deze daling van de uitstoot van N2O is gerealiseerd in de chemische industrie (19 kton) en de landbouwsector (14 kton). De daling van de uitstoot in de chemische industrie is het gevolg van N2O-reductiemaatregelen bij de productie van salpeterzuur. De daling in de landbouwsector kent verschillende oorzaken: afname van dieraantallen, minder gebruik van zowel kunstmest als dierlijke mest en een lagere N-uitstoot per dier door een lager stikstofgehalte in het voer.

In 2014 is de totale uitstoot van fluorhoudende gassen (F-gassen) ten opzichte van 1995 met 76 procent gedaald tot 2,5 Mton CO2-equivalenten. Hiervan is 2,2 Mton afkomstig van HFK’s, 0,09 Mton van PFK’s en 0,13 Mton van SF6. De afname van de uitstoot van F-gassen is vooral het gevolg van reductiemaatregelen die zijn getroffen in het kader van het Reductieplan Overige Broeikasgassen.

In 2014 zijn de uitstoot van methaan en distikstofoxide met respectievelijk 43 en 56 procent gedaald ten opzichte van het basisjaar voor Kyoto. In 2014 is de totale uitstoot van fluorhoudende gassen ten opzichte van 1995 met 76 procent gedaald.

In 2014 zijn de uitstoot van methaan en distikstofoxide met respectievelijk 43 en 56 procent gedaald ten opzichte van het basisjaar voor Kyoto. In 2014 is de totale uitstoot van fluorhoudende gassen ten opzichte van 1995 met 76 procent gedaald.

Reductie van broeikasgasemissies is vooral, maar niet alleen, zaak van energietransitie

In het Energierapport (EZ 2016) is gekozen om aan te sluiten bij de Europese broeikasgas reductiedoelstellingen van ten minste 40% in 2030 en wordt in de lange termijn beleidsinspanningen gestreefd naar een emissiereductie van 80 tot 95% in 2050 (Rijksoverheid 2016). Onderstaande figuur geeft weer wat de emissies bij de verschillende sectoren in 2050 zouden zijn bij een totale emissiereductie van 80% in Nederland. Daarbij wordt het ook noodzakelijk om de emissies van internationale lucht- en scheepvaart (die nu niet onder de nationale doelstellingen vallen) te reguleren. Beide sectoren zullen de komende jaren flink groeien. Het potentieel voor vergaande reductie met technische maatregelen in de landbouwsector is beperkt.

Om in 2050 een totale emissiereductie van 80% in Nederland te halen, zijn mogelijk ook sectoren met negatieve emissies nodig. Daarbij wordt het ook noodzakelijk om de emissies van internationale lucht- en scheepvaart (die nu niet onder de nationale doelstellingen vallen) te reguleren.

Om in 2050 een totale emissiereductie van 80% in Nederland te halen, zijn mogelijk ook sectoren met negatieve emissies nodig. Daarbij wordt het ook noodzakelijk om de emissies van internationale lucht- en scheepvaart (die nu niet onder de nationale doelstellingen vallen) te reguleren.

Europese uitstoot van broeikasgassen daalt

In 2014 bedroeg de totale uitstoot van broeikasgasemissies in de EU28 4282 miljoen ton CO2-equivalent. Deze emissies zijn exclusief landgebruik en ontbossing. Hiermee liggen de emissies 24% lager dan de uitstoot in 1990. Over een periode van 23 jaar is het gezamenlijke BBP van de EU28-landen met 47% toegenomen en zijn de emissies van broeikasgassen met 24% afgenomen mede door de inzet van hernieuwbare energie, grotere inzet van koolstofarme energiedragers zoals gas en verhoging van de energie efficiƫntie zoals een betere isolatie van woningen en gebouwen (EEA 2016). Alle emitterende sectoren in Europa hebben een wezenlijk aandeel geleverd in deze reductie met uitzondering van de transportsector. Ook de emissies als gevolg van koeling nemen nog toe. De reductie in Nederland is wat minder dan die in de ons omringende landen.

Nieuwe Kyoto-doelstelling voor Europa

Eind 2012 zijn er afspraken gemaakt tussen landen over de verlenging van het Kyoto Protocol. De landen die aan die verlenging mee doen, hebben afgesproken om de broeikasgasemissies in de periode 2013 tot en met 2020 gezamenlijk met 20 % te reduceren ten opzichte van het Kyoto-basisjaar (een optelling van de CO2-equivalenten van koolstofdioxide, lachgas en methaan in 1990 en die van de fluorhoudende gassen in 1995).

Zie tevens de indicator Broeikasgasemissies in Europa in het Compendium van de Leefomgeving.

 In 2014 bedroeg de totale uitstoot van broeikasgasemissies in de EU28 4282 miljoen ton CO2-equivalent. Hiermee liggen de emissies 24% lager dan de uitstoot in 1990, waarmee het doel voor 2020 al gehaald is.

In 2014 bedroeg de totale uitstoot van broeikasgasemissies in de EU28 4282 miljoen ton CO2-equivalent. Hiermee liggen de emissies 24% lager dan de uitstoot in 1990, waarmee het doel voor 2020 al gehaald is.

Referenties

Naam van het gegeven

Emissies broeikasgassen

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving