Balans van de Leefomgeving

De doelen uit het energieakkoord voor windenergie zijn haalbaar met veel inspanning.

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Windenergie op land (2020)
  • Balans voor de leefomgeving 2016
Het doel is 6.000 MW in 2020. In 2015 bedroeg het opgestelde windvermogen op land 3.031 MW. Voor eind 2020 zal volgens de Monitor wind op land 2015 (vrijwel) zeker 4.574 MW productief opgesteld zijn en voor nog eens ruim 600 MW is dat aannemelijk. De monitor geeft ook aan dat er nog veel inspanning nodig is van alle betrokken partijen om de resterende opgave tot 6.000 MW voor 2020 te realiseren.

Wind op land

Het vermogen wind op land is in 2015 met bijna 400 MW gestegen naar ruim 3031 MW (CBS 2016), goed voor ongeveer 50% van de in het Energieakkoord afgesproken doelstelling van 6.000 MW in 2020. Vooral de oplevering van een groot deel van Windpark Noordoostpolder heeft aan deze recente stijging aan opgesteld vermogen bijgedragen.

 Het vermogen wind op land is in 2015 gestegen naar ruim 3031 MW. Dit is goed voor ongeveer 50% van de doelstelling in 2020.

Het vermogen wind op land is in 2015 gestegen naar ruim 3031 MW. Dit is goed voor ongeveer 50% van de doelstelling in 2020.

Voor eind 2020 zal volgens de Monitor wind op land 2015 (RVO 2016a) 4.574 MW productief opgesteld zijn. Voor nog eens ruim 668 MW is realisatie voor 2020 aannemelijk maar dit deel van de projecten is kwetsbaar voor vertraging door knelpunten en/of benodigde doorlooptijd van alle procedures. Voor de overige 759 MW geldt dat de daarvoor benodigde projecten nog vele knelpunten en onzekerheden kennen. Het is daarom volgens RVO (zeer) onzeker of dit deel van de projecten tijdig operationeel zal zijn. Soms kan door toepassing van de gemeentelijke of provinciale co├Ârdinatieregeling het tijdspad worden verkort.

De Monitor Wind op land 2015 (RVO 2016a) geeft aan dat in de provincies Flevoland, Overijssel en Fryslân/Friesland het (zeer) onzekere deel van de restopgave minder dan 5% is. In de provincies Zeeland, Noord-Holland en Groningen ligt dat rond de 8,5%. In Noord-Brabant, Gelderland, Zuid-Holland en Drenthe ligt dit meest kritische deel van de restopgave tussen de 20% en 40%. De provincies Utrecht en Limburg blijven in dit opzicht echter flink achter. Volgens inschatting van RVO (2016b) is het voor 50% tot ruim 80% van de minimaal benodigde restopgave in deze provincies (zeer) onzeker of deze tijdig kan worden gerealiseerd.

Wind op zee

Windenergie op zee (2023)
  • Balans voor de leefomgeving 2016
Het doel uit het Energieakkoord is 4.450 MW in 2023. In 2015 was 357 MW windvermogen op zee opgesteld en nog eens 600 MW is in aanbouw. In het Energieakkoord is een tenderpad afgesproken met een taakstellend kostendalingspad van 40% kostenreductie voor windenergie op zee van 2013 tot 2023. Ontwikkelingen sindsdien laten zien dat dit realistisch is. De ambitie lijkt daarom haalbaar.

Het in 2007 geopende Offshore Windpark Egmond aan Zee (108 MW) was het eerste windpark voor Nederland kust. In 2008 volgde het Prinses Amalia Windpark (120 MW) op 18 kilometer uit de kust van IJmuiden. Na een stagnatie van enkele jaren is in 2015 het windpark Luchterduinen (23 kilometer uit de kust bij Noordwijk aan Zee) met in totaal 129 MW aan capaciteit op zee bijgeplaatst waarmee momenteel 357 MW beschikbaar is voor opwekking van elektriciteit. In 2015 is daarmee 8% van de in het Energieakkoord in 2023 voorziene 4.450MW aan windenergie op zee gerealiseerd. Op dit moment worden op 60 km ten noorden van de Waddeneilanden de zogenoemde Geminiparken gebouwd met een gezamenlijk vermogen van 600 MW (Noordzeeloket.nl 2016). In het Energieakkoord (SER 2013) is een tenderpad afgesproken met een taakstellend kostendalingspad van 40% kostenreductie voor windenergie op zee in de periode van 2013 tot 2023. Ontwikkelingen in 2014, 2015 en 2016 laten zien dat dit realistisch is. Zo is het kostendalingspad bij het aanbesteden van de eerste twee kavels van het windenergiegebied Borssele van 40% al gehaald inclusief netaansluiting (EZ 2016). De doelstelling om in 2023 in totaal 4450MW aan windenergie op zee te realiseren lijkt daarom haalbaar met (voorgenomen) beleid.

 In 2015 is 8% van de doelstelling in 2023 aan windenergie op zee gerealiseerd.

In 2015 is 8% van de doelstelling in 2023 aan windenergie op zee gerealiseerd.

Er is de komende jaren een versnelling nodig om aan deze ambitie te kunnen voldoen. In het Energieakkoord (SER 2013) is een tenderpad afgesproken met een taakstellend kostendalingspad van 40% kostenreductie voor windenergie op zee in de periode van 2013 tot 2023. Ontwikkelingen in 2014, 2015 en 2016 laten zien dat dit realistisch is. Zo zijn de vastgestelde tenders voor het realiseren van de eerste twee kavels van het windenergiegebied Borssele windparken substantieel lager vastgesteld dan het maximum bedrag van 12,4 cent per kWh. dat voor de tender is vastgesteld en levert een besparing op het maximale subsidiebudget op van circa 2,7 miljard euro. Hiermee is de afspraak uit het Energieakkoord om het kostenniveau van windenergie op zee uiterlijk in 2023 met 40 procent omlaag te brengen nu al gehaald.
De doelstelling om in 2023 in totaal 4.450 MW aan windenergie op zee te realiseren lijkt daarom haalbaar met (voorgenomen) beleid. Verder uitbreiding is gaande. Op dit moment worden op 60 kilometer ten noorden van de Waddeneilanden de zogenoemde Geminiparken gebouwd met een gezamenlijk vermogen van 600 MW (Noordzeeloket.nl 2016).

Referenties

Naam van het gegeven

Windenergie op zee en land

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving