Balans van de Leefomgeving

Toename aandeel integraal duurzame stallen: doel gehaald

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Duurzame stallen (2016)
  • Balans voor de leefomgeving 2016
Met 13% integraal duurzame stallen begin 2016 is het doel van 12% gehaald.
 Begin 2016 bedroeg het aandeel integraal duurzame stallen 13%. Daarmee is het doel van 12% gerealiseerd.

Begin 2016 bedroeg het aandeel integraal duurzame stallen 13%. Daarmee is het doel van 12% gerealiseerd.

Ontwikkeling van het aantal duurzame stallen

Begin 2016 bedroeg het aandeel integraal duurzame stallen 13%. Daarmee is het doel van 12% gerealiseerd. Jaarlijks is in de begroting van het ministerie van Economische Zaken een streefwaarde opgenomen voor het lopende jaar. Voor begin 2016 is dit 12% en voor 2017 is dit 14% (van der Peet et al. 2016).

In de loop der jaren is het aandeel integraal duurzame stallen toegenomen. De groei treedt vooral op door de bouw van stallen die voldoen aan de criteria uit de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) en het Beter Leven keurmerk (Van der Peet et al. 2016). Het aantal stallen met als keur- of kenmerk Biologisch, Milieukeur, Keten Duurzaam Varkensvlees (KDV) of die voldoen aan voorwaarden van de Investeringsregeling Integraal Duurzame Stallen (RLS) laten een veel kleinere groei zien of nemen in aantal af.
De MDV was al voor 2009 ontwikkeld voor varkens en kippen (Van der Peet et al. 2013), en geldt vanaf 2009 ook voor rundvee. In de rundveehouderij dragen vooral de biologische stallen bij aan het aandeel integraal duurzame stallen. Met een realisatie van integraal duurzame stallen op 1 januari 2016 van 33% in de pluimveehouderij, 24,5% in de varkenshouderij en 7,6% in de rundveehouderij is de doelstelling van 12% integraal duurzame stallen voor die diersoorten op peildatum 1 januari 2016 gehaald.

De toename van het aandeel duurzame stallen is mede een gevolg van de afname van het totaal aantal stallen door schaalvergroting. Door de trend van schaalvergroting is het aandeel duurzame stallen lager dan het aandeel dieren in deze stallen, dat op de peildatum 34% (pluimveehouderij), 35% (varkenshouderij) en bijna 20% (rundveehouderij) bedroeg.

Door de lage melkprijzen als gevolg van het afschaffen van het melkquotum vanaf april 2015, de invoering van fosfaatrechten op 1 januari 2017 en onzekerheden over de derogatie van de Nitraatrichtlijn is de verwachting dat na 2016 de groei in het aantal integraal duurzamere melkveestallen terugloopt.

Keur- en kenmerken voor integraal duurzame veehouderij stallen

Onder integraal duurzame stallen worden een zestal verschillende keurmerken onderscheiden.

Onder integraal duurzame stallen worden een zestal verschillende keurmerken onderscheiden.

Onder integraal duurzame stallen worden een zestal verschillende categorieën onderscheiden. Afhankelijk van het keur- en kenmerk worden er verschillende eisen gesteld aan de stallen en worden deze gebouwd voor verschillende diergroepen (Van der Peet et al. 2016). Zo zijn onder het Milieukeur voor dierlijke producten in 2015 vooral varkensbedrijven, enkele leghennenbedrijven en één vleeskuikenbedrijf gecertificeerd. Bij het Milieukeur ligt de nadruk op bovenwettelijke criteria voor milieu, dierenwelzijn en voeders. Bij de basismilieueisen richt zich op de reductie van de emissie van stikstof, fosfaat en ammoniak en het energiegebruik. Op de milieumaatlat kunnen punten behaald worden voor betere prestaties op emissie en energiegebruik en bijvoorbeeld voor duurzaamheidsmaatregelen bij de mestopslag. Het Beter Leven keurmerk is beschikbaar voor eieren, vleeskuikens, varkensvlees, rundvlees en kalfsvlees. Het keurmerk is ontwikkeld door de Dierenbescherming en de nadruk ligt op dierenwelzijn. Bij de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) – een overheidsinstrument – zijn bovenwettelijke maatregelen opgenomen voor de thema’s ammoniak, dierenwelzijn, diergezondheid, energie, fijnstof, de inpassing van de stal in de omgeving en brandveiligheid.

Grote verschillen tussen sectoren

Belangrijke drijvende krachten voor de bouw van nieuwe stallen zijn milieuregels en welzijnsregels geweest die in 2010 (vleeskuikens), 2012 (leghennen) en 2013 (zeugen) van kracht zijn geworden. Daarnaast spelen verleende fiscale voordelen en subsidies een rol. Een andere factor die bijdraagt aan de groei van het aandeel duurzame stallen zijn lokale eisen voor vergunningverlening die te maken hebben met ruimtelijke ordening (bouwblokgrootte), natuurbescherming, geurhinder en de uitstoot van fijn stof. Voor de meeste melkveebedrijven was er tot 2015 geen regelgeving die grote aanpassingen aan stallen vereiste. In de rundveehouderij is ruim 7% van de stallen aan te merken als ‘integraal duurzaam’ (Van der Peet et al. 2016) en daarmee blijft deze sector achter bij het gemiddelde in de veehouderijsector. Een tweede verklaring voor het achterblijven van de rundveesector is dat bij melkvee het aantal bedrijven en daarmee het aantal stallen vanaf het jaar 2000 minder snel is afgenomen in vergelijking met de varkens- en pluimveehouderij. Verder hebben rond 2010 melkveehouderijen nog fors geïnvesteerd in stallen die niet emissie-arm zijn (Arcadis 2013). Deze stallen hebben een ruime (over)capaciteit. Deze ruimte is gecreëerd om in te spelen op de uitbreiding die vanaf 1 april 2015 mogelijk is geworden door het afschaffen van het Europese melkquotum. Vanwege het voornemen om vanaf 2015 de emissie-eisen voor nieuwe melkveestallen aan te scherpen (onder invloed van het PAS-beleid), hebben melkveehouders hun investeringen in stallen vervroegd.

 Begin 2016 was het aandeel integraal duurzame stallen 33% in de pluimveehouderij, in de varkenshouderij ruim 24% en in de rundveehouderij ruim 7%.

Begin 2016 was het aandeel integraal duurzame stallen 33% in de pluimveehouderij, in de varkenshouderij ruim 24% en in de rundveehouderij ruim 7%.

Duurzame stallen in Noord Brabant en Limburg
Voor de gehele varkens- en pluimveesector in Noord Brabant en Limburg was er bovendien al vanaf 2010 sprake van aangescherpte ammoniakeisen voor nieuwe stallen via provinciale verordeningen. Anders dan in de melkveehouderij was het daar al verplicht om 85% ammoniakreductie te realiseren ten opzichte van traditionele stallen. Daar komt bij dat het voor varkens- en pluimveehouderijen relatief eenvoudiger en/of goedkoper was om te voldoen aan bovenwettelijke eisen voor ammoniak. Bij varkens kan dat via toegevoegde technieken, zoals (combi)luchtwassers en is dus geen stalvervanging nodig. Bovendien zijn hier subsidies voor beschikbaar gesteld. Bij legkippen was het mogelijk om via goedkopere volièrestallen te voldoen aan de bovenwettelijke eisen ten aanzien van ammoniak. De varkenshouderij heeft verder de mogelijkheid om een deel van de integraal duurzame stallen die uitgerust is met combiluchtwassers te salderen met niet-emissie-arme stallen; volgens definitie in de MDV is dat integraal duurzaam, en op bedrijfsniveau is het een manier om aan de wettelijke eisen te voldoen. Deze mogelijkheid bestaat niet in de rundveehouderij.

Referenties

Naam van het gegeven

Duurzame stallen

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving: auteurs Martha van Eerdt, Sonja Kruitwagen en Kees Schotten

Berekeningswijze

Gegevens afkomstig uit de reeks Monitor duurzame stallen

Basistabel

Data afkomstig uit Monitor duurzame stallen peilldatum 1 januari. jaren: 2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014, 2015 en 2016 (zie achtergrondliteratuur)

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Peet G.F.V. van der, R.W. van der Meer, H.B. van der Veen, H. Docters van Leeuwen & S.R.M. van Wageningen-Lucardie (2016) . Monitoring integraal duurzame stallen; peildatum 2016. Wageningen: Wageningen UR- Livestock Research.Peet G.F.V. van der, R.W. van der Meer, H.B. van der Veen, H. Docters van Leeuwen & S.R.M. van Wageningen-Lucardie (2015) . Monitoring integraal duurzame stallen; peildatum 2015. Wageningen: Wageningen UR- Livestock Research.Peet, G.F.V. van der, H.B. van der Veen & H. Docters van Leeuwen. (2014), Monitoring integraal duurzame stallen. Peildatum 1 januari, 2013. Wageningen: Wageningen UR-Livestock Research.Peet, G.F.V. van der, H.B. van der Veen & H. Docters van Leeuwen. (2013), Monitoring integraal duurzame stallen. Peildatum 1 januari, 2013. Wageningen: Wageningen UR-Livestock Research.Peet, G.F.V. van der, H.B. van der Veen & H. Docters van Leeuwen. (2012), Monitoring integraal duurzame stallen. Peildatum 1 januari, 2012. Wageningen: Wageningen UR-Livestock Research.Peet, G.F.V. van der, H.B. van der Veen & H. Docters van Leeuwen. (2011), Monitoring integraal duurzame stallen. Peildatum 1 januari, 2011. Wageningen: Wageningen UR-Livestock Research.Peet, G.F.V. van der, H.B. van der Veen & H. Docters van Leeuwen. (2010), Monitoring integraal duurzame stallen. Peildatum 1 januari, 2010. Wageningen: Wageningen UR-Livestock Research.Peet, G.F.V. van der, H.B. van der Veen & H. Docters van Leeuwen. (2009), Monitoring integraal duurzame stallen. Peildatum 1 januari, 2009. Wageningen: Wageningen UR-Livestock Research.

Betrouwbaarheidscodering

Literatuuronderzoek