Balans van de Leefomgeving

Milieukwaliteitsnormen voor gewasbeschermingsmiddelen worden regelmatig overschreden

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Gewasbeschermingmiddelen in oppervlaktewater
  • Balans voor de leefomgeving 2016
In 2014 werden op iets meer dan 60% van de meetlocaties van gewasbeschermingsmiddelen en biociden de (stofafhankelijke) normen overschreden. Op veel locaties wordt de norm door minder dan 5% van het totale aantal stoffen overschreden. Verbetering van de waterkwaliteit is daarom mogelijk door vooral de meest vervuilende stoffen aan te pakken.
Ondanks de sterke daling van de milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen worden de milieukwaliteitsnormen in oppervlaktewater in 2014 nog regelmatig overschreden

Ondanks de sterke daling van de milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen worden de milieukwaliteitsnormen in oppervlaktewater in 2014 nog regelmatig overschreden

Milieukwaliteitsnormen overschreden

Ondanks de sterke daling van de milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen sinds 1998 worden de milieukwaliteitsnormen voor bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater nog regelmatig overschreden. Bestrijdingsmiddelen zijn zowel gewasbeschermingsmiddelen als biociden. Deze laatste worden niet gebruikt voor gewassen, maar omdat ze dezelfde werkzame stoffen kunnen bevatten als gewasbeschermingsmiddelen zijn ze in waterkwaliteitsmetingen niet goed onderscheidbaar. Het beleidsdoel in de Nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst (EZ, 2013) is om in 2023 het aantal normoverschrijdingen terug te brengen tot nagenoeg nul.

In 2014 werden op iets meer dan 60 procent van de meetlocaties van gewasbeschermingsmiddelen en biociden de normen voor langdurige blootstelling overschreden (CML 2015); in 2012 rapporteerde het PBL nog een aandeel van 50 procent (Van Eerdt et al. 2012). Het verschil wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt doordat de normen zijn aangescherpt. Dit geldt vooral voor het middel imidacloprid waarvan de norm van 67 naar 8,3 nanogram per liter is aangescherpt. Overigens heeft staatssecretaris van Dam op 6 juli 2016 een verbod op imidacloprid uitgevaardigd. Bij toepassing van de nieuwe normen op de gehele meetreeks is het aandeel meetpunten met normoverschrijdingen in de afgelopen tien jaar vrijwel stabiel gebleven (circa 60 procent). Op de meeste meetlocaties wordt de norm door minder dan 5 procent van het totale aantal stoffen overschreden. Opvallend is dat enkele normoverschrijdende stoffen niet zijn aangewezen als specifiek verontreinigende stof (bijvoorbeeld de fungicide azoxystrobin en de insecticide fipronil) (Van Gaalen et al. 2016).

Vooral in gebieden met glastuinbouw, bloemkwekerijen, bollenteelt en vollegronds groenteteelt worden de normen overschreden (zie figuur). Normoverschrijdingen kunnen verschillende oorzaken hebben. Zo zijn er middelen toegelaten die volgens de criteria van het waterkwaliteitsbeleid niet hadden mogen worden toegelaten. Bij de toelatingsbeoordeling van gewasbeschermingsmiddelen wordt namelijk een criterium voor ecologische schade gebruikt dat minder streng is dan dat van het waterkwaliteitsbeleid waar de normen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Maximaal Toelaatbaar Risico (MTR) worden gebruikt (Van Eerdt et al. 2012). Overigens is recent op Europees niveau een belangrijke stap gezet om de toelatingsbeoordeling beter af te stemmen op het waterkwaliteitsbeleid. Andere verklaringen voor normoverschrijdingen zijn onzorgvuldig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in Nederland en aanvoer via rivieren uit het buitenland.

Chemische stoffen in de KRW-systematiek

Chemische stoffen worden binnen de KRW op verschillende plaatsen in de systematiek beoordeeld. Twee belangrijke groepen chemische stoffen in de beoordelingsmethode zijn de ‘prioritaire stoffen’ en de ‘specifiek verontreinigende stoffen’. De ‘chemische toestand’ wordt beoordeeld aan de hand van 33 Europees vastgestelde prioritaire stoffen (EU 2013). Dit zijn stoffen die in heel Europa met voorrang worden aangepakt en waarvan de Europese Commissie de milieukwaliteitsnormen heeft vastgesteld. De 21 meest risicovolle stoffen zijn aangemerkt als ‘prioritair gevaarlijke’ stoffen. Lidstaten moeten maatregelen nemen om de uitstoot van deze stoffen volledig te stoppen. De ‘specifiek verontreinigende stoffen’ worden nationaal vastgesteld; Nederland volgt Europese protocollen bij het vaststellen van de normen. Opvallend is dat enkele stoffen waarvan de norm is overschreden niet zijn aangewezen als specifiek verontreinigende stof volgens de KRW-systematiek bijvoorbeeld de fungicide azoxystrobin en de insecticide fipronil. De huidige gewasbeschermingsmiddelen vallen voornamelijk onder de ‘specifiek verontreinigende stoffen’ en voor een klein deel onder de ‘prioritaire stoffen’.

Ontwikkelingen in perspectief

In het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw is de afzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw fors afgenomen. Dit komt vooral doordat minder grondontsmettingsmiddelen zijn gebruikt. De daling van de totale afzet heeft zich de laatste vijftien jaar niet voortgezet. Mede door het grote areaal aardappelen en sierteelt heeft Nederland het hoogste gebruik van gewasbeschermingsmiddelen per hectare in Europa.

Referenties

Naam van het gegeven

Gewasbescherming en oppervlaktewater

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving; auteur: Sonja Kruitwagen

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks