Balans van de Leefomgeving

In grondwater vooral regionale problemen

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Kwaliteit grondwater Europese Kaderrichtlijn Water (2027)
  • Balans voor de leefomgeving 2016
De algemene KRW-beoordeling voor grondwater is in 2015 overwegend goed. Regionaal blijven er problemen; voor 2021 is geraamd dat 50% van de grondwaterlichamen ontoereikend is voor terrestrische natuur en 15% voor drinkwaterwinning. Ondanks de verbetering in het zuidelijk loss- en zandgebied zal daar ook in 2027 de norm van 50 milligram nitraat per liter nog worden overschreden.
 De algemene toestand van het grondwater was in 2015 overwegend goed. Regionaal voldeed de kwaliteit van het grondwater echter niet voor grondwaterafhankelijke oppervlaktewateren.

De algemene toestand van het grondwater was in 2015 overwegend goed. Regionaal voldeed de kwaliteit van het grondwater echter niet voor grondwaterafhankelijke oppervlaktewateren.

De algemene toestand van het grondwater was in 2015 overwegend goed. Regionaal voldeed de kwaliteit van het grondwater echter niet voor grondwaterafhankelijke oppervlaktewateren en bovendien zijn Natura 2000-gebieden verdroogd.

Beoordeling van grondwater in de Kaderrichtlijn Water (KRW)

De beoordelingsmethodiek in de Kaderrichtlijn Water (KRW) voor grondwater is voor zowel kwantiteit als kwaliteit gesplitst in een ‘algemene’ toestandsbeoordeling, die grotendeels is gebaseerd op Europese normen, en een ‘regionale’ toestandsbeoordeling, die is gebaseerd op specifieke regionale doelen.

De algemene kwantitatieve toestand van het grondwater wordt als goed beoordeeld als de gemiddelde jaarlijkse onttrekking op lange termijn de beschikbare grondwatervoorraad niet overschrijdt. Dit is een criterium dat wel relevant is voor bijvoorbeeld Zuid-Europa, maar voor de Nederlandse situatie geen betekenis heeft: er valt in Nederland gemiddeld voldoende neerslag om de grondwatervoorraad aan te vullen. De algemene kwalitatieve toestand wordt afgemeten aan een aantal stoffen met een Europees vastgestelde norm, en een aantal stoffen waarvoor nationaal opgestelde drempelwaarden gelden (Gaalen et al. 2016).

In grondwater vooral regionaal problemen

De algemene kwantitatieve toestand was volgens de gegevens van de waterbeheerders (in dit geval de provincies) in 2015 voor alle Nederlandse grondwaterlichamen goed. Omdat een aanzienlijk deel van de grondwaterafhankelijke Natura 2000-gebieden is verdroogd, worden de doelen voor regionale waterkwantiteit vaak niet gehaald (de rode gebieden in de linkerhelft van de figuur).

De algemene chemische toestand voldeed in de meeste grondwaterwaterlichamen. In West-Nederland voldeed een aantal grondwaterlichamen echter niet aan het criterium voor chloride. Het KRW-criterium voor nitraat (op niet meer dan 20 procent van de meetpunten een overschrijding van 50 milligram nitraat per liter) werd in het krijtgebied in Zuid-Limburg overschreden. Voor de overige grondwaterlichamen in het zandgebied geldt als kanttekening dat het percentage meetpunten waar de norm werd overschreden dicht bij de drempelwaarde van 20 procent lag (Royal HaskoningDHV 2014). Regionaal waren er problemen bij een aantal drinkwaterwinningen of voldeed de kwaliteit van het grondwater niet voor grondwaterafhankelijke oppervlaktewateren in Natura 2000-gebieden (rode gebieden in de rechterhelft van de figuur) (Gaalen et al. 2016).

Beperkte verbetering regionale problemen verwacht

De provincies verwachten dat de algemene toestand voor zowel kwantiteit als kwaliteit in 2021 vrijwel overal goed blijft. De regionale problemen verbeteren volgens deze inschatting in beperkte mate: de kwantiteit of kwaliteit van 50 procent van de regionale grondwaterlichamen blijft ontoereikend voor terrestrische natuur, 30 procent beïnvloedt in 2021 de oppervlaktewaterkwaliteit negatief en 15 procent is ontoereikend voor drinkwaterwinningen (IenM 2015a,b,c,d). Dit betekent overigens niet dat 95 procent van de regionale grondwaterlichamen niet voldoet, omdat problemen soms in dezelfde gebieden voorkomen.

Berekeningen van het toekomstige effect van het gevoerde mestbeleid en het in uitvoering zijnde vijfde nitraatactieprogramma op de nitraatconcentraties in het ondiepe grondwater laten weinig verbetering zien, behalve in het zuidelijke zandgebied waar de concentraties duidelijk afnemen. Ondanks de verbetering in het zuidelijk zandgebied zal daar op veel plaatsen ook in 2027 de norm van 50 milligram nitraat per liter nog worden overschreden.

Bij aggregatie naar het niveau van grondwaterlichamen zullen de meeste waterlichamen waarschijnlijk (net) aan de KRW-beoordeling voldoen (zie vorige paragraaf). De enige uitzondering zijn de grondwaterlichamen in het zuidelijke zandgebied, waar de nitraatconcentraties in 2027 naar verwachting 55 tot 67 milligram per liter zullen bedragen (Groenendijk et al. 2015). Hoewel 2027 het eindjaar is voor de KRW en de daarin vastgestelde grondwaterdoelen, schrijft de Nitraatrichtlijn niet voor wanneer de doelen moeten zijn gehaald.

Referenties

Naam van het gegeven

Kwaliteit en kwantiteit grondwatergrondwater

Omschrijving

Beoordeling van grondwater volgens de Kaderrichtlijn Water (KRW)

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving; auteur: Ron Franken