Balans van de Leefomgeving

De waterkwaliteit verbetert, maar voldoet in 2027 in veel wateren niet aan de doelen

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Kwaliteit oppervlaktewater Europese Kaderrichtlijn Water (2027)
  • Balans voor de leefomgeving 2016
De kwaliteit van de oppervlaktewateren is de laatste decennia sterk verbeterd. Naar verwachting worden in 2027 in 15% van de regionale wateren en 55% van de rijkswateren alle biologische doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water volledig gehaald. Op veel onderliggende parameters is een verbetering te zien. In de nieuwe deltaaanpak Waterkwaliteit en Zoetwater wordt de noodzaak van en bereidheid voor extra inspanning door de stakeholders onderschreven. Dit biedt ruimte om de benodigde aanvullende stappen te zetten.
Het aandeel regionale wateren met een goede biologische kwaliteit bedraagt in 2027 naar verwachting 15 procent in de regionale wateren

Het aandeel regionale wateren met een goede biologische kwaliteit bedraagt in 2027 naar verwachting 15 procent in de regionale wateren
 Het aandeel rijkswateren met een goede biologische kwaliteit bedraagt in 2027 naar verwachting 55 procent in de Rijkswateren

Het aandeel rijkswateren met een goede biologische kwaliteit bedraagt in 2027 naar verwachting 55 procent in de Rijkswateren

Wat is de Kaderrichtlijn Water (KRW)?

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is erop gericht de (chemische en biologische) kwaliteit van de watersystemen te verbeteren. Voor elk oppervlakte- en grondwaterlichaam is het te bereiken doel concreet vastgelegd, evenals voor de specifieke beschermde gebieden (drinkwater, zwemwater en Natura 2000). De KRW-doelen moesten in 2015 worden bereikt, maar uitstel met tweemaal zes jaar is mogelijk. Nederland gaat uit van het maximaal mogelijke uitstel, waarbij in 2027 aan de doelen moet worden voldaan. In 2021 wordt beslist over een eventuele aanpassing van de bestaande doelen. Een dergelijke aanpassing is binnen de KRW mogelijk, maar moet wel voor de Europese Unie worden gemotiveerd. Het jaar waarin de watercondities in de Natura 2000-gebieden op orde moeten zijn, was 2015 voor de sense of urgency-gebieden; voor de overige Natura 2000-gebieden is een langere termijn toegestaan.

Lidstaten moeten in stroomgebiedbeheerplannen aangeven welke doelen ze stellen en welke maatregelen ze uitvoeren om de gestelde doelen te halen. De eerste stroomgebied beheerplannen golden voor de periode 2009-2015; eind 2015 zijn de Nederlandse plannen voor 2016-2021 vastgesteld en gerapporteerd aan de EC. Nederland is voor de KRW ingedeeld in de stroomgebieden Rijn, Maas, Schelde en Eems. Bij het opstellen van de beheerplannen zijn verschillende bestuurslagen betrokken: de waterschappen en provincies zijn verantwoordelijk voor de regionale wateren, Rijkswaterstaat voor de rijkswateren en de provincies voor het grondwater. Het rijk is de eindverantwoordelijke richting de EU.

Aan de gebruiksdoelen voor water wordt grotendeels voldaan, maar de doelen voor ecologie worden in veel wateren niet gehaald

Vanaf de jaren zeventig van de twintigste eeuw is de kwaliteit van het oppervlaktewater in Nederland sterk verbeterd. De belasting met toxische stoffen is afgenomen, evenals de belasting met vermestende stoffen. De verbetering was vooral het gevolg van generiek milieubeleid in binnen- en buitenland. De huidige waterkwaliteit is in het algemeen voldoende voor veel gebruiksfuncties, zoals de drinkwaterproductie (weliswaar met aanvullende zuiveringsstappen), het gebruik in de landbouw (drinkwater voor vee en beregening), zwemmen en andere vormen van waterrecreatie. Maar het ecologische doelbereik blijft beperkt.

In de KRW-beoordelingsmethode voor de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater wordt het eindoordeel samengesteld uit de beoordelingen van een groot aantal chemische stoffen, een aantal fysische kenmerken en de biologische kwaliteit. De biologische kwaliteit is een belangrijk onderdeel van het KRW-oordeel en is opgebouwd uit maatlatten voor algen, macrofauna, vissen en waterplanten. Alleen als alle vier de maatlatten goed zijn, is (volgens het zogeheten one out, all out-principe) de biologische kwaliteit van het water goed. Dit gold in 2015 voor 3 procent van de regionale wateren en 25 procent van de rijkswateren (Gaalen et al. 2016).

Voor de gebruiksfuncties geldt dat het water op orde moet zijn op specifieke locaties (zoals zwemwaterlocaties of bij drinkwaterwinningen) en voor specifieke parameters. De ecologische toestand volgens de KRW is een brede basiskwaliteit, die voor veel meer wateren geldt (dus niet alleen voor een aantal specifiek e gebruikslocaties). Daarmee is de KRW gericht op het duurzaam kunnen (blijven) faciliteren van ecosysteemdiensten, zoals het voorzien in schoon water door natuurlijke zuivering en het bijdragen aan landschappelijke waarde en biodiversiteit.

De waterkwaliteit verbetert, maar voldoet in 2027 in veel wateren niet aan de doelen

Vooral door emissiereducerende maatregelen bij rioolwaterzuiveringsinstallaties zal het aandeel regionale wateren dat voldoet aan de normen voor stikstof of fosfor toenemen, van 45 procent in 2015 tot ruim 50 procent in 2027. Dit heeft een positief effect op de biologische kwaliteit. Ook leveren inrichtings- en beheermaatregelen een belangrijke bijdrage aan de verbetering van de biologische kwaliteit. Uit modelberekeningen blijkt dat de extra bijdrage, bovenop het eerdere beleid, van het vijfde nitraatactieprogramma aan het halen van de doelen van de KRW in 2027 gering zal zijn (Groenendijk et al. 2015).

Door de maatregelen uit de KRW-stroomgebiedbeheerplannen en het gevoerde en in uitvoering zijnde mestbeleid zal het aandeel wateren dat in 2027 voldoet aan alle biologische doelen volgens modelberekeningen toenemen tot 15 procent van de regionale wateren en 55 procent van de rijkswateren. Het doelbereik in de rijkswateren komt hoger uit omdat bij de afleiding van de normen rekening is gehouden met de gebruiksfunctie van het betreffende water. Hierdoor zijn de normen voor rijkswateren meestal minder streng (Gaalen et al. 2016).

Nieuwe stoffen kunnen problemen opleveren

Er zijn nieuwe stoffen die mogelijk problemen kunnen opleveren voor de waterkwaliteit. Het gaat hierbij onder andere om geneesmiddelen, microplastics en nanodeeltjes. Over de hoeveelheden en het effect van deze stoffen op de ecologische toestand is nog weinig bekend. Er zijn daarom nog geen doelen opgenomen in de KRW. Wel is een aantal stoffen, waaronder drie geneesmiddelen, opgenomen in de zogenoemde Europese watch list. Die lijst bevat stoffen waarover nog weinig bekend is en waarvoor nader onderzoek moet uitwijzen of ze alsnog op de Europese prioritaire stoffenlijst moeten worden geplaatst. Voor een aantal stoffen is Europees en nationaal beleid in voorbereiding, maar het is nog onduidelijk wat dit beleid gaat opleveren.

Integratie mest/gewasbeschermingsmiddelenbeleid en waterbeleid noodzakelijk

In veel wateren vormt de belasting met nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen een knelpunt voor verdere kwaliteitsverbetering. Soms bieden maatregelen bij rioolwaterzuiveringsinstallaties uitkomst. In de meeste gevallen moet echter vooral de belasting met nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen door de landbouw omlaag. Hiervoor lijkt een combinatie van generiek bronbeleid en gebiedsgerichte maatregelen (zoals voorgesteld in het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer) het meest geschikt. De huidige inzet in het mest- en gewasbeschermingsmiddelenbeleid blijkt onvoldoende te zijn om de KRW-doelen te halen. Dit vergt een verdergaande integratie van het mest- en gewasbeschermingsbeleid en het waterbeleid dan nu het geval is, met een betere afstemming tussen de KRW-doelen, de toelatingsbeoordeling voor gewasbeschermingsmiddelen en de gebruiksnormen in de nitraatrichtlijn (ACW 2016). Daarnaast zijn er aanvullende inrichtings- en beheermaatregelen nodig om ervoor te zorgen dat aan alle voorwaarden voor een goede ecologische toestand wordt voldaan.

Optimale mix van maatregelen kan KRW-doelen substantieel dichterbij brengen

Omdat de effectiviteit van landbouwmaatregelen afhankelijk is van de situatie ter plaatse, moet op regionaal en lokaal niveau worden gezocht naar de meest efficiënte (mix van) maatregelen. Peilgestuurde drainage en uitmijnen van fosfaat in een strook langs het water zijn maatregelen die de belasting met nutriënten substantieel verminderen. Deze kunnen de belasting van het oppervlaktewater met nutriënten met 10 tot 60 procent afnemen (Salm et al. 2015). Volgens berekeningen is op nationaal niveau gemiddeld 40 tot 50 procent vermindering noodzakelijk om de nutriëntendoelen te halen. Voor het verminderen van de emissies uit landbouwgronden is het ook relevant om nader te onderzoeken in hoeverre agrariërs boven de wettelijke gebruiksnormen bemesten en zo ja, of dit door betere handhaving kan worden tegengegaan (Gaalen et al. 2016).

Referenties

Naam van het gegeven

Kwaliteit oppervlaktewater KRW

Omschrijving

De beoordeling van de KRW voor het Nederlandse oppervlaktewater. Het eindoordeel is opgebouwd uit de chemische toestand en de ecologische toestand, hier omschreven als de chemische en ecologische kwaliteit. De ecologische toestand wordt bepaald door de overig relevante stoffen, de fysisch-chemische kwaliteit en de biologische toestand.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving; auteurs: Frank van Gaalen

Berekeningswijze

Beoordeling conform de KRW maatlatten systematiek

Basistabel

Beoordeling van de waterlichamen voor alle maatlatten. Definitieve resultaten afkomstig van http://www.waterkwaliteitsportaal.nl/

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Eens per 6 jaar wordt gerapporteerd.

Achtergrondliteratuur

IenM, 2015. Stroomgebied beheerplan. Rijndelta. Ministerie van Infrastructuur en Milieu
IenM, 2015. Stroomgebied beheerplan. Maas. Ministerie van Infrastructuur en Milieu
IenM, 2015. Stroomgebied beheerplan. Schelde. Ministerie van Infrastructuur en Milieu
IenM, 2015. Stroomgebied beheerplan. Eems. Ministerie van Infrastructuur en MilieuMolen, D.T.v.d., Pot, R., Evers, C.H.M., Nieuwerburgh, L.L.J.v., 2012. Referenties en maatlatten voor natuurlijke watertypen voor de Kaderrichtlijn Water 2015-2021. Stowa, Amersfoort.Gaalen F. van, A. Tiktak, R. Franken, E. van Boekel, P. van Puijenbroek & H. Muilwijk (2015), Waterkwaliteit nu en in de toekomst. Eindrapportage ex ante evaluatie van de Nederlandse plannen voor de Kaderrichtlijn Water. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.

Betrouwbaarheidscodering

Integrale enquete