Balans van de Leefomgeving

Beleidsopgave voor klimaatadaptatie wordt verkend

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Ruimtelijke adaptatie (2050)
  • Balans voor de leefomgeving 2016
De deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie beoogt dat Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten samen zorgen dat Nederland in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en robuust is ingericht. Uiterlijk in 2020 moet hiervoor beleid zijn ontwikkeld en geïmplementeerd. Gemeenten, waterschappen en provincies zijn relatief ver met de thema’s overstromingsrisico’s en wateroverlast, iets minder ver met droogte en het minst ver met de thema’s hittestress en vitale en kwetsbare functies.

Meer aandacht voor klimaatbestendig en waterrobuust inrichten in het bebouwd gebied.
Het thema ‘Ruimtelijke adaptatie’ is, naast Waterveiligheid en Zoetwater, één van drie thema’s in het Deltaprogramma. Door klimaatverandering kan in het bebouwde gebied schade ontstaan door hitte, extreme droogte en wateroverlast. Bij locatiekeuze, ruimtelijke inrichting en bouwwijze is daar in het verleden vaak onvoldoende rekening mee gehouden. Daarnaast kunnen als gevolg van overstroming buitendijks en binnendijks schade ontstaan en slachtoffers vallen. Vitale en kwetsbare functies, zoals ziekenhuizen en energiecentrales, zijn vaak niet bestand tegen overstroming.

Het thema ‘ruimtelijke adaptatie’ beoogt het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen wateroverlast, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Kern van de deltabeslissing ruimtelijke adaptatie is de ambitie van alle overheden (Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten) samen in Nederland in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht (IenM en EZ 2014). Hiertoe is een Bestuursovereenkomst Deltaprogramma getekend door betrokken partijen (2014). Klimaatbestendig en waterrobuust inrichten is uiterlijk in 2020 onderdeel van het beleid en handelen van deze overheden. Het Rijk zorgt ervoor dat nationale vitale en kwetsbare functies uiterlijk in 2050 beter bestand zijn tegen overstromingen en heeft daarvoor in 2020 beleid en regelgeving vastgesteld (IenM & EZ 2014).

Ruimtelijke adaptatie doelen, beleidsopgave, indicatoren

In tabel 1 is een overzicht opgenomen van doelen, beleidsopgave en indicatoren voor ruimtelijke adaptatie. Volgens planning kunnen de beleidsopgave en operationele doelen in 2020 worden vastgesteld. De voortgang van ‘ruimtelijke adaptatie’ en van de ‘nationale vitale en kwetsbare functies’ wordt jaarlijks gemonitord. Zo is in de eerste monitor ruimtelijke adaptie (Deltares 2015) geconcludeerd dat:

  • er meer aandacht lijkt te zijn voor de klimaateffecten met betrekking tot wateroverlast en waterveiligheid dan met betrekking tot droogteproblematiek of hittestress. Vooral bij gemeenten komt dit beeld naar voren. Dit doordat droogteproblematiek minder zichtbaar is en doordat droogteschade optreedt in landbouw en natuur en minder in stedelijk gebied (met uitzondering van paalrot). Bij de waterschappen en provincies is dit beeld gevarieerder. Dit komt vooral doordat droogteproblematiek niet overal aan de orde is.
  • hittestress is bij zowel de gemeenten, waterschappen als provincies nog nauwelijks een thema, zowel op het gebied van kennisontwikkeling als op beleidsontwikkeling. Hittestress is een relatief nieuw begrip en vanuit die constatering is het gebrek aan kennis en beleid te begrijpen.

De monitor ruimtelijke adaptatie 2016 geeft een vergelijkbaar beeld. De gemeenten, waterschappen en provincies die de monitor hebben ingevuld zijn naar eigen inschatting relatief ver met de thema’s overstromingsrisico’s en wateroverlast, iets minder ver met droogte en het minst ver met de thema’s hittestress en vitale en kwetsbare functies. Daarnaast scoren alle partijen relatief hoog op ‘weten’, iets lager op ‘willen’ en nog iets lager op ‘werken’ (Deltares 2016).
Er zijn nog geen afspraken gemaakt om de effectiviteit van maatregelen vast te stellen (monitoring en rapportage van effectiviteitsindicatoren).
Tabel 1. Stand van zaken; beschikbaarheid van doelen, beleidsopgave, indicatoren ruimtelijke adaptatie en nationale vitale en kwetsbare functies.

  Strategische doelen Operationele doelen Beleidsopgave Voortgang indicatoren Effectiviteit indicatoren
Ruimtelijke adaptatie   Vaststellen in 2020*2 Nog niet vastgesteld *3 Ja *5 Niet vastgesteld
Nationale vitale en kwetsbare functies Ja*1 Vaststellen in 2020*2 2020 *4 Ja*6 Niet vastgesteld
*1 Zie de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie (IenM & EZ 2014)*2 Betrokken partijen stellen uiterlijk in 2020 een adaptatiestrategie met concrete doelen op; zie Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie (IenM & EZ 2014).*3 Als concrete doelen zijn vastgesteld, kan ook de beleidsopgave worden vastgesteld. Hierover zijn geen afspraken gemaakt.*4 De beleidsopgave wordt in 2020 vastgesteld, zie Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (IenM & EZ 2014).*5 Voortgang wordt jaarlijks vastgesteld in ‘Monitor ruimtelijke adaptatie’ (Deltares 2015) In 2017 vindt evaluatie plaats over de voortgang. In deze monitor wordt gevolgd of klimaatbestendig en waterrobuust inrichten onderdeel is van het beleid en handelen van betrokken overheden.*6 Over de ontwikkeling van de aanpak van nationale vitale en kwetsbare functies wordt jaarlijks een voortgangsrapportage opgesteld; zie bijlage 3 Deltaprogramma 2016 (IenM & EZ 2015).

Referenties

Naam van het gegeven

Zoetwatervoorziening

Omschrijving

Ruimtelijke adaptatie klimaatverandering

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving; auteur: Ron Franken