Balans van de Leefomgeving

Beleidsopgave voor gevolgbeperking nog niet uitgewerkt, resultaten nieuw waterveiligheid in 2023 beschikbaar

Waterveiligheid preventie: toestand primaire waterkeringen (2050)
  • Balans voor de leefomgeving 2016
In 2050 moeten alle primaire waterkeringen (laag 1) aan de (nieuwe)waterveiligheidsnormen voldoen. In 2013 voldeed 65% van de keringen en 55% van de kunstwerken aan de huidige normen. Of het beleid tot het halen van het doel leidt, is afhankelijk van de beschikbare financiele middelen, efficiency en doorlooptijd van dijkverbetering.
Waterveiligheid gevolgbeperking (2050)
  • Balans voor de leefomgeving 2016
De onderdelen ruimtelijke inrichting (laag 2) en rampenbeheersing (laag 3) van het waterveiligheidsbeleid zijn nog in ontwikkeling. De beleidsopgave is nog niet bekend.

Lagenbenadering waterveiligheidsbeleid

Het waterveiligheidsbeleid wordt vorm gegeven in drie ‘lagen’. Laag 1 (preventie) is gericht op het voorkomen van overstromingen door waterkeringen, waterkerende kunstwerken en op rivier verruimende maatregelen. Laag 2 (ruimtelijke aanpassing) richt zich op een robuustere inrichting van het stedelijke gebied en op vitale en kwetsbare functies en laag 3 omvat de rampenbeheersing en evacuatiestrategieën.

In het Deltaprogramma is een nieuw waterveiligheidsbeleid ontwikkeld; de overstroming- risicobenadering. Deze gaat uit van de overstromingskansen en de gevolgen die een overstroming heeft, dit in plaats van overschrijdingskansen van de maatgevende hoogwaterstanden. Om de doelen van het waterveiligheidsbeleid te realiseren staat Laag 1 (preventie) voorop. Het investeren in het voorkomen van overstromingen (laag 1) is het meest doelmatig gebleken.

In 2017 komt er een aanpassing van de waterveiligheidsnormen en -eisen voor primaire waterkeringen. Vanaf 2017 vindt de vierde landelijke beoordeling van primaire waterkeringen plaats op basis van het nieuwe waterveiligheidsbeleid, de nieuwe normen en het bijpassende, vernieuwde beoordelingsinstrumentarium. Daarmee is er in 2023 een volledig beeld van de dijktrajecten die versterking nodig hebben. Het streven is dat alle primaire waterkeringen en waterkerende kunstwerken in 2050 aan de nieuwe normen voldoen (IenM & EZ 2015a).

Hieronder is voor elke laag beschreven welke indicatoren zijn vastgesteld en of hiervoor informatie beschikbaar is.

Laag 1 (preventie) Toestand primaire waterkeringen en basiskustlijn

35% van de primaire keringen (dijken, dammen en duinen) voldoen niet aan de huidige normen. Van de kunstwerken (met name sluizen) voldoet 45% niet aan de normen.

35% van de primaire keringen (dijken, dammen en duinen) voldoen niet aan de huidige normen. Van de kunstwerken (met name sluizen) voldoet 45% niet aan de normen.

Toetsing primaire keringen

Op basis van de Derde Landelijke Rapportage Toetsing (ILT 2011) en de Verlengde Derde Toetsing (ILT 2013) is geconstateerd dat 35% van onze primaire keringen (dijken, dammen en duinen) niet aan de huidige normen voldoet. Van de kunstwerken (met name sluizen) voldoet 45% niet aan de normen. Uit de rapportages van de waterschappen en de provinciale waterveiligheidsoordelen zijn echter geen acute veiligheidsproblemen naar voren gekomen (HWBP 2015). Prioritering van projecten geschiedt op basis van urgentie en potentiële schade (zie onder voortgang uitvoering).

Het aantal kilometers primaire waterkeringen dat niet aan de huidige norm voldoet, is toegenomen van 15 procent (549 kilometer) in 2001 naar 19 procent (680 kilometer) in 2006, 33 procent (1.225 kilometer) in 2011 en 35 procent (1.302 kilometer) in 2013. Dit komt omdat in de verlengde derde toetsing (in 2013) meer waterkeringen zijn beoordeeld waarbij gebleken is dat een aanzienlijk deel niet aan de huidige norm voldoet.

Ook het totale aantal waterkerende kunstwerken dat op kwaliteit is beoordeeld, is duidelijk toegenomen, van 1.458 in 2011 tot 1.777 in 2013. Dit komt vooral doordat in eerdere toetsingsronden niet alle waterkerende kunstwerken in Limburg zijn meegenomen. Het aantal waterkerende kunstwerken dat niet aan de normen voldoet, is daarmee eveneens toegenomen: van 23 procent (335) in 2011 tot 45 procent (799) in 2014. Dit aantal kan nog verder toenemen omdat voor 110 kunstwerken nader onderzoek nodig is.

Vanaf 2004 is de overschrijding van de basiskustlijn onder de 10% norm.

Vanaf 2004 is de overschrijding van de basiskustlijn onder de 10% norm.
De basiskustlijn wordt onderhouden door zandsuppleties.

De basiskustlijn wordt onderhouden door zandsuppleties.

Basiskustlijn

Voor de waterveiligheid van de kust is het handhaven van de Basiskustlijn uitgangspunt van het beleid. De basiskustlijn (BKL) wordt onderhouden door zandsuppleties (zie bovenstaande figuur). Jaarlijks voert RWS kustlijnmetingen uit om overschrijding van de BKL vast te stellen. Vanaf 2004 is de overschrijding van de basiskustlijn onder de 10% norm; dit betekent dat de hoeveelheid gesuppleerd zand toereikend is voor handhaving van de basiskustlijn (IenM 2016).

Voortgang uitvoering

In het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) worden de gesignaleerde gebreken aangepakt. In tabel 1 is een overzicht opgenomen van het aantal km primaire waterkeringen en het aantal waterkerende kunstwerken met een veiligheidsopgave, het aantal dat voor HWBP is aangemeld en het aantal dat in het HWBP is geprogrammeerd. Prioritering van projecten door HWBP geschiedt op basis van urgentie van elke afgekeurde dijk (dijkvak); de kans op overstroming vermenigvuldigd met het potentiële effect van overstroming. Bij de kans op een overstroming worden faalmechanismen (zoals hoogte, stabiliteit, piping, en bekleding) in beschouwing genomen. Als eerste worden die projecten aangepakt die het meest urgent zijn en die de meeste potentiële schade teweeg kunnen brengen (HWBP 2015).
Tabel 1. Veiligheidsopgave primaire waterkeringen en waterkerende kunstwerken, het aantal dat aangemeld is voor HWBP en het aantal dat geprogrammeerd is door HWBP voor de periode 2014-2021.

  Dijken, dammen en duinen (km) Kunstwerken (aantal)
Totaal in Nederland 3750 1777
Veiligheidsopgave op basis van derde toetsing (ILT 2011) en verlengde derde toetsing (ILT 2013) 1302 (35%) 799 (45%)
Aangemeld voor HWBP*1 748 275
HWBP programmering 2014-2021 480 179
     
*1 Resterende opgave via andere programma’s en regulier beheer en onderhoud: 554 km en 524 kunstwerken.
Bron: HWBP 2015

Laag 2 ruimtelijke inrichting

In de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is o.a. opgenomen dat ‘Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen de gezamenlijke ambitie vastleggen dat Nederland in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht en bij (her)ontwikkelingen geen extra risico op schade en slachtoffers ontstaat voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is’. Uiterlijk in 2020 is klimaatbestendigheid onderdeel van het beleid en handelen van de betrokken partijen door bij hun regionale en lokale ruimtelijke afwegingen de waterrobuustheid en klimaatbestendigheid van het eigen plangebied te analyseren (‘weten’), de resultaten van deze analyse te vertalen in een gedragen ambitie en een adaptatiestrategie met concrete doelen (‘willen’) en de beleidsmatige en juridische door werking van deze ambitie borgen voor uitvoering (‘werken’).

Ook is in de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie opgenomen dat ‘Het Rijk zorgt ervoor dat nationale vitale en kwetsbare functies uiterlijk in 2050 beter bestand zijn tegen overstromingen en daarvoor zo nodig in 2020 of zoveel eerder als mogelijk beleid en regelgeving heeft vastgesteld’ (IenM & EZ 2014).

In de Overstromingsrisicobeheerplannen (IenM 2015) zijn de onderstaande indicatoren voorgesteld om de voortgang van het beleid (laag 2) te volgen;

  • Toepassing Watertoets (gemeenten, Rijk en waterschappen)
  • Zoneren en voorwaarden stellen (Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen)
  • Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie ‘besluit uitwerken’. Hierbij kan gedacht worden aan ‘vitale en kwetsbare functies’ en ‘bij (her) ontwikkeling geen extra risico op schade en slachtoffers’.

Watertoets

Het doel van het watertoetsproces is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze meewegen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding. Voortgang van het watertoetsproces is beschreven in de Staat van ons water (IenM 2016). De effectiviteit van de watertoets wordt niet bezien.

Zoneren

Zoneren is relevant voor o.a. het kustfundament, langs primaire waterkeringen reserveringsgebieden en in het rivierbed van grote rivieren. Waar het gaat om zoneren worden de onderstaande indicatoren door PBL in het kader van de Monitor infrastructuur en Ruimte bezien:

  • Ruimtelijke ontwikkelingen in reserveringsgebieden ruimte voor de rivier.
  • Ruimtelijke ontwikkelingen in het rivierbed van grote rivieren
  • Ruimtelijke ontwikkelingen in het kustfundament

Ruimtelijke adaptatie; beschermen nationale vitale en kwetsbare functies tegen overstroming

Vitale en kwetsbare functies zijn functies (zoals energie, telecom/ICT, drinkwater, hoofdwegennet) die cruciaal zijn bij de rampenbeheersing bij overstroming of functies die bij een overstroming ernstige schade met zich mee kunnen brengen voor mens, milieu en economie. De Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie stelt dat het rijk er zorg voor draag dat nationale vitale en kwetsbare functies uiterlijk in 2050 beter bestand zijn tegen overstromingen.

De voortgang van afspraken over vitale en kwetsbare functies zijn beschreven in het Deltaprogramma 2016 bijlage 3 (IenM & EZ 2015b).

Ruimtelijke adaptatie: ambities voor klimaatbestendige stad in 2050

In de Bestuursovereenkomst Deltaprogramma (2014) is afgesproken dat klimaatbestendig en waterrobuust inrichten uiterlijk in 2020 integraal onderdeel is van beleid en handelen van betrokken partijen. (Ministerie IenM, IPO, UvW en VNG). Overheden die ondertekenen zorgen er voor dat in 2020 de uitkomsten van de analyse, de ambities, concrete doelen en adaptatiestrategie gepubliceerd zijn die zij in het kader van de implementatie van de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie opstellen.

Om effecten van maatregelen vast te stellen, kunnen ook monitoring afspraken gemaakt worden bijvoorbeeld over het gerealiseerd doelbereik. Met de gegevens die in 2020 beschikbaar komen, kan de nulsituatie vastgesteld worden. Bijvoorbeeld van vitale en kwetsbare functies in het stedelijk gebied, die niet al meegenomen zijn bij de nationale vitale en kwetsbare functies.

Ruimtelijke adaptatie; bij (her)ontwikkelingen ontstaat geen extra risico op schade en slachtoffers

Hierover zijn geen specifieke monitoring afspraken gemaakt.

Laag 3 Rampenbeheersing

In de Overstromingsrisicobeheerplannen (ORBP) zijn voor de rampenbeheersing (paraatheid) de volgende maatregelen / indicatoren voorgesteld (IenM 2015)

  • Plannen op orde houden hulpdiensten (Rijk, gemeenten, waterschappen, veiligheidsregio’s)
  • Opleiden, trainen, oefenen (Rijk, gemeenten, waterschappen, veiligheidsregio’s)
  • Overstroming voorspellen en waarschuwen (Rijk, gemeenten, waterschappen, veiligheidsregio’s)
  • Adequaat optreden handelingsperspectief bieden (Rijk, gemeenten, waterschappen, veiligheidsregio’s)
  • Kader grootschalige evacuatie (Rijk)
  • Module grootschalige evacuatie bij overstromingen (Rijk)
  • Samenwerking versterken (Rijk en veiligheidsregio’s).

In 2021 zullen de ORBP geactualiseerd worden en wordt aan de Europese Commissie gerapporteerd welke van de aangekondigde maatregelen in gang gezet zijn, afgerond of nog lopen. Om een voortgangsrapportage op te kunnen stellen is het noodzakelijk de uitvoering van maatregelen te monitoren. Voor laag 3 (rampenbeheersing) moet dit nog georganiseerd worden. Veiligheidsregio’s stellen een rampenbeheersingsplan op voor overstromingsrisico’s. Om in 2021 landelijk te kunnen rapporteren over de voortgang van maatregelen is het nodig om afspraken te maken over de manier van monitoren.

De ontwikkeling van een toetsingskader voor resultaatmeting vindt plaats in het project ‘water en evacuatie’. Naar planning is de toets in 2017 gereed (Veiligheidsberaad 2015). In aanvulling op bovenstaande indicatoren (die de voortgang van maatregelen / paraatheid van de rampenbeheersing in beeld brengen) zou dit toetsingskader voor resultaatmeting, de effectiviteit in beeld kunnen brengen.

Waterveiligheid, doelen, beleidsopgave en indicatoren

In tabel 2 is een overzicht opgenomen van doelen, beleidsopgave en indicatoren voor het waterveiligheidsbeleid. Dit waterveiligheidsbeleid is volop in ontwikkeling, hierdoor is de beleidsopgave voorlopig nog niet bekend. In tabel 2 is aangegeven welk type indicatoren beschikbaar zijn en welke ontbreken.
Tabel 2. Stand van zaken; beschikbaarheid van doelen, beleidsopgave, indicatoren waterveiligheid laag 1, 2 en 3.

  Strategische doelen Operationele Doelen Beleidsopgave Voortgang indicatoren Effectiviteit Indicatoren Efficiency Indicatoren
             
Laag 1 Ja Ja 2023 *1 Ja Ja *4
Laag 2 Ja Niet vastgesteld 2020 *2 Ja Niet vastgesteld  
Laag 3 Ja Niet vastgesteld – *3 *5 *3  
 
*1 naar planning komt de vierde toets primaire waterkeringen in 2023 beschikbaar.*2 naar planning wordt de beleidsopgave voor ‘vitale en kwetsbare functies’ in 2020 vastgesteld.*3 in het project ‘water en evacuatie’ wordt o.a. een toetsingskader voor resultaatmeting ontwikkeld (planning 2017). Op basis van dit toetsingskader kunnen eventuele tekortkomingen op gebied van evacuatie vastgesteld worden voor die veiligheidsregio’s waar waterveiligheid relevant is; hierover zijn nog geen afspraken gemaakt.*4 Het doelbereik (in 2050 voldoen alle primaire waterkeringen aan de nieuwe waterveiligheidsnormen) is afhankelijk van de gerealiseerde efficiency en de doorlooptijd van dijkverbeteringen. Er zijn geen efficiency doelstellingen. Wel is indicatief door HWBP berekend dat gegeven het doelbereik in 2050 de uitvoering van dijkverbetering sneller (factor 2) en goedkoper (30-40%) moet.*5 Indicatoren zijn vastgesteld, er zijn nog geen afspraken gemaakt over de manier van monitoren.

Referenties

Naam van het gegeven

Waterveiligheid – Beleidsanalyse

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving; auteur: Ron Franken

Berekeningswijze

Tekstanalyse, zie voor literatuur de referenties bij deze indicator

Basistabel

Niet van toepassing

Geografisch verdeling

Nederland