Balans van de Leefomgeving

2020 doelstelling niet-emissiehandelssectoren wordt gehaald

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Broeikasgasemissies van niet-ETS-sectoren waren in 2015 in totaal 94 Mton CO2-equivalenten. De doelstelling voor 2020 voor niet-emissiehandelssectoren wordt gehaald

Broeikasgasemissies van niet-ETS-sectoren waren in 2015 in totaal 94 Mton CO2-equivalenten. De doelstelling voor 2020 voor niet-emissiehandelssectoren wordt gehaald

2020 doelstelling niet-emissiehandelssectoren wordt gehaald

Grotere bedrijven vallen onder het Europees systeem voor emissiehandel (ETS). Dit betekent dat zij rechten moeten hebben om CO2 te mogen uitstoten. Deze rechten kunnen zij binnen de Europese Unie onderling kopen of verkopen. Kleinere bedrijven, huishoudens en verkeer vallen niet onder het ETS (niet-ETS), evenals een aantal energiebedrijven (zoals energiedistributeurs en afvalverwerkingsinstallaties).

De 450 Nederlandse bedrijven die aan het EU ETS deelnemen, hebben in 2015 in totaal 94,1 Mton CO2 uitgestoten. Dit is 5,1 Mton (5,7%) meer dan in 2014. De groei is toe te schrijven aan de toename van de uitstoot van kolencentrales met ongeveer 7,1 Mton; bij de overige deelnemers daalde de uitstoot met ongeveer 2 Mton (NEA 2016). De emissie van CO2 in de niet-ETS-sectoren is in 2015 met 3,9 Mton toegenomen tov 2014.

De Nationale Energie verkenning 2016 (K. Schoots, M. Hekkenberg en P. Hammingh (2016) laat zien dat de geraamde broeikasgasemissies voor de niet-ETS sectoren bij zowel vastgesteld als voorgenomen beleid daalt naar verwachting naar 95 megaton CO2-equivalenten in 2020. De cumulatieve uitstoot komt uit op ongeveer 800 megaton CO2– equivalenten. Dit is ruim onder het Europese reductiedoel voor Nederland van 920 megaton CO2-equivalenten voor die periode. Daarmee voldoet Nederland ook ruimschoots aan dit gerelateerde doel (NEV 2016).

Urgenda klimaatzaak

In de door Urgenda aangespannen klimaatzaak tegen de Staat heeft de rechtbank in Den Haag op 24 juni 2015 in zijn uitspraak bepaald dat Nederland de emissies van binnenlandse broeikasgassen in 2020 met 25% moet reduceren ten opzichte van 1990 (IenM 2015). De Staat heeft hoger beroep aangetekend tegen het vonnis, maar de rechter had al bepaald dat er hangende dit beroep toch alvast maatregelen moeten worden genomen om de extra reductie te bewerkstelligen. Om aan die doelstelling te voldoen, richt het kabinet zich op korte termijn op de uitvoering van het Energieakkoord.

Uit de inzichten tot en met 2016 over de emissietrends, zoals in de Nationale Energieverkenning van oktober 2016, blijkt dat er extra inspanningen nodig zijn om in 2020 te voldoen aan het vonnis. De Nationale Energieverkenning (NEV) 2016 geeft aan dat, met het nog niet volledig behalen van alle doelen uit het Energieakkoord, de broeikasgasuitstoot in 2020 zal zijn gereduceerd met 23% ten opzichte van 1990

In de NEV van 2017 wordt een nieuwe inschatting gemaakt mbt de haalbaarheid van het Urgenda-vonnis. Mocht het noodzakelijk zijn om additionele emissies van broeibasgassen te reduceren dan neemt het kabinet ook de optie om over te gaan tot sluiting van de kolencentrale die geen bij- en meestook van duurzame biomassa gaan toepassen in overweging (Rijksoverheid 19 juni 2017).

Trends per broeikasgas in Nederland

De emissie van broeikasgassen is in 2016 met 0,7 procent gestegen ten opzichte van 2015. De stijging in 2016 komt vooral door de toename van de CO2-emissie. De overige broeikasgassen daalden heel licht. De fluctuaties in de emissie van CO2 worden sterk bepaald door de temperatuur in de wintermaanden in verband met de verwarming van woningen, gebouwen en de kassen.

In 2016 is de uitstoot van CO2 ten opzichte van 2015 met 1,8 Mton toegenomen tot 167,2 Mton. De toename komt door een hogere productie bij de chemische industrie (1,5 Mton CO2), meer aardgasverbruik voor ruimteverwarming in de gebouwde omgeving (0,8 Mton CO2) en een nettodaling bij energiebedrijven (-0,4 Mton CO2).

Per broeikasgas verschilt de ontwikkeling van de emissie. Ten opzichte van het basisjaar 1990 is de uitstoot van CO2 met 2,6 procent toegenomen. De toename van kooldioxide sinds 2010 werd voornamelijk veroorzaakt door een toename in de sectoren Energie en Verkeer en vervoer. De toename in de Energiesector is na 2010 omgeslagen in een daling tot 2014 doordat er minder elektriciteit werd opgewekt dan in eerdere jaren. Er werd meer elektriciteit ingevoerd, vooral uit Duitsland. Elektriciteit uit het buitenland was regelmatig goedkoper dan in Nederlandse aardgascentrales opgewekte elektriciteit. Na 2013 nam de emissie door meer inzet van steenkool bij de elektriciteitscentrales weer toe. Bij de sector Verkeer en vervoer is de stijging na 2011 omgeslagen in een daling door een schoner autopark, “grenstanken’ en minder verkeer. In 2015 is er door de aantrekkende economie een lichte stijging van de emissie van CO2 te zien.

Met een totale uitstoot van 744 kton in 206 is de uitstoot van CH4 ten opzichte van het basisjaar voor Kyoto (1.293 kton) met 42,5 procent (549 kton) gedaald. Het grootste deel van deze daling is het gevolg van de reguliere afname van de emissies uit stortplaatsen (sector afvalverwijdering). Daarnaast heeft er ook een daling plaatsgevonden in de landbouwsector en in de energiesector. De daling in de landbouwsector wordt met name veroorzaakt door een afname van de dieraantallen en minder gebruik van dierlijke mest. Sinds 2013 is er juist door de toename van de dieraantallen weer een lichte toename van CH4-emissies zichtbaar. In de energiesector zijn door het nemen van maatregelen bij de olie- en gaswinning de emissies afgenomen.

De uitstoot van N2O is ten opzichte van het basisjaar voor Kyoto met ongeveer 54 procent gedaald. Deze daling van de uitstoot van N2O is gerealiseerd in de chemische industrie en de landbouwsector. De daling van de uitstoot in de chemische industrie is het gevolg van N2O-reductiemaatregelen bij de productie van salpeterzuur. De daling in de landbouwsector kent verschillende oorzaken: afname van dieraantallen, minder gebruik van zowel kunstmest als dierlijke mest en een lagere N-uitstoot per dier door een lager stikstofgehalte in het voer. Ook bij de N2O is er vooral door de toename van de dieraantallen de laatste jaren een lichte stijging waa te nemen in de landbouwsector.

De totale uitstoot van fluorhoudende gassen (F-gassen) is ten opzichte van 1995 met bijna 74 procent gedaald. De afname van de uitstoot van F-gassen is vooral het gevolg van reductiemaatregelen die zijn getroffen in het kader van het Reductieplan Overige Broeikasgassen.

In 2015 zijn de uitstoot van methaan en distikstofoxide met respectievelijk 41 en 53 procent gedaald ten opzichte van het basisjaar voor Kyoto. In 2014 is de totale uitstoot van fluorhoudende gassen ten opzichte van 1995 met 75 procent gedaald.

In 2015 zijn de uitstoot van methaan en distikstofoxide met respectievelijk 41 en 53 procent gedaald ten opzichte van het basisjaar voor Kyoto. In 2014 is de totale uitstoot van fluorhoudende gassen ten opzichte van 1995 met 75 procent gedaald.

Europese uitstoot van broeikasgassen daalt

In 2015 bedroeg de totale uitstoot van broeikasgasemissies in de EU28 4317 miljoen ton CO2-equivalent. Deze emissies zijn exclusief landgebruik en ontbossing. Hiermee liggen de emissies 24% lager dan de uitstoot in 1990. In dezelfde periode groeide de Europese economie met ongeveer 50%. De broeikasgasemissies daalden in de meeste sectoren, met uitzondering van wegverkeer en het gebruik van koeling ook via airconditioning Deze emissiereductie werd met name veroorzaakt door een toename in het gebruik van hernieuwbare energie, een verschuiving naar brandstoffen die minder koolstof bevatten en een verbetering in de energie-efficiency (energiebesparing). Gedurende een periode van 25 jaar is de energievraag van de huishoudens afgenomen, met name in de vorm van de vraag naar warmte. Dit werd mede veroorzaakt door relatief mildere winters in Europa.

Kyoto-doelstelling voor Europa

Eind 2012 zijn er afspraken gemaakt tussen landen over de verlenging van het Kyoto Protocol. De landen die aan die verlenging mee doen, hebben afgesproken om de broeikasgasemissies in de periode 2013 tot en met 2020 gezamenlijk met 20 % te reduceren ten opzichte van het Kyoto-basisjaar (een optelling van de CO2-equivalenten van koolstofdioxide, lachgas en methaan in 1990 en die van de fluorhoudende gassen in 1995).

In 2015 bedroeg de totale uitstoot van broeikasgasemissies in de EU28 4317 miljoen ton CO2-equivalent. Hiermee liggen de emissies 24% lager dan de uitstoot in 1990, waarmee het doel voor 2020 al gehaald is

In 2015 bedroeg de totale uitstoot van broeikasgasemissies in de EU28 4317 miljoen ton CO2-equivalent. Hiermee liggen de emissies 24% lager dan de uitstoot in 1990, waarmee het doel voor 2020 al gehaald is

Referenties