Balans van de Leefomgeving

Emissies luchtverontreinigende stoffen liggen, op ammoniak na, ruim onder de Europese emissieplafonds voor 2010

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Nederland voldoet in 2015 voor stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2) en vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan (Niet-Methaan-VOS) aan de Europese emissieplafonds die gelden vanaf 2010. Het doel voor ammoniak is binnen bereik. De emissiedoelen voor luchtverontreinigende stoffen die gelden vanaf 2020 zijn voor Nederland waarschijnlijk haalbaar.

Emissies luchtverontreinigende stoffen liggen , op ammoniak na, ruim onder de Europese emissieplafonds voor 2010

Emissies luchtverontreinigende stoffen liggen , op ammoniak na, ruim onder de Europese emissieplafonds voor 2010

Uitstoot stikstofoxiden blijft verder dalen

In 2015 bedroeg de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) 228 kiloton. Dit ligt ruim onder het emissieplafond (EU-NEC Richtlijn) van 260 kiloton dat geldt voor NOx vanaf 2010 (EC, 2001). Gegeven emissietotalen zijn exclusief de emissies van de zeescheepvaart; deze emissies vallen namelijk buiten de emissieplafonds zoals afgesproken in de EU-richtlijnen. In de periode 1990-2015 zijn de NOx emissies gedaald met 62%. Dit is vooral het gevolg van het stellen van emissie-eisen aan personenauto’s en vrachtverkeer (Euro-normen) en maatregelen in de industrie, raffinaderijen en energiesector.

De Nederlandse reductieverplichting voor stikstofoxiden in 2020 is 45% ten opzichte van 2005 (EC, 2016). Dit komt overeen met een emissieplafond van 203 kiloton. Met vastgesteld en voorgenomen beleid daalt de uitstoot van stikstofoxiden naar verwachting tot circa 177 kiloton in 2020 (Smeets et al., 2017). Dit is ruim onder het emissieplafond dat geldt vanaf 2020. De grootste absolute daling in uitstoot van stikstofoxiden tussen 2015 en 2020 treedt op bij het verkeer. Dit komt door de vastgestelde Europese normen voor het dieselwegverkeer en mobiele machines. In de elektriciteitsproductie daalt de uitstoot tussen 2015 tot 2020 met enkele kiloton door het uit bedrijf nemen van oude kolencentrales (afspraak Energieakkoord) en door de stimulering van opwekking uit hernieuwbare bronnen (wind en zon). In de industrie wordt een lichte stijging in de emissies verwacht, wat het gevolg is van de veronderstelde economische groei bij onveranderde emissienormen.
In 2016 is een nieuwe EU-verordening gepubliceerd met nieuwe emissie-eisen voor verbrandingsmotoren bij mobiele machines en binnenvaartschepen (Fase-V emissienormen). Daarnaast zijn in de EU afspraken gemaakt over de aanscherping van de testprocedure voor de uitstoot door diesel personen- en bestelwagens (Real Driving Emissions regelgeving). Deze Europese regelgeving is daarmee in de raming vastgesteld beleid geworden.

Uitstoot van zwaveldioxide stabiliseert

In 2015 bedroeg de uitstoot van zwaveldioxide (SO2) 30 kiloton. Dit ligt onder het emissieplafond (EU-NEC Richtlijn) van 50 kiloton dat geldt voor zwaveldioxide vanaf 2010 (EC, 2001).
Opvallend is de emissiedaling van zwaveldioxide in de periode 2008-2012. Deze daling is vooral het gevolg van een overschakeling van olie- naar gasstook bij de raffinaderijen en door het verder aanscherpen van normen voor het maximaal zwavelgehalte van rode diesel die werd gebruikt door de binnenvaart, visserij en mobiele werktuigen.

De Nederlandse reductieverplichting voor zwaveldioxide in 2020 is 28% ten opzichte van 2005 (EC, 2016). Dit komt overeen met een emissieplafond van 46 Kton. Met het vastgesteld en voorgenomen beleid stabiliseert de uitstoot van zwaveldioxide naar verwachting op circa 30 kiloton in 2020 (Smeets et al., 2017). Dit is ruim onder het emissieplafond dat geldt vanaf 2020
De emissies door de energiesector (kolencentrales) dalen tussen 2015 en 2020 door de in het Energieakkoord afgesproken sluiting van vijf oudere kolencentrales in 2016 en 2017. Daar staat tegenover dat de emissies van de raffinaderijen in de raming naar verwachting stijgen in vergelijking met de uitstoot in 2015. Deze stijgende trend tussen 2015 en 2020 voor raffinaderijen in de raming verdient enige toelichting. De bedrijfsvoering bij raffinaderijen kan namelijk van jaar tot jaar verschillen. Om deze variaties in bedrijfsvoering mee te kunnen nemen in de ramingen is een meerjarig gemiddelde als uitgangspunt genomen voor de projecties. Omdat dit meerjarig gemiddelde niveau boven het emissieniveau van de realisatie in 2015 ligt, ligt de geraamde uitstoot voor raffinaderijen in 2020 automatisch ook op een hoger niveau dan de realisatie in 2015. De emissies vanuit de industrie (o.a. basismetaal, bouwmaterialen en chemie) stijgen licht door de geraamde economische groei terwijl de huidige emissienormen onveranderd blijven.

Uitstoot van niet-methaan vluchtige organische stoffen stijgt licht

In 2015 bedroeg de uitstoot van niet-methaan vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan (Niet-Methaan-VOS) 139 kiloton. Dit ligt onder het emissieplafond (EU-NEC Richtlijn) van 185 kiloton dat geldt voor NMVOS vanaf 2010 (EC, 2001)
In de periode 1990-2015 zijn de emissies vooral gedaald door maatregelen in het kader van het Koolwaterstoffen 2000-programma en het Nationaal Reductieplan NMVOS. Daarnaast zijn de emissies in de verkeerssector gedaald doordat de emissie-eisen voor het wegverkeer (Euro-normen) regelmatig zijn aangescherpt. De emissies in 2015 liggen 4 kiloton lager dan in 2014, wat wordt verklaard door een daling in uitstoot in de sector verkeer.

De reductieverplichting voor niet-methaan vluchtige organische stoffen voor 2020 van 8% komt overeen met een plafond van 167 kiloton (EC, 2016). Met het vastgestelde en voorgenomen beleid stijgt de uitstoot van vluchtige organische stoffen naar verwachting licht tot circa 143 kiloton in 2020 (Smeets et al. 2017). Dit is ruim minder dan het emissieplafond dat geldt vanaf 2020. Achter de geraamde stijging van de emissie gaan een aantal verschillende ontwikkelingen schuil; een daling bij het wegverkeer als gevolg van de Europese emissienormen voor wegvoertuigen en mobiele machines; een daling bij de energiesector (on- en offshore winning van gas en olie) en een beperkte daling van de uitstoot bij houtkachels door onder meer enige toename van gecertificeerde en dus schonere kachels. Hier tegenover staat een stijging in de uitstoot van de industrie, op- en overslag van chemische producten en brandstoffen en uit consumentenproducten zoals cosmetica (deo- en haarsprays), autoproducten en schoonmaakmiddelen. Deze toenames hangen samen met de verwachte groei van die activiteiten bij continuering van de huidige product- en emissienormen.

Uitstoot van ammoniak daalt licht

In 2015 bedroeg de uitstoot van ammoniak 128 kiloton. De huidige emissie ligt daarmee op het niveau van het plafond dat geldt voor NH3 vanaf 2010 (EC, 2001) Het emissieplafond is daarmee binnen bereik. Echter, aangezien er momenteel discussie plaats vindt over de methodiek voor het vaststellen van de ammoniakemissies, kan op dit moment niet worden vastgesteld of het emissiedoel voor ammoniak voor 2010 ook daadwerkelijk bereikt is.
De sector landbouw heeft verreweg het grootste aandeel (ruim 85% in 2015) in de Nederlandse uitstoot van ammoniak. Ammoniak komt vooral vrij uit dierlijke mest. Sinds 1990 zijn de emissies met ruim 65% afgenomen; in de periode 1990-2000 was de afname het sterkst. De afname sinds 1990 is het gevolg van krimp van de veestapel, eiwitarm voer, afdekken van mestopslagen, emissiearm bemesten en emissiearme stallen. De grootste bijdrage levert emissiearme bemesting.

In de EU is een reductie van de ammoniakemissie afgesproken van 13% in 2020 ten opzichte van 2005 (EC, 2016). Dit komt overeen met een plafond van 135 kiloton (bij een emissie voor 2005 van 155,5 kiloton). Met het vastgestelde en voorgenomen beleid is de verwachting dat de uitstoot van ammoniak afneemt tot circa 117 kiloton in 2020 (Smeets et al., 2017). Dit is ruim minder dan het emissieplafond dat geldt vanaf 2020.
De geraamde afname van de emissie tot 2020 in de landbouw ontstaat enerzijds door toepassing van vergaande emissiearme stallen bij varkens (als gevolg van schaalvergroting en verdergaand provinciaal beleid in Noord-Brabant en Limburg) en anderzijds door het toepassen van emissiearmere bemestingstechnieken. Vanaf 1 juli 2015 hebben boeren ook te maken met het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Naast staleisen uit het Besluit emissiearme huisvestingssystemen, zijn in de PAS ook voer- en managementmaatregelen en regels voor toedienen van mest opgenomen.
Het emissieplafond voor 2020 ligt hoger dan dat voor 2010. Dit verschil hangt samen met de manier waarop beide doelen zijn geformuleerd: als absoluut plafond (2010) dan wel als procentuele reductie (2020 tov 2005). Hierdoor is bij de herberekening van historische emissiecijfers voor ammoniak in 2016 het 2020-plafond automatisch naar boven bijgesteld terwijl het absoluut geformuleerde 2010-plafond onveranderd is gebleven.

Uitstoot van de fijnere fractie van fijn stof (PM2,5) daalt licht

De uitstoot van de fijnere fractie van fijn stof (PM2,5) bedroeg 12.8 kiloton in 2015. Voor PM2,5 is er geen emissieplafond voor 2010 opgenomen in de EU-NEC-richtlijn; een emissiedoel voor PM2,5 is voor het eerst vastgelegd in het herziene Gotenburg protocol (IenM 2012) en in de nieuwe Europese richtlijn van december 2016 (EC, 2016).
Het reductiedoel voor 2020 is 37% ten opzichte van 2005. Dit komt overeen met een emissieplafond van 13,5 kiloton. Met vastgesteld en voorgenomen beleid neemt de uitstoot van de fijnere fractie van fijn stof (PM2,5) naar verwachting af tot circa 10,9 kiloton in 2020 (Smeets et al., 2017). Dit is ruim minder dan het emissieplafond dat geldt vanaf 2020 van 13,4 kiloton.
In de periode 1990-2015 zijn de emissies vooral gedaald bij de bedrijven en het (weg)verkeer. De afname bij de bedrijven (industrie, energiesector en raffinaderijen) is vooral te danken aan milieuregelgeving, waaronder het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) en de Nederlandse Emissie Richtlijn Lucht (NER). Dit heeft geleid tot maatregelen zoals procesaanpassingen en een toename van het gebruik van filters. De daling bij het wegverkeer is het gevolg van de Europese emissie-eisen aan nieuwe auto’s.
De daling in emissies wordt met name verklaard door de reducties bij het wegverkeer als gevolg van de Europese emissienormen voor wegvoertuigen en mobiele machines en binnenvaartschepen. In de industrie voorzien we een lichte stijging van de emissies door de veronderstelde economische groei bij handhaving van de huidige emissienormen. Bij houtkachels ramen we een geringe daling van de uitstoot door een lichte toename van gecertificeerde en dus schonere kachels bij een onveranderde houtinzet.

Nationale emissiedoelen richten zich op de geleidelijke verbetering van de grootschalige luchtkwaliteit

Afgesproken emissiedoelen voor Nederland en andere Europese lidstaten richten zich op de geleidelijke verbetering van de grootschalige luchtkwaliteit over Europa. Met de afgesproken emissiedoelen voor luchtverontreinigende stoffen wil de Europese Unie dichter bij de langetermijndoelstelling komen van een luchtkwaliteitsniveau dat geen significante nadelige effecten heeft voor mens en natuur (EU 2016). De door de emissiedoelen veroorzaakte verbetering van de grootschalige luchtkwaliteit brengt deze langetermijndoelstelling dichterbij, maar wordt hiermee nog niet gehaald. Ook bij emissieniveaus volgens de projecties, die lager liggen dan de afgesproken emissiedoelen, treden nog nadelige effecten op voor milieu en gezondheid.
Voor de blootstelling van de bevolking aan fijn stof wordt verwezen naar het doelbereik Lokale luchtkwaliteit (thema gezonde leefomgeving).

Referenties

  • EC (2016), Richtlijn(EU) 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen, tot wijziging van Richtlijn 2003/35/EG en tot intrekking van Richtlijn 2001/81/EG, Publicatieblad van de Europese Unie L 344/1, Brussel: Europese Unie.
  • ER (2016), Emissieregistratie, emissiecijfers 1990-2015 vastgesteld in december 2016. RIVM, Bilthoven. http://www.emissieregistratie.nl/
  • NEV (2015), Nationale Energieverkenning 2015. ECN, Petten
  • Smeets, W. et al (2017), Emissieramingen luchtverontreinigende stoffen Nederland – Rapportage 2017, Den Haag: PBL. http://www.pbl.nl/publicaties/emissieramingen-luchtverontreinigende-stoffen-nederland-rapportage-2017
  • IenM (2012), Herziening Gotenburg Protocol inzake luchtverontreiniging. Den Haag: Ministerie van Infrastructuur en Milieu
  • Velders, G.J.M. et al. (2017), Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland. Rapportage 2017, Bilthoven: RIVM

Naam van het gegeven

Emissies luchtverontreinigende stoffen

Omschrijving

Emissies luchtverontreinigende stoffen in Nederland

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving

Berekeningswijze

Deze indicator geeft de emissieramingen voor luchtverontreinigende stoffen zoals gerapporteerd in het document ‘Emissieramingen van luchtverontreinigende stoffen Nederland- Rapportage 2017’ (Smeets et al., 2017). Elke drie tot vier jaar worden de ramingen diepgaand geactualiseerd (voll Deze indicator geeft de emissieramingen voor luchtverontreinigende stoffen zoals gerapporteerd in het document ‘Emissieramingen van luchtverontreinigende stoffen Nederland- Rapportage 2017’ (Smeets et al., 2017). Elke drie tot vier jaar worden de ramingen diepgaand geactualiseerd (volledige actualisatie) en in tussenliggende jaren gebeurt dit minder diepgaand (lichte actualisatie). Volledige actualisaties worden uitgevoerd in het kader van de Nationale Energieverkenningen (NEV). De laatste volledige actualisatie is gedaan in het kader van de NEV 2015 (NEV, 2015). Deze indicator geeft ramingen volgens de lichte actualisatie van 2017 (Smeets et al., 2017). Deze cijfers zijn in lijn met de ramingen die het RIVM gebruikt voor het jaarlijks opstellen van grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland (GCN en GDN), die gebruikt worden in het kader van het NSL en de PAS (Velders et al., 2017). In de NEV 2018 zullen de ramingen van luchtverontreinigende stoffen opnieuw volledig worden geactualiseerd. Emissiecijfers voor historische jaren zijn gebaseerd op cijfers van de Emissieregistratie, zoals vastgesteld in december 2016 (ER, 2016).De rapportage van Velders et al. geeft emissietotalen voor het wegverkeer op basis van de in Nederland verbruikte hoeveelheid brandstof (Fuel Consumed), terwijl de emissies hier zijn gegeven op basis van de in Nederland verkochte hoeveelheid brandstof (Fuel Sold) (Smeets et al., 2017). De Fuel Sold rekenmethodiek is internationaal voorgeschreven voor de rapportage van landtotalen.edige actualisatie) en in tussenliggende jaren gebeurt dit minder diepgaand (lichte actualisatie). Volledige actualisaties worden uitgevoerd in het kader van de Nationale Energieverkenningen (NEV). De laatste volledige actualisatie is gedaan in het kader van de NEV 2015 (NEV, 2015). Deze indicator geeft ramingen volgens de lichte actualisatie van 2017 (Smeets et al., 2017). Deze cijfers zijn in lijn met de ramingen die het RIVM gebruikt voor het jaarlijks opstellen van grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland (GCN en GDN), die gebruikt worden in het kader van het NSL en de PAS (Velders et al., 2017). In de NEV 2018 zullen de ramingen van luchtverontreinigende stoffen opnieuw volledig worden geactualiseerd. Emissiecijfers voor historische jaren zijn gebaseerd op cijfers van de Emissieregistratie, zoals vastgesteld in december 2016 (ER, 2016).De rapportage van Velders et al. geeft emissietotalen voor het wegverkeer op basis van de in Nederland verbruikte hoeveelheid brandstof (Fuel Consumed), terwijl de emissies hier zijn gegeven op basis van de in Nederland verkochte hoeveelheid brandstof (Fuel Sold) (Smeets et al., 2017). De Fuel Sold rekenmethodiek is internationaal voorgeschreven voor de rapportage van landtotalen.

Geografisch verdeling

Nederland