Balans van de Leefomgeving

Ammoniakemissie van de landbouw stabiliseert

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

De ammoniakemissie van de landbouw stabiliseert in 2015, terwijl de emissies sinds 1990 met ruim 65% zijn afgenomen. In tegenstelling tot de emissies, dalen de concentraties van ammoniak in de lucht sinds 2000 niet meer.

De ammoniakemissie van de landbouw stabiliseert in 2015, terwijl de emissies sinds 1990 met ruim 65% zijn afgenomen.

De ammoniakemissie van de landbouw stabiliseert in 2015, terwijl de emissies sinds 1990 met ruim 65% zijn afgenomen.

Ammoniakemissie landbouw in 2015 stabiliseert

Ammoniak komt vrij uit stallen, mestopslagen, tijdens beweiding en bij het aanwenden van mest. De berekende ammoniakemissie in 2015 is nagenoeg gelijk aan die van 2014, ondanks de groei van de melkveestapel. Het effect van deze groei is echter gecompenseerd door een toename van emissiearme huisvesting, een grotere mestafzet buiten de landbouw en een groter aandeel mestinjectie bij het toedienen van mest. De groei van de ammoniakemissie door de groei van de melkveestapel, die is opgetreden als gevolg van de afschaffing van het melkquotum per 1 april 2015, wordt na 2016 afgeremd door de introductie van het fosfaatreductiepakket. Dit pakket heeft als doel om de fosfaatproductie door de melkveestapel voor het einde van 2017 weer onder het afgesproken fosfaatplafond te krijgen.

In de periode 1990-2015 zijn de emissies van NH3 uit de landbouw met ruim 65% afgenomen; in de periode 1990-2000 was de afname het sterkst. Deze afname is het gevolg van krimp van de veestapel, eiwitarm voer, afdekken van mestopslagen, emissiearm bemesten en emissiearme stallen. De grootste bijdrage levert emissiearme bemesting (De Haan et al. 2009; CDM 2014). Bij emissiearm bemesten vervluchtigt er weinig ammoniak, waardoor er meer stikstof in de bodem beschikbaar komt voor het gewas en er minder kunstmest nodig is. Ondanks dat de Nederlandse landbouwsector de emissies sinds 1990 meer dan gehalveerd heeft, is de intensiteit van ammoniakemissie per hectare landbouwgrond nog 60 kg NH3 en daarmee de hoogste in de EU.

Het 2010-doel voor de ammoniakemissie is geformuleerd als een absoluut emissieplafond (128 kton). Sinds de herberekening van de historische emissiereeks ligt de huidige emissie op het niveau van het plafond. De land- en tuinbouw droeg 111 kton bij aan de totale ammoniakemissie.

In EU verband is een reductie van de ammoniakemissie uit alle bronnen afgesproken van 13% in 2020 ten opzichte van 2005. Dit komt overeen met een plafond van 135 kton, waarmee het doel voor 2020 hoger is dan dat voor 2010. De verwachting is dat de ammoniakemissie in 2020 zal afnemen tot 117 kiloton, waarmee het doel voor dat jaar dus zal worden gehaald. De geraamde afname van de emissie ontstaat enerzijds door toepassing van vergaande emissiearme stallen bij varkens (als gevolg van schaalvergroting en verdergaand provinciaal beleid in Noord-Brabant en Limburg) en anderzijds door het toepassen van emissiearmere bemestingstechnieken. Vanaf 1 juli 2015 hebben boeren ook te maken met het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Naast staleisen uit het Besluit emissiearme huisvestingssystemen, zijn in de PAS ook voer- en managementmaatregelen en regels voor toedienen van mest opgenomen.

Concentraties van ammoniak dalen sinds 2000 niet

In tegenstelling tot de emissies, dalen de concentraties van ammoniak in de lucht sinds 2000 niet meer. In de periode 2005-2014 is deze zelfs licht gestegen (Stolk et al. 2017). Deze trend wordt ook gevonden in het sinds 2005 operationele Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden en is een indicatie dat de ammoniakbelasting op natuur (Natura 2000 gebieden) niet meer afneemt terwijl dat wel nodig is voor een duurzame instandhouding van die natuur.

Het verschil in de trends van de (berekende) emissies en (gemeten) concentraties roept vragen op bij de landbouwsector over de effectiviteit van het ammoniakbeleid. Het is onwaarschijnlijk dat het verschil in trends alleen het gevolg is van een overschatting van de effectiviteit van het ammoniakbeleid. Een mogelijke oorzaak voor een trendverschil is dat de emissies bij aanwending van mest (per kg emissie) minder bijdragen aan de gemeten luchtconcentraties dan stalemissies, omdat aanwendingsemissies geconcentreerd zijn in een beperkte periode van het jaar en vooral overdag optreden. Ook is het mogelijk dat het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) van het RIVM niet helemaal representatief is in de zin dat door de locatiekeuze van de meetpunten de aanwendingsemissies minder goed worden gedetecteerd dan stalemissies. Deze twee oorzaken zouden in theorie een deel van het verschil kunnen verklaren in trend tussen emissies en concentraties in de periode 2007-2014. Daarnaast spelen de lager geworden concentraties van vooral zwaveldioxide (SO2) een rol.

Zowel de effectiviteit van een aantal emissiereducerende maatregelen, als de representativiteit en de methodiek van de ammoniakmetingen zijn onderwerp van recente discussies. Nader onderzoek zal uitsluitsel moeten geven over de bijdrage van deze aspecten aan het trendverschil. Hoewel er geen aanleiding is om te veronderstellen dat de ammoniakemissies in het verleden zijn onderschat kan dat nog niet worden uitgesloten. Deze onzekerheid is mede debet aan het niet kunnen bepalen of het eerder genoemde EU doel voor 2010 ook daadwerkelijk is bereikt. Deze onzekerheid kan niet door het beleid weggenomen worden, maar is in eerste instantie van wetenschappelijke aard. Het ontbreken van die beleidsmatige weg voor het wegnemen van de onzekerheid is de reden om voor de 2010 emissie-indicator niet voor de gele kleurcode te kiezen, ondanks het feit dat de geraamde emissie rond het doel ligt.

Referenties

Naam van het gegeven

Mest en ammoniak

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving: auteurs: Albert Bleeker, Sietske van der Sluis en Marian van Schijndel (PBL/WLV)

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks