Balans van de Leefomgeving

De Rode Lijst van bedreigde soorten is sinds 2005 korter geworden, de mate van bedreiging is afgenomen

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Het beleid streeft naar verminderen van de bedreiging van soorten

Het hoofdstreefdoel van de Europese Biodiversiteitsstrategie 2020 is het biodiversiteitsverlies en de achteruitgang van ecosysteemdiensten uiterlijk in 2020 tot staan te brengen en zo veel mogelijk ongedaan te maken, en tevens de bijdrage van de Europese Unie te vergroten in het tegengaan van het wereldwijde biodiversiteitsverlies.

De Rode Lijst Indicator (RLI) brengt de verandering in het aantal Nederlandse soorten op de Rode Lijst en de mate van bedreiging van deze soorten in beeld. De RLI geeft gemiddelde waarden voor zeven soortgroepen weer, namelijk zoogdieren, broedvogels, reptielen, amfibieën, dagvlinders, libellen en hogere planten. De RLI sluit aan op de internationale verdragen die Nederland heeft geratificeerd, met name het Bern-verdrag en het Biodiversiteitsverdrag en de biodiversiteitsdoelstelling zoals vastgelegd in de EU Biodiversteitsstrategie.

Sinds 1995 zijn er in Nederland voor een aantal soortgroepen officiële nationale Rode Lijsten verschenen. Het Ministerie van Economische Zaken neemt de RLI in zijn huidige vorm sinds 2015 op in de rijksbegroting (EZ 2015). Vanuit het strategische doel ‘behoud biodiversiteit’ streeft het beleid ernaar de lengte van de Rode Lijsten te verkorten en de kleur van de lijsten ‘minder rood’ te maken, dat wil zeggen de mate van bedreiging te verminderen.

Het aantal bedreigde soorten, dat op de Rode Lijst staat, is sinds 2005 met circa 1% afgenomen.

Het aantal bedreigde soorten, dat op de Rode Lijst staat, is sinds 2005 met circa 1% afgenomen.| Rode Lijstsoorten | Rode Lijst- en niet-bedreigde soorten, 1995-2016
De Rode Lijst (RLI lengte) is iets korter geworden. De mate van bedreiging (RLI kleur) is sinds 1995 wat sterker afgenomen

De Rode Lijst (RLI lengte) is iets korter geworden. De mate van bedreiging (RLI kleur) is sinds 1995 wat sterker afgenomen
De bedreiging van planten, libellen en zoogdieren is sinds 1995 waarneembaar verminderd. Dit geldt niet voor de overige soortgroepen

De bedreiging van planten, libellen en zoogdieren is sinds 1995 waarneembaar verminderd. Dit geldt niet voor de overige soortgroepen

De Rode Lijst is sinds 2005 wat korter geworden en de mate van bedreiging is afgenomen

Het aantal soorten dat in Nederland op de Rode Lijst van bedreigde soorten staat is één van de maten voor de toestand van de Nederlandse biodiversiteit, naast indicatoren over populatietrends van soorten en ecosysteemkwaliteit. Hoe meer soorten bedreigd zijn, des te slechter staat de natuur ervoor en andersom. Tussen 1950 en 1995 is het aantal bedreigde soorten sterk toegenomen en daarmee is tevens het aantal niet-bedreigde soorten afgenomen. Meer dan een derde van alle soorten zijn in die periode op de Rode Lijst terecht gekomen, omdat ze in meer of mindere mate bedreigd zijn. Tussen 1995 en 2005 nam het aantal bedreigde soorten nog iets toe, maar na 2005 is het aantal bedreigde soorten juist iets afgenomen. De Rode Lijst, en daarmee de RLI-lengte, is dus iets korter geworden. De veranderingen zijn echter niet groot (ca. één procent) en worden gedomineerd door (vaat)planten doordat er daarvan zoveel soorten zijn.

De mate van bedreiging (uitgedrukt in de RLI-kleur) is in diezelfde periode iets sterker afgenomen: meer soorten verschuiven van een zwaarder bedreigde Rode Lijst-categorie richting een minder bedreigde of de ‘niet-bedreigd’ categorie. Zo lag de mate van bedreiging in 2014 twee procentpunten lager dan 2005. Aangezien veranderingen in mate van bedreiging een gevoeligere indicator is dan de lengte van de Rode Lijst, zou verdere verbetering in de Rode lijst verwacht kunnen worden. De laatste 3 jaren lijkt de verbetering, ook in mate van bedreiging, te stagneren.
Als wordt ingezoomd op de afzonderlijke soortgroepen zien we dat deze trends niet alleen door verbetering bij planten komen. Ook bij libellen en zoogdieren is sprake van een verbetering sinds 1995; de indexwaarden van deze soortgroepen zijn in 2016 lager dan 100 voor zowel RLI-lengte als RLI-kleur. De overige soortgroepen – broedvogels, reptielen, amfibieën en dagvlinders – kennen meer bedreigde soorten (RLI-lengte) in 2016 dan in 1995. Met uitzondering van de soortgroep reptielen is ook de mate van bedreiging (RLI-kleur) voor deze groepen groter in 2016 dan in 1995.

Het dient te worden opgemerkt dat voor waterfauna de ontwikkeling in RLI-status positiever is dan voor landfauna: in tegenstelling tot diersoorten op het land lijkt een afname in bedreiging zich voor diersoorten op en rond het zoete water en in moeras wel voort te zetten de laatste jaren.

De RLI geeft een gemiddelde weer. Er zijn dus ook na 2005 nog veel soorten ernstiger bedreigd geraakt, maar er zijn er nog meer die vooruitgingen. Van de “kwetsbare” en “gevoelige” soorten zijn er 28 die verbeterden en 22 die verslechterden. Negen soorten die “ernstig bedreigd” of “bedreigd” waren in 2005 zijn in de periode t/m 2016 verder verslechterd, maar 36 soorten zijn juist verbeterd. Juist de meest bedreigde soorten zijn er dus wat op vooruitgegaan. Daarbij komt dat er na 2005 meer soorten zijn teruggekomen (11) dan dat er zijn verdwenen (5).

Beleid gericht op het stoppen van de achteruitgang van de biodiversiteit

De afgelopen 20 jaar is veel beleid gevoerd om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. Het areaal beschermde natuur is gegroeid (zie Verwerving en inrichting nieuwe natuur), en milieudruk is verminderd. Toch is op veel plekken de geschiktheid van milieucondities van leefgebieden voor veel soorten nog onvoldoende voor een duurzaam voorkomen van soorten en ecosystemen (zie Milieucondities natuur). Daarnaast bieden de afzonderlijke natuurgebieden nog vaak onvoldoende ruimte en zijn ze nog onvoldoende met elkaar verbonden om een duurzaam voortbestaan van populaties te garanderen. Na vele jaren waarin achteruitgang van de biodiversiteit is gemeld laat de RLI zien dat er na 2005 een lichte verbetering is opgetreden in het aantal bedreigde soorten en de mate waarin ze worden bedreigd. Dit is een positief signaal ten aanzien van het streefdoel de achteruitgang in biodiversiteit te stoppen. Ook de mate van bedreiging is afgenomen. De afname van de RLI zet de laatste jaren echter niet door en het is daarom de vraag of in de toekomst nog gesproken kan worden van een daling van de bedreiging.

Referenties

Naam van het gegeven

Rode Lijst Indicator, 1995-2016

Omschrijving

Verandering in aantal soorten en de mate van bedreiging in de Rode Lijst van 7 soortgroepen

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

De Rode Lijst Indicator (RLI) is opgesteld met gegevens van zeven soortgroepen: zoogdieren, broedvogels, reptielen, amfibieën, dagvlinders, libellen en hogere planten. Per soortgroep is voor elke soort de categorie van bedreiging vastgesteld. Als een soort niet bedreigd wordt geldt de categorie “Thans Niet Bedreigd”. Een soort die steeds meer achteruitgaat, in aantal individuen dan wel in verspreiding, valt achtereenvolgens in de categorie “Gevoelig”, “Kwetsbaar”, “Bedreigd”, “Ernstig Bedreigd” en “Verdwenen uit Nederland”. Verdwenen soorten blijven op de Rode Lijst staan. De zeldzaamheid wordt bepaald op basis van de populatiegrootte dan wel het aantal 5 bij 5 km-hokken (atlashokken) waarin een soort voorkomt. De trend vanaf 1950 is de populatietrend, de trend in verspreiding, of een combinatie van beide. Rode Lijsten hanteren namelijk 1950 als referentie. Veel monitoringgegevens komen uit de meetprogramma’s van het Netwerk Ecologische Monitoring. Omdat er niet voor alle soortgroepen goede monitoringgegevens zijn, is ook veel gebruik gemaakt van niet-gestandaardiseerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. Dat zijn geen monitoringgegevens, maar losse waarnemingen van één soort of soortenlijsten van een locatie. Om uit die gegevens betrouwbare trendschattingen te berekenen zijn occupancy modellen toegepast (MacKenzie et al., 2006; Van Strien et al., 2013). Om veranderingen in de RLI te meten, vergelijken we de actuele situatie met die van rond 1995 en 2005 zoals beschreven in de officiële Rode Lijsten uit die twee perioden. De verzameling soorten waar naar gekeken wordt is gelijk aan de verzameling soorten die in 1995 beoordeeld zijn voor de officiële Rode Lijsten uit die periode. Veranderingen in de Rode Lijststatus van soorten zijn gevalideerd door de soortenexperts van de Particuliere Gegevensbeherende Organisaties. Het percentage niet-bedreigde soorten is het aantal beschouwde soorten dat niet op de Rode Lijst staat gedeeld door het totaal aantal beschouwde soorten. De lengte van de Rode Lijsten opgeteld over alle soortgroepen en geïndexeerd met 1995 als referentiejaar (=100%), levert de “RLI-lengte” op. Ter verduidelijking: waar voor het opstellen van de Rode Lijsten 1950 als referentiejaar genomen is, is 1995 het referentiejaar van de RLI. Elke soort telt daarbij even zwaar mee. Inheemse soorten die na 1950 in Nederland terug zijn van weggeweest – zoals de Kraanvogel en de Bever- zouden op basis van hun zeldzaamheid bij aankomst meteen als “Gevoelig” op de Rode Lijst terecht komen. Tenzij ze als “Verdwenen” op de Rode Lijst stonden, zou hun terugkeer daarmee ogenschijnlijk tot verslechtering van de toestand van de Nederlandse biodiversiteit leiden. Maar die terugkeer is eerder een winstpost dan een verliespost. Daarom zijn dergelijke nieuwkomers voor de RLI genegeerd. De RLI-lengte geeft alleen weer hoeveel soorten op de Rode Lijst staan ten opzichte van referentiejaar 1995 en houdt geen rekening met verbetering of verslechtering van soorten die op de Rode Lijst blijven staan. De “RLI-kleur” doet dat wel; die sommeert over alle soorten het aantal categorieën dat een soort is verwijderd van “Thans Niet Bedreigd”. Een “Ernstig bedreigde” soort is vier categorieën verwijderd van “Thans Niet Bedreigd” en een “Gevoelige” soort slechts 1 categorie. Als een soort verschuift van “Bedreigd” naar “Ernstig bedreigd” wordt de RLI-kleur 1 punt hoger (“roder”). Als een soort verschuift van “Gevoelig” naar “Ernstig Bedreigd” wordt de RLI-kleur zelfs 4 punten hoger.

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

jaarlijks

Achtergrondliteratuur

MacKenzie, D. I. (Ed.). (2006). Occupancy estimation and modeling: inferring patterns and dynamics of species occurrence. Academic Press.Strien, A.J. van, R.J.T. Verweij, M.P. de Zeeuw, L. van Duuren en L.L. Soldaat (2014). Voorzichtig herstel van de biodiversiteit in Nederland? De Levende Natuur (115) 5.Strien, A.J. van, C.A.M. van Swaay en C.A.M. Termaat (2013). Opportunistic citizen science data of animal species produce reliable estimates of distribution trends if analysed with occupancy models. Journal of Applied Ecology 50: 1450-1458.

Betrouwbaarheidscodering

A. Integrale waarneming.