Balans van de Leefomgeving

Energiebesparing

Toelichting

Voor ‘Energie en klimaat’ zijn het doelbereik en de toelichting in deze balans afgeleid van het voorgenomen beleid in de Nationale Energieverkenning (NEV) 2017. De eerstvolgende Nationale Energieverkenning, met daarin naar verwachting het nieuwe klimaatakkoordbeleid voor 2030, zal pas in de loop van 2019 verschijnen.

Begin 2019 brengt het PBL naar verwachting een korte notitie uit over de voortgang onder het energieakkoord voor wat betreft de hoofddoelen energiebesparing (2020) en hernieuwbare energie (2020 en 2023). Ook wordt de broeikasgasraming voor 2020 opnieuw doorgerekend in verband met het doel voor 2020 uit de Urgenda-rechtszaak. Begin 2019 zal het PBL naar verwachting ook een doorrekening van Energiebesparingstempo.

Energiebesparingstempo

Energiebesparing wordt in Nederland gemonitord met de volgende drie methodieken:

  • het Protocol Monitoring energiebesparing (PME);
  • volgens de Europese richtlijn energie-efficiëntie (EER);
  • besparingsdoel uit het Energieakkoord (EA).

Een overzicht van kenmerken van deze methodieken is weergegeven in Tabel 1. Daarna wordt er per methodiek nader ingegaan op de realisaties en verwachtingen. De vergelijking tussen de verschillende methodieken voor energiesparing wordt hier slechts op hoofdlijnen behandeld vanwege de complexiteit.

Tabel 1: Overzicht van kenmerken voor de berekening van energiebesparing in Nederland en Europa.
  Protocol Monitoring energiebesparing (PME) Besparingsdoel Energieakkoord (EA) Europese richtlijn energie-efficiëntie (EER)
Formeel doel Nee 100 PJ in 2020 482 PJ 2014-2020
Primair of finaal Primair Finaal Finaal
Aanbod Warmte Kracht Koppeling Ja Nee Nee
Vraagreductie Ja Ja Ja
Hernieuwbaar achter de meter Nee Ja Ja

Protocol Monitoring energiebesparing

Het (Nederlandse) Protocol Monitoring Energiebesparing (PME) protocol is als enige van de hierboven genoemde methodieken geschikt om trends in het verleden, heden en toekomst in kaart te brengen (ECN 2001). Nederland heeft echter geen doelstelling in het kader van het PME.
De monitoring volgens dit protocol bekijkt de besparing op het primaire energiegebruik. Het gaat dan om besparingen bij de energievoorziening (elektriciteitsopwekking en raffinaderijen) en de eindgebruikssectoren (de industrie, de gebouwde omgeving, het transport en de landbouw). In tegenstelling tot de andere twee methoden wordt in dit protocol wel rekening gehouden met besparing door de toepassing van warmtekrachtkoppeling (WKK). Hernieuwbare energie achter de meter daarentegen telt onder het PME niet mee als energiebesparing omdat het fossiel energieverbruik vervangt en daarmee niet per definitie tot energiebesparing hoeft te leiden. Het vermindert uiteraard wel het verbruik van fossiele brandstoffen en daarmee de uitstoot van broeikasgassen.

Uitgaande van de PME methode bedroeg het energiebesparingstempo in Nederland tussen 2000 en 2010 gemiddeld 1,2 procent per jaar. Bij voorgenomen beleid zal het besparingstempo in de periode 2013 – 2020 naar verwachting rond de 1,7 procent per jaar liggen. Deze toename ten opzichte van het al gerealiseerde aandeel komt voornamelijk door de afspraken die in het Energieakkoord zijn gemaakt (NEV 2017).

Europese richtlijn energie-efficiëntie

Nederland heeft in het kader van de Europese richtlijn energie-efficiëntie een doelstelling van 482 PJ in 2020. Cumulatief betekent dat het om de opgetelde besparing
gaat over de jaren 2014-2020. Bij vastgesteld beleid wordt dit doel behaald en resulteert bij vastgesteld beleid in een reductie van 693 petajoule cumulatief (NEV 2017).

Binnen Europa is afgesproken dat landen 1,5% energie per jaar besparen in de periode 2013-2020. Evenals bij het Energieakkoord, maar anders dan bij het Protocol Monitoring Energiebesparing, mogen landen onder het EER behalve echte efficiëntiemaatregelen ook volume- en structuureffecten (omvang en gedrag) meetellen. Energiebesparing in de energievoorziening- denk aan meer warmtekrachtkoppeling (WKK) of efficiëntere elektriciteitscentrales – telt in EER-richtlijn niet mee. Dit is dus anders dan bij het Protocol Monitoring energiebesparing. Kleinschalig hernieuwbaar achter de meter, zoals zon-PV, warmtepompen en zonneboilers, telt wel mee als besparing in de EER. Inzet van biomassa telt echter niet mee. Verder tellen alleen de besparingseffecten mee die aan nationaal beleid zijn toe te rekenen. Dit is een belangrijk verschil met het Energieakkoord (NEV 2015).

Besparingsdoel uit het Energieakkoord

De deelnemers aan het Energieakkoord (SER 2013) hebben afgesproken 100 PJ extra in 2020 te besparen als gevolg van de afspraken die zijn vastgelegd in het akkoord. Deze besparing richt zich voornamelijk op het eindgebruik van energie, ook wel finaal energiegebruik genoemd. Als de besparing niet direct gerelateerd kan worden aan het Energieakkoord maar bijvoorbeeld het gevolg zijn van bestaand beleid of gerelateerd zijn aan energieprijzen dan mag deze besparing niet toegerekend worden aan het dit besparingsdoel.

De verwachte extra finale energiebesparing op basis van de afspraken uit het Energieakkoord bedraagt 75 petajoule met een bandbreedte van 41 tot 102 petajoule. Hiermee komt het doel dichterbij maar is nog niet binnen bereik. Gezien de bandbreedte zal de doelstelling in het kader van Energieakkoord alleen behaald kunnen worden in de meest gunstige omstandigheden zonder verdere tegenslagen. Voor een deel kan de overheid invloed uitoefenen op die bandbreedte bijvoorbeeld via handhaving van de Wet Milieubeheer (NEV 2017).

Referenties

  • NEV (2015). Nationale Energieverkenning 2015, Projectcoördinatie Schoots K. & P. Hammingh, Petten/Den Haag: Energie Centrum Nederland/Planbureau voor de Leefomgeving/Centraal Bureau Statistiek/Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Internet: http://www.pbl.nl/publicaties/nationale-energieverkenning-2015.
  • NEV (2017). Nationale Energieverkenning 2017, Projectcoördinatie Koen Schoots, Michiel Hekkenberg, Pieter Hammingh. Energie Centrum Nederland/Planbureau voor de Leefomgeving/Centraal Bureau Statistiek/Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
  • Internet: http://www.pbl.nl/publicaties/nationale-energieverkenning-2017.
  • SER (2013), Energieakkoord voor duurzame groei. Den Haag: Sociaal-Economische Raad
  • (SER). Internet: https://www.energieakkoordser.nl/energieakkoord.aspx.
  • ECN (2001) P.G.M. Boonekamp. H. Mannaerts, H.H.J. Vreuls, B. Wesselink, (2001), Protocol Monitoring Energiebesparing, CBP, ECN, Novem en RIVM. ECN rapport ECN-C-01-129, december 2001. Petten: Energieonderzoek Centrum Nederland.

Naam van het gegeven

Energiebesparing

Omschrijving

Energiebesparing in Nederland

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving; auteur Jeroen Peters

Geografisch verdeling

Nederland