Balans van de Leefomgeving

Sterke groei hernieuwbare energie, 2020 doel is niet binnen bereik, 2023 doel wordt wel gehaald

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

In het kader van het Energieakkoord is een doel van 16% in 2023 gesteld voor het aandeel hernieuwbare energie. Volgens de Nationale Energieverkenning van 2017 komt het aandeel hernieuwbare energie bij voorgenomen beleid uit op 16,7 procent in 2023.

Toelichting

Voor ‘Energie en klimaat’ zijn het doelbereik en de toelichting in deze balans afgeleid van het voorgenomen beleid in de Nationale Energieverkenning (NEV) 2017. De eerstvolgende Nationale Energieverkenning, met daarin naar verwachting het nieuwe klimaatakkoordbeleid voor 2030, zal pas in de loop van 2019 verschijnen.

Begin 2019 brengt het PBL naar verwachting een korte notitie uit over de voortgang onder het energieakkoord voor wat betreft de hoofddoelen energiebesparing (2020) en hernieuwbare energie (2020 en 2023). Ook wordt de broeikasgasraming voor 2020 opnieuw doorgerekend in verband met het doel voor 2020 uit de Urgenda-rechtszaak. Begin 2019 zal het PBL naar verwachting ook een doorrekening van het Klimaatakkoord voor 2030 publiceren.

In 2016 is het aandeel hernieuwbare energie in Nederland toegenomen tot 6.6%, het 2020-doel van 14% is waarschijnlijk niet haalbaar maar het 16%-doel van 2023 is binnen bereik.

In 2016 is het aandeel hernieuwbare energie in Nederland toegenomen tot 6.6%, het 2020-doel van 14% is waarschijnlijk niet haalbaar maar het 16%-doel van 2023 is binnen bereik.

Aandeel hernieuwbare energie

In de EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie uit 2009 is vastgelegd dat 14 procent van het bruto energetisch eindverbruik van energie in 2020 afkomstig moet zijn van hernieuwbare energiebronnen (Europese Commissie 2009). In het Energieakkoord voor duurzame groei (SER 2013) is een doel gesteld van 16% hernieuwbare energie in 2023. In 2017 is het aandeel hernieuwbare energie toegenomen tot 6,6%, een stijging van 10 procentpunt ten opzichte van 2016 (CBS 2018).

Naast deze doelstellingen voor hernieuwbare energie in het algemeen is er een doelstelling voor het wegtransport in 2020 om te komen tot een aandeel van 10% hernieuwbare energie (Europese Commissie 2009). In de Nederlandse wetgeving is vastgelegd dat leveranciers van benzine en diesel een gedeelte van de door hen geleverde brandstoffen uit hernieuwbare brandstoffen moeten laten bestaan. Het verbruik van biobrandstoffen voor vervoer is in 2017 ongeveer 30 procent gestegen ten opzichte van 2016. De stijging heeft onder andere te maken met een hogere verplicht aandeel hernieuwbare energie voor vervoer voor brandstofleveranciers (NEA 2018), (CBS, PBL, RIVM, WUR 2018).

Zie ook de indicator Verbruik van hernieuwbare energie voor vervoer in het Compendium van de Leefomgeving.

Op basis van het voorgenomen beleid is de verwachting dat het aandeel hernieuwbare energie zal toenemen tot 12.4% in 2020 (NEV 2017). In vier jaar stijgt dit aandeel daarmee meer dan in de gehele periode 2000-2016, toen een toename van 4,4 procentpunt werd gerealiseerd. Uit de NEV 2017 blijkt dat de ontwikkeling van windenergie op land onvoldoende is om de doelstelling van 6000 MW in 2020 te halen. Verder wordt een snellere ontwikkeling geconstateerd van zonnestroom, een hoger verbruik van biobrandstoffen en een lager totaal bruto eindverbruik (NEV 2017).

In het kader van het Energieakkoord is een doel van 16% in 2023 gesteld voor het aandeel hernieuwbare energie. Volgens de Nationale Energieverkenning van 2017 (met realisaties tot en met 2016) komt het aandeel hernieuwbare energie bij voorgenomen beleid uit op 16,7 procent in 2023. Hierbij is uitgegaan van de Europese rekenmethodiek.

Een belangrijk aandeel in de groei na 2020 komt voor rekening van nieuwe windparken op zee (zie tevens paragraaf wind op land en zee). De ontwikkeling van windenergie op land tot en met 2023 gaat trager dan beoogd in het Energieakkoord. Daar staat een snellere ontwikkeling van zonnestroom, vergisting, aardwarmte en warmtepompen en een lager totaal bruto eindverbruik tegenover. Onder het voorgenomen beleid is rekening gehouden met het vervallen van de aansluitplicht voor gas in de nieuwbouw (NEV 2017).

Het biomassaverbruik groeit slechts beperkt. Zo is de toepassing van biomassa bij elektriciteitsopwekking beperkt tot een maximale elektriciteitsproductie van 25PJ. Wel groeit het biomassaverbruik in warmteketels en bij vergisting (NEV 2017).

Beleidsinstrumenten

Om het aandeel hernieuwbare energie te laten toenemen nemen zet het Nederlandse beleid in op de volgende instrumenten:

  • Via de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE-plus) worden hernieuwbare energieprojecten financieel ondersteund, door de meerkosten te vergoeden ten opzichte van fossiele energie. Het gaat daarbij om hernieuwbare elektriciteit (zoals wind en zon-PV), hernieuwbare warmte (zoals bodemwarmte en buitenluchtwarmte) en hernieuwbaar gas (zoals gas uit vergisting van onder meer mest).
  • Via een bijmengverplichting voor biobrandstoffen in transportbrandstoffen. Op dit moment worden biobrandstoffen bijgemengd in benzine en diesel (NEA 2018)
  • Via (gedeeltelijke) vrijstelling van de energiebelasting voor decentraal opgewekte zon-PV.
  • De Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) voorziet in een tegemoetkoming voor de aanschaf van zonneboilers, warmtepompen, biomassaketels en pelletkachels. De regeling is voor zowel particulieren als zakelijke gebruikers.

Eindverbruik hernieuwbare energie in Europa

Europa als geheel heeft een doelstelling voor het aandeel hernieuwbare energie van 20% in het finale energieverbruik in 2020. In 2016 bereikte dit aandeel in Europa als geheel 17%. Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Nederland zijn nog het verst verwijderd van hun individuele doelstellingen van respectievelijk 23%, 15% en 14%. Het gerealiseerde aandeel is in 2016 beperkt tot 16% voor Frankrijk, 9.3% voor het Verenigd Koninkrijk en 6.0% voor Nederland (Eurostat, 2018).

In Europa heeft Nederland zich gecommiteerd aan een aandeel duurzame energie van 14% in 2020. Met een realisatie van 6.6% in 2016 is dat doel niet haalbaar.

In Europa heeft Nederland zich gecommiteerd aan een aandeel duurzame energie van 14% in 2020. Met een realisatie van 6.6% in 2016 is dat doel niet haalbaar.

Referenties