Balans van de Leefomgeving

Gezonde leefomgeving

Hoofdpunten

  • Volksgezondheidsopgaven in de leefomgeving

    Uit het oogpunt van de volksgezondheid zijn er nog flinke opgaven voor leefomgevingsbeleid. Dat geldt voor de meer traditionele bescherming tegen omgevingsbedreigingen, zoals luchtverontreiniging, geluidshinder en de effecten van klimaatverandering. Maar ook voor een zodanige (her)inrichting van de leefomgeving dat een gezonde leefstijl wordt gestimuleerd en gefaciliteerd (loop- en fietsroutes, ‘natuur’ in het stedelijk gebied), en om tegemoet te komen aan de zelfredzaamheid van en de zorg voor de snel in omvang toenemende groep van op zichzelf wonende, kwetsbare ouderen en aan de nog steeds hardnekkige sociaal-economische gezondheidsachterstanden in bepaalde buurten.
  • Nieuwe Omgevingswet

    De nieuwe Omgevingswet biedt goede mogelijkheden om de leefomgeving zo in te richten dat die ten goede komt aan de gezondheid van de bevolking. Hoewel de invoering van die wet in ieder geval tot 2021 is vertraagd, zijn er in het veld van de milieugezondheid, bij gemeenten, provincies, GGD’en, onderzoeks- en advies- instellingen, ontwerpbureaus en bij projectontwikkeling in (vooroplopende) gemeenten al veel plannen ontwikkeld of in ontwikkeling om de hiervoor genoemde gezondheidsopgaven zoveel mogelijk in samenhang te realiseren.
  • Verschillen in beleid tussen gemeenten

    Daarbij is het wel de vraag in welke mate de verschillende gezondheidsopgaven bij verschillende gemeenten ook daadwerkelijk aan bod zullen komen, ook in het licht van andere, zwaarwegende en op het eerste gezicht tegengestelde belangen. Denk aan de snel toenemende woning- en mobiliteitsvraag, het stimuleren van economische ontwikkeling (bijvoorbeeld prioriteiten van groei- versus krimpgemeenten), of de energietransitie. De pilots van omgevingsvisies en -plannen van provincies en gemeenten die in de afgelopen periode zijn ontwikkeld, laten zien dat gezondheid zowel beperkt als zeer breed wordt opgepakt. Lang niet altijd wordt een breed, integraal concept van gezondheid gehanteerd, waarin naast bescherming tegen bedreigingen (‘de basis op orde’) ook aandacht is voor gezondheidsbevordering, vergrijzing en gezondheidsachterstanden. De Rijksoverheid zou daarom kunnen overwegen naast de klassieke milieunormen een breder palet van kernwaarden en criteria aan te bieden om alle relevante gezondheidsaspecten expliciet in de omgevingsvisies en -plannen mee te nemen. Daar kunnen gemeenten en provincies uiteraard – in de geest van de wet – beargumenteerd van afwijken.
  • Gezondheidsverschillen

    De soms aanzienlijke gezondheidsverschillen tussen buurten worden vooral veroorzaakt door sociaal-culturele mechanismen van uitsortering, niet zozeer door verschillen in leefomgevingskwaliteit. Sociale cohesie, zelf- en samenorganiserend vermogen in een buurt zijn belangrijke elementen die het welzijn en de gezondheid van de bewoners bevorderen. Bij een gezondheidsbevorderende aanpak dient erop te worden gelet dat maatregelen juist effect hebben in achterstandsgebieden, waar nog veel valt te winnen aan gezondheid en leefomgevingskwaliteit. Dit is geen eenvoudige opgave, mede omdat het sociaal-cultureel kapitaal om mee te doen aan de participatiesamenleving hier vaak het kleinst is.

Lees verder

Evaluatie van het beleid

Het PBL heeft geëvalueerd wat de effecten zijn van het beleid voor een gezonde leefomgeving. In hoeverre zijn bijvoorbeeld de beleidsdoelen gehaald voor de knelpunten geluid rijkswegen? En hoe staat het met de blootstelling aan fijn stof? Kan de overheid nog meer doen om de beleidsdoelen te halen? Onderstaande stoplichten geven een bondig overzicht van de mate waarin doelen naar verwachting tijdig worden gehaald. Een uitgebreidere analyse vindt u door te klikken op de link “lees meer”.

groenUitvoering van het beleid leidt waarschijnlijk tot het halen van het doel
geelGeraamde ontwikkeling ligt rond het doel, beleid zou robuust gemaakt kunnen worden voor tegenvallers
oranjeGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, met intensivering van het beleid is het doel wel realiseerbaar
roodGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, vraagt fundamentele herziening van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen
grijsOp dit moment niet te bepalen
witDeze analyse is niet uitgevoerd

Gezonde leefomgeving

Onderstaande doelen uit het thema Gezonde leefomgeving verwijzen naar webpagina’s uit de Monitor Infrastructuur en Ruimte 2018.

Lokale luchtkwaliteit PM10-blootstelling (vanaf 2011)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2018
Data niet tijdig beschikbaar.lees meer
"De normen voor de PM10-concentratie (jaargemiddeld maximaal 40 µg/m3 en daggemiddeld maximaal 50 µg/m3, met maximaal 35 overschrijdingsdagen) werden in 2014 langs 7 km weg overschreden. Voor 2015 is een overschrijding langs 10 km geraamd. Overschrijdingen door een verhoogde achtergrondconcentratie komen vooral voor in gebieden met veel pluimveestallen in Gelderland en Noord-Limburg, en in mindere mate nabij hoogovens. Ook nabij veehouderijbedrijven werd in 2014 in 19 gemeenten, voornamelijk in Gelderland, Noord-Brabant en Limburg, niet aan de PM10-normen voldaan."lees meer
De normen voor de fijnstofconcentratie (PM10) werden in 2016 langs ruim 2 kilometer weg overschreden. Dat is aanzienlijk minder dan in 2014 (7 kilometer weg). Bovendien is er ook alleen op enkele plaatsen langs lokale wegen nog maar een overschrijding van de norm. Overschrijdingen door een verhoogde achtergrondconcentratie komen vooral voor in gebieden met veel pluimveestallen in Gelderland en Noord-Limburg, en in mindere mate nabij hoogovens. lees meer
Lokale luchtkwaliteit PM2,5-blootstelling (2015)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2018
"Voor de jaargemiddelde PM2,5-concentratie geldt vanaf 2015 een grenswaarde van 25 µg/m3 en voor 2020 een 'indicatieve grenswaarde' van 20 µg/m3. Deze normen zijn in 2013 ruimschoots gehaald, met gemiddelde PM2,5-achtergrondconcentraties van rond de 13 µg/m3 en in stedelijke en verkeersbelaste gebieden rond de 14 µg/m3."lees meer
Voor de jaargemiddelde PM2,5-concentratie geldt vanaf 2015 een grenswaarde van 25 microgram per kubieke meter en voor 2020 een 'indicatieve grenswaarde' van 20 microgram. Deze normen zijn sinds 2013 ruimschoots gehaald. In de gemiddelde PM2,5-achtergrondconcentraties is sinds 2009 een langzame daling waarneembaar. Die liggen rond de 10 microgram per kubieke meter, de advieswaarde van de WHO.lees meer
Lokale luchtkwaliteit NO2 blootstelling (2015)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2018
"Nog 50 km rijksweg voldoet niet aan de norm; sterke verbetering sinds 2000."lees meer
"Door beeindiging van de derogatie daalt de norm voor stikstofdioxide (NO2) per 1-1-2015 van 60 naar 40 µg/m3 (jaargemiddeld). In 2014 voldeed 30 km wegen, waarvan 1 km rijksweg, niet aan de norm van 40 µg NO2/m3. Voor 2015 is een verdere daling tot 12,5 km wegen geraamd."lees meer
In 2016 is de grenswaarde voor stikstofdioxide overschreden langs ongeveer 7 kilometer weg (snelweg minder dan 1 kilometer en ruim 6 kilometer overige wegen). Dat is een afname ten opzichte van 2014 (30 kilometer weglengte). lees meer
Geluidproductie wegverkeer (vanaf 2010)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2018
Data niet tijdig beschikbaar.lees meer
Actualisatie indicator na update geluidsbelastingkaarten in 2017.lees meer
Deze analyse wordt niet meer uitgevoerd.lees meer
Knelpunten geluid rijkswegen (vanaf 2012)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2018
Data niet tijdig beschikbaar.lees meer
Sinds 2012 wordt gewerkt met geluidsproductie-plafonds voor rijvakken van rijkswegen. In 2014 werd het plafond langs 83,3 km snelweg (1,4%) overschreden, 2,2 keer zoveel als in 2013.lees meer
Sinds 2012 wordt gewerkt met geluidsproductieplafonds voor rijvakken van rijkswegen. In 2015 en 2016 werd het plafond op 2,6% van de referentiepunten van rijkswegen overschreden. Dat is een verhoging ten opzichte van 2013 en 2014. Uit de cijfers blijkt ook het oplopen van het aantal dreigende plafondoverschrijdingen.lees meer
Geluidproductie railverkeer (vanaf 2010)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2018
Data niet tijdig beschikbaar.lees meer
Actualisatie indicator na update geluidsbelastingkaarten in 2017.lees meer
Deze analyse wordt niet meer uitgevoerdlees meer
Knelpunten geluid spoorwegen (vanaf 2012)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2018
Data niet tijdig beschikbaar.lees meer
Sinds 2012 wordt gewerkt met geluidsproductie-plafonds voor rijvakken van spoorwegen. In 2014 werd het plafond langs 37 km spoor (0,6%) overschreden, in 2013 was dat langs 31 km spoor. Het aantal dreigende overschrijdingen halveerde tussen 2013 en 2014 tot 44 km.lees meer
Sinds 2012 wordt gewerkt met geluidsproductieplafonds voor rijvakken van spoorwegen. Bij spoorwegen wordt het plafond op 0,9% van de referentiepunten overschreden. Dat is een lichte verhoging ten opzichte van 2013 en 2014. Uit de cijfers blijkt ook een duidelijke afname van de dreigende overschrijdingen.lees meer
Geluidsbelasting Schiphol (vanaf 2009)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2018
Grenswaarden voor geluidbelasting op handhavingspunten sinds 2009 niet meer overschreden.lees meer
De grenswaarde voor geluidsbelasting op handhavingspunten rond Schiphol werd in 2012 tweemaal en in 2014 eenmaal overschreden.lees meer
In 2014, 2015 en 2016 zijn grenswaarden voor geluidsbelasting op handhavingspunten rond Schiphol overschreden. Deze overschrijdingen zijn veroorzaakt door preferent vliegen volgens de regels van het nieuwe normen- en handhavingsstelsel van Schiphol, dat nog van kracht moet worden. Anticiperend daarop treedt de Inspectie bij deze overschrijdingen niet handhavend op.lees meer
Veiligheidsrisico Schiphol (vanaf 2004)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2018
Op basis van veiligheidsnorm Totaal Risico Gewicht.lees meer
Het totale risicogewicht (TRG) van het luchtverkeer op Schiphol mag per jaar niet meer dan 9,724 ton bedragen. Sinds 2004 is deze grenswaarde geen enkel jaar overschreden. Wel neemt het TRG jaarlijks toe. In 2004 lag het TRG bijna 40% onder de grenswaarde; in 2014 was deze marge gekrompen tot 27% (bij een TRG van 7,100 ton).lees meer
Het totale risicogewicht (TRG) van het luchtverkeer op Schiphol mag per jaar niet meer dan 9,7 ton bedragen. Sinds 2004 is deze grenswaarde geen enkel jaar overschreden. Wel neemt het TRG jaarlijks toe. In 2004 lag het TRG bijna 40% onder de grenswaarde; in 2016 was deze marge gekrompen tot 20% (bij een TRG van 7,8 ton).lees meer