Balans van de Leefomgeving

Milieukwaliteitsnormen voor gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater worden regelmatig overschreden

De milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen in the oppervlaktewater is door emissiebeperkende maatregelen rond het jaar 2000 sterk gedaald. Echter, het aandeel meetpunten met normoverschrijdingen schommelt de laatste jaren rond de 60 procent.

Ondanks de sterke daling van de milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen worden de milieukwaliteitsnormen in oppervlaktewater in 2015 nog regelmatig overschreden

Ondanks de sterke daling van de milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen worden de milieukwaliteitsnormen in oppervlaktewater in 2015 nog regelmatig overschreden

Milieukwaliteitsnormen overschreden

De milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen is door emissiebeperkende maatregelen rond het jaar 2000 sterk gedaald. Desalniettemin schommelt het aandeel meetpunten met normoverschrijdingen al enkele jaren rond de 60 procent (CML 2014, 2015, 2016). Het beleidsdoel in de Nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst (EZ, 2013) is om in 2023 het aantal normoverschrijdingen terug te brengen tot nagenoeg nul. Op de meeste meetlocaties wordt de norm door minder dan 10 procent van het totale aantal stoffen overschreden. Verbetering van de waterkwaliteit is daarom mogelijk door vooral de meest vervuilende stoffen aan te pakken (PBL 2012).

Vooral in gebieden met glastuinbouw, bloemkwekerijen, bollenteelt en vollegronds groenteteelt worden de normen overschreden (zie figuur). Normoverschrijdingen kunnen verschillende oorzaken hebben. Zo zijn er middelen toegelaten die volgens de criteria van het waterkwaliteitsbeleid niet hadden mogen worden toegelaten. Bij de toelatingsbeoordeling van gewasbeschermingsmiddelen wordt namelijk een criterium voor ecologische schade gebruikt dat minder streng is dan dat van het waterkwaliteitsbeleid (PBL 2012). Andere verklaringen voor normoverschrijdingen zijn onder andere nog niet-gereguleerde emissieroutes, onzorgvuldig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en aanvoer via rivieren uit het buitenland. Op een aantal van deze punten is beleid geformuleerd in de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst. Het PBL zal deze nota in 2019 evalueren.

Meetnet voor de evaluatie van het gewasbeschermingsbeleid

De gegevens komen uit de Atlas Bestrijdingsmiddelen in Oppervlaktewater (ook wel Bestrijdingsmiddelenatlas). De Bestrijdingsmiddelenatlas geeft een landelijk beeld van de gewasbeschermingsmiddelen en is gebaseerd op meetgegevens van regionale waterbeheerders

Circa 100 van de in totaal 560 meetpunten maken onderdeel uit van het landelijk meetnet gewasbeschermingsmiddelen. Dit meetnet is specifiek ingericht om het nationale beleid dat is vastgelegd in de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst (EZ 2013) te evalueren. Het gaat om metingen van vrijwel alle werkzame stoffen in vooral door de landbouw beïnvloede oppervlaktewateren. Het aandeel meetpunten met normoverschrijdingen in het landelijk meetnet bedraagt net als in de totale dataset circa 60 procent.

Chemische stoffen in de KRW-systematiek

De rapportage in de bestrijdingsmiddelenatlas is breder dan de rapportage voor de Kaderrichtlijn Water (KRW). In dat kader wordt uitsluitend gerapporteerd op het niveau van aangewezen KRW-waterlichamen. Dit zijn vaak grotere wateren die niet alleen door landbouw worden beïnvloed. Bovendien wordt voor de KRW slechts een beperkt aantal gewasbeschermingsmiddelen gerapporteerd (namelijk prioritaire stoffen en specifiek verontreinigende stoffen).

Er zijn 33 prioritaire stoffen (EU 2013). Deze stoffen bepalen de zogenoemde “chemische toestand” voor de KRW. Prioritaire stoffen zijn stoffen die in heel Europa met voorrang worden aangepakt en waarvan de Europese Commissie de milieukwaliteitsnormen heeft vastgesteld. De “specifiek verontreinigende stoffen” worden nationaal vastgesteld. De huidige gewasbeschermingsmiddelen vallen voornamelijk onder de “specifiek verontreinigende stoffen” en voor een klein deel onder de “prioritaire stoffen”.

Ontwikkelingen in perspectief

Tussen 2012 en 2016 is het totale verbruik van gewasbeschermingsmiddelen met ongeveer 3,5 procent gedaald. Die daling komt door een afname van het areaal met circa 5 procent in diezelfde periode. Per hectare is dus juist meer gebruikt. Een mogelijke verklaring hiervoor is de verschuiving van minder intensief bespoten gewassen zoals mais en tarwe naar intensief bespoten gewassen zoals tulpen en lelies. Mede door het grote areaal sierteelt heeft Nederland het hoogste gebruik van gewasbeschermingsmiddelen per hectare in Europa.

Referenties

Naam van het gegeven

Gewasbescherming en oppervlaktewater

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving; auteur: Aaldrik Tiktak (PBL/WLV)

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks