Balans van de Leefomgeving

Doel voedselverspilling niet gehaald

In de periode 2009-2016 is de hoeveelheid verspild voedsel ongeveer gelijk gebleven. Er kan geen stijgende of dalende trend worden waargenomen. Het doel van 20% reductie is in deze periode niet gehaald. Het is onwaarschijnlijk dat het doel van 2030 (50% reductie) gehaald zal worden.

Voedselverspilling neemt onvoldoende af

In de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) is een doel voor voedselverspilling geformuleerd (SDG12.3): in 2030 een halvering van de voedselverspilling ten opzichte van 2015. Nederland heeft de SDG’s in 2016 in brede zin ondertekend. En in 2018 is het SDG-doel voor voedselverspilling expliciet opgenomen in beleid (LNV 2018). In de periode 2009-2016 is de voedselverspilling ongeveer constant gebleven (Soethoudt en Vollebregt 2018). De voedselverspilling in 2016 ligt tussen de 1,78 en 2,46 miljoen ton. Omgerekend per persoon is dat tussen de 105 en 145 kg (ca. 125 kg). Door de grote onzekerheid in de cijfers kunnen er geen uitspraken worden gedaan over een stijgende of dalende trend. Het doel om voedselverspilling in de voedselketen in 2015 met 20% te verminderen ten opzichte van 2009 is niet gehaald. Omdat het terugdringen van voedselverspilling gedragsverandering van consumenten vergt die veel tijd zal vragen en omdat er tussen 2009 en 2016 geen vooruitgang is geboekt, is het niet waarschijnlijk dat het nieuwe doel om de voedselverspilling te halveren in 2030 gehaald zal worden.

In de periode 2009-2016 is de hoeveelheid verspild voedsel ongeveer gelijk gebleven. Het doel van 20% reductie in 2015 is niet gehaald. Het is onwaarschijnlijk dat het nieuwe doel van 50% reductie in 2030 ten opzichte van 2015 gehaald zal worden.

In de periode 2009-2016 is de hoeveelheid verspild voedsel ongeveer gelijk gebleven. Het doel van 20% reductie in 2015 is niet gehaald. Het is onwaarschijnlijk dat het nieuwe doel van 50% reductie in 2030 ten opzichte van 2015 gehaald zal worden.

Nieuwe doelstelling in lijn met doelen VN en EU

Het nieuwe doel om in 2030 de voedselverspilling te halveren ten opzichte van 2015 komt overeen met doelstellingen van de Verenigde Naties (VN) en de Europese Unie (EU). In de VN is afgesproken dat landen de voedselverspilling met 50% verminderen in 2030. Dit is een van de duurzame ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals) (SDG 12.3). De landbouwministers van de EU hebben deze doelstelling overgenomen en afspraken gemaakt om voedselverspilling tegen te gaan (Raad voor Europa 2016). Om de voedselverspilling in Nederland te reduceren, ondersteunt de Rijksoverheid de uitvoering van de Agenda Taskforce Circular Economy in Food met 7 miljoen euro in de periode 2018-2021 (LNV 2018). De Taskforce richt zich op vier thema’s: monitoring, reductie in de keten, reductie bij de consument en het aanpassen van regelgeving ten behoeve van de circulaire economie. De Agenda van de Taskforce zal worden uitgevoerd door de aangesloten partners (bedrijven en organisaties uit het voedselsysteem) in samenwerking met de Rijksoverheid.

Reductie van voedselverspilling in de keten en bij de consument

Een substantieel deel van de voedselverspilling vindt plaats bij consumenten thuis. In Nederland bedraagt de verspilling door de consument ruim 40 kg vast voedsel (zonder botten en schillen) per persoon per jaar (Milieucentraal, 2018). De consument gebruikt circa 80% van de in de supermarkt gekochte voedingsmiddelen. Brood en zuivel worden het meest onnodig weggegooid. Twee derde van het verspilde voedsel wordt onbereid of onaangeroerd als restafval of GFT-afval afgevoerd (Van Westerhoven 2013).
De verspilling in de gehele Nederlandse voedselketen (inclusief landbouw, industrie en horeca) is per hoofd twee tot drie keer zo hoog als die van huishoudens alleen (Soethoudt & Bos-Brouwers 2014). Dit komt doordat Nederland een grote producent en exporteur van voedingsmiddelen is. Ongeveer de helft van de voedselverspilling (inclusief botten en schillen) vindt plaats bij huishoudens, een derde tijdens de productie bij boeren, vissers en voedingsmiddelenindustrie en een vijfde bij andere voedselleveranciers zoals supermarkten, catering en horeca (Stenmarck et al., 2016). De initiatieven om voedselverspilling te reduceren zijn gebundeld in de TaskForce Circular Economy in Food.

Daling voedselverspilling vereist gedragsverandering van consument

Het halveren van voedselverspilling vereist een fundamentele gedragsverandering. De omgang met voedsel – kopen, bewaren, bereiden, nuttigen en ook het verspillen van voedsel – wordt gekenmerkt door vaste patronen en routines. Het volgen van routines is handig, want het voorkomt dat je telkens na moet denken en dus veel tijd verliest bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten. Het betekent echter ook dat veel van de voedselconsumptie niet volgt uit bewuste keuzes, maar uit gewoontes. Hoewel de meerderheid van de consumenten zegt bereid te zijn om minder voedsel te verspillen (PBL 2013; Rood et al 2014), vergt verandering van deze gewoontes gerichte interventies die een culturele verandering teweeg brengen (Muilwijk et al., 2018). Zo’n culturele gedragsverandering vereist een lange adem en tijd. Uit projecten als de Food Battle (Bos-Brouwers et al. 2013) is gebleken dat huishoudens met meer aandacht voor ‘op maat kopen en koken’ en ‘slim bewaren’ hun voedselverspilling met 20% kunnen terugbrengen. Ervaringen in het Verenigd Koninkrijk met de als succesvol beschouwde publiekscampagne ‘Love Food Hate Waste’ geven aan dat campagnes gericht op het reduceren van voedselverspilling een reductie van 30-40% in bereikte huishoudens kunnen opleveren. Op de totale voedselverspilling leidde dit tot een daling van ca. 15% voor de doelgroep (WRAP, 2013). Een halvering van de voedselverspilling in 2030 is daarom een forse opgave, die waarschijnlijk niet gehaald zal worden met het nu in gang gezette beleid.

Referenties

  • Bos-Brouwers H., H. Soethoudt, M. Vollebregt, M. van der Burgh (2015), Monitor voedselverspilling. Update Monitor voedselverspilling 2009-2013 & mogelijkheden tot (zelf) monitoring van voedselverspilling door de keten heen. Wageningen: Wageningen UR Food & Biobased Research.
  • LNV (2018), Beleidsbrief Voedselverspilling in 2016
  • Muilwijk, H., Westhoek, H. & De Krom, M. (2018) Voedsel in Nederland. Verduurzaming bewerkstellingen in een veelvormig systeem, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving
  • Raad voor Europa (2016), Speciaal Comite Landbouw, Brussel, 23 juni 2016 (OR. en) 10225/16 AGRI 336 DEVGEN 130 ENV 424 CLIMA 73
  • Soethoudt H. & H. Bos-Brouwers (2014), Monitor voedselverspilling. Update Monitor 2009-2012. Wageningen: Wageningen UR Food & Biobased Research
  • Soethoudt, H. & M. Vollebregt (2018), Monitor voedselverspilling. Update Monitor 2009-2016. Wageningen: Wageningen UR Food & Biobased Research. https://www.wur.nl/upload_mm/8/2/a/762faac4-2efa-42de-8a91-a4a3896dfb85_Monitor%20Voedselverspilling%20Update%202009-2016.pdf
  • Stenmarck, A., Jensen, C., Quested, T. & Moates, G. (2016) Estimates of European food waste levels, Stockholm: IVL Swedisch Environmental Research Insitute.
  • Stichting Voedingscentrum Nederland (2017) ,Oplegnotitie Voedselverspilling bij huishoudens in Nederland in 2016, Den Haag mei 2017
  • Westerhoven, M. van, (2013). Bepaling voedselverliezen in huishoudelijk afval in Nederland, Vervolgmeting 2013, CREM Amsterdam in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, 15 pp.;
  • WRAP (2013) The impact of Love Food Hate Waste, London, Waste & Resources Action Programme (WRAP).

Naam van het gegeven

Consumptie duurzaam vlees en voedselverspilling

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving: auteurs Marijke Vonk, Henk Westhoek en Hanneke Muilwijk

Berekeningswijze

Zie referenties

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Betrouwbaarheidscodering

Literatuuronderzoek