Balans van de Leefomgeving

Met het voorgenomen beleid ligt het 2020 doel CO2-emissie van de sector transport binnen bereik, het 2030 doel is niet in zicht.

Onder het voorgenomen beleid van de Nationale Energieverkenning 2017 neemt het energieverbruik van de sector verkeer en vervoer tussen 2016 en 2030 naar verwachting licht af. Hiermee wordt de energiebesparingsdoelstelling in 2020 uit het Energieakkoord waarschijnlijk gehaald. De CO2-uitstoot daalt tussen 2016 en 2020 naar verwachting met 7 procent en tussen 2021 en 2030 met 1,5 procent. Hierdoor is de EU-richtlijn voor 2020 binnen bereik maar het doel voor 2030 van het Energieakkoord buiten bereik.

De CO2-emissies en het energieverbruik door het binnenlandse verkeer en vervoer is tussen 2010 en 2016 gedaald, daarna blijven de projecties op basis van vastgesteld en voorgenomen beleid vrijwel gelijk. Voor CO2-emissie ligt het doel voor 2020 binnen bereik, maar het doel voor 2030 is niet in zicht.

Het CO2-emissie-doel van de sector verkeer en vervoer in 2020 ligt binnen bereik, maar het doel voor 2030 is niet in zicht.

Energiegebruik en CO2-emissie sector verkeer en vervoer

In de Nationale Energieverkenning 2017 is de historische ontwikkeling van het binnenlandse energiegebruik en de bijbehorende CO2-emissie van de sector verkeer en vervoer in kaart gebracht (Schoots et al, 2017; van der Welle et al, 2017). Voor de jaren 2017-2030 zijn deze grootheden geraamd volgens een beleidsvariant gebaseerd op vastgesteld beleid en een beleidsvariant die is uitgebreid met voorgenomen beleid.

Waargenomen energiegebruik en CO2-emissie

Het energieverbruik door het binnenlandse verkeer en vervoer is in de periode 2014-2016 vrijwel gelijk gebleven (493 petajoule in 2016), na een snelle daling van 11 procent tussen 2011 en 2014. Die daling was het gevolg van een combinatie van stagnerende verkeersvolumes, een zuiniger wordend wagenpark en de ontwikkeling dat internationale vervoerders en particulieren in de grensstreek meer in buurlanden tanken. Vanaf 2014 leidde de aantrekkende economie tot groeiende verkeersvolumes waarbij de toename van het energiegebruik gecompenseerd werd door het zuiniger wordende wagenpark.
De daling van het energiegebruik en de lichte groei van de inzet van biobrandstoffen hebben tussen 2011 en 2014 tot een daling van 12 procent van de CO2-uitstoot van het binnenlandse vervoer geleid. De CO2-uitstoot die voortvloeit uit de verbranding van biobrandstoffen wordt namelijk niet tot de nationale emissietotalen gerekend, conform de richtlijnen van het Intergouvernementele Panel over Klimaatverandering (IPCC).Tussen 2014 en 2016 is de CO2-uitstoot met 1,4 procent toegenomen tot 34,7 megaton mede als gevolg van een lichte daling van de inzet van biobrandstoffen.

Geraamd energiegebruik

Bij voorgenomen beleid stabiliseert het energieverbruik tot 2020 (492 [461-534] petajoule) en neemt deze tussen 2020 en 2030 licht af (486 [437-575] petajoule); zie figuur. De verkeersvolumes blijven naar verwachting in die periode toenemen, met name onder invloed van de economische groei. Tegelijkertijd neemt de brandstofefficiĆ«ntie van het wagenpark toe, vooral door het steeds strengere (deels voorgenomen) Europese bronbeleid voor personenauto’s en bestelauto’s.

Energiebesparing verkeer en vervoer

De afspraken uit het Energieakkoord voor de transportsector leiden in 2020 naar verwachting tot een energiebesparing van 19 petajoule (bandbreedte 11-27 PJ) ten opzichte van het energieverbruik in 2020 dat in de referentieramingen van ECN/PBL 2012 werd geraamd. De maatregelen die uit de afspraken van het Energieakkoord zijn voortgekomen en hun verwachte bijdragen aan de energiebesparing staan genoemd in Geilenkirchen et al. (2017) en Schoots et al. (2017). De in het akkoord afgesproken besparingsdoelstelling voor mobiliteit van 15 tot 20 PJ wordt daarmee waarschijnlijk gehaald. De meeste energiebesparing binnen verkeer en vervoer komt voort uit de aanscherping van de Europese CO2-emissienormen voor nieuwe personenauto’s (per 2021) en bestelauto’s (per 2020). In aanloop naar deze jaren brengen autofabrikanten steeds zuinigere automodellen op de markt. Door de instroom van deze zuinige auto’s in het wagenpark neemt het brandstofverbruik per kilometer van het wagenpark langzaamaan af. Het effect wordt geraamd op 12 petajoule in 2020. De nationale maatregelen, waaronder de fiscale stimulering van elektrische auto’s en een aantal programma’s gericht op het verbeteren van de energie-efficiĆ«ntie in de logistiek en in het personenvervoer, leiden gezamenlijk tot een besparing van 7 petajoule in 2020.

Geraamde CO2-emissie

De CO2-uitstoot van het binnenlandse verkeer en vervoer daalt tussen 2016 en 2020 naar verwachting met 7 procent tot 32,4 megaton met een bandbreedte van 30,2-35,2 megaton, ondanks de stabilisatie van het energiegebruik (zie figuur). De daling komt vooral door de toenemende inzet van biobrandstoffen. Het kabinet heeft namelijk in het voorjaar van 2017 voorgesteld om de verplichting voor leveranciers van brandstoffen voor wegvervoer en spoor om hernieuwbare energie te leveren, stapsgewijs te verhogen van 10 naar 16,4 procent van de totale geleverde brandstoffen aan de Nederlandse markt in 2020. Deze voorgestelde verhoging, waartoe mogelijk ten tijde van het uitkomen van deze balansindicator al is besloten, is in de variant met voorgenomen beleid meegenomen. Omdat er nog geen beleid voor de periode na 2020 is geformuleerd, is in de raming voor de periode 2021-2030 gerekend met het huidige verplichte aandeel hernieuwbare energie (10 procent inclusief dubbeltelling van geavanceerde biobrandstoffen). In deze periode daalt de CO2-uitstoot van het binnenlandse vervoer naar verwachting met 1,5 procent tot 31,9 megaton in 2030 met een bandbreedte van 28,6 tot 38,1 megaton, wat in lijn is met de afname van het energiegebruik. Het lagere aandeel biobrandstoffen wordt daarbij meer dan gecompenseerd door verdergaande brandstofefficiƫntie en een toename van de inzet van elektriciteit als brandstof.

De overheid heeft voor de CO2-emissie van de sector verkeer en vervoer een maximum van 35,5 megaton in 2020 als streefwaarde gesteld. Daarnaast is in het Energieakkoord een maximum uitstoot afgesproken van 25 megaton in 2030. Uit de ramingen blijkt dat het doel van 35,5 megaton in 2020 binnen bereik ligt maar het doel van 25 megaton in 2030 onder het voorgenomen beleid niet wordt gehaald.

Referenties

  • Geilenkirchen, G., M. ’t Hoen & M. Traa (2017), Verkeer en vervoer in de nationale energieverkenning 2016. Den Haag, Planbureau voor de Leefomgeving.
  • Klein, J., Hulskotte, J., Ligterink, N. Molnar, H. & Geilenkirchen, G. (2016), Methods for calculating the emissions of transport in the Netherlands. 2016, Den Haag: CBS.
  • Schoots, K., M. Hekkenberg en P. Hammingh (2017), Nationale Energieverkenning
  • 2017. Petten/Den Haag: Energieonderzoek Centrum Nederland/Planbureau voor de Leefomgeving.
  • A.J. van der Welle et al. (2017) Achtergronddocument onzekerheden Nationale Energieverkenning 2017. Petten/Den Haag: Energieonderzoek Centrum Nederland/Planbureau voor de Leefomgeving.

Naam van het gegeven

CO2-doelen transport en energiebesparing

Omschrijving

Energiegebruik en CO2 emissies van de sector verkeer en vervoer

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL); auteur: Michel Traa, Gerben Geilenkirchen

Berekeningswijze

Binnenlands Energiegebruik en de bijbehorende CO2-emissie van de sector verkeer en vervoer zijn gebaseerd op de Nationale Energieverkenning (NEV) 2017 (Schoots et al, 2017).Het energiegebruik voor internationaal vervoer door de lucht en over het water wordt niet tot het binnenlands energiegebruik gerekend. De CO2-emissie die daarbij vrijkomt wordt conform de IPCC-richtlijnen beleidsmatig niet aan Nederland toegerekend en is derhalve niet meegenomen.De CO2-uitstoot uit biobrandstoffen wordt conform de IPCC-richtlijnen niet tot het Nederlandse emissietotaal gerekend en is derhalve niet meegenomen.

Basistabel

Zie tabblad figuurdata onder Download figuurdata

Geografische verdeling

Nederland

Andere variabelen

Geen

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Opmerking

Gebaseerd op de Nationale Energieverkenning 2017 (Schoots et al, 2017)