Balans van de Leefomgeving

In gemiddelde en droge zomers is in gebieden met wateraanvoer vanuit het hoofdwatersysteem de waterbeschikbaarheid meestal toereikend

Waterbeschikbaarheid in gebieden met wateraanvoer vanuit het hoofdwatersysteem meestal toereikend

Ongeveer driekwart van Nederland kan vanuit het hoofdwatersysteem (Rijn, Maas en het IJsselmeer) worden voorzien van zoetwater. Delen van de hogere zandgronden in het oosten en zuiden en delen van Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden zijn geheel aangewezen op neerslag en op het in het gebied aanwezige grondwater. In gemiddelde en droge zomers is in gebieden met wateraanvoer vanuit het hoofdwatersysteem de waterbeschikbaarheid meestal toereikend. In droge zomers (en soms ook in gemiddelde zomers) is in gebieden zonder wateraanvoer vanuit het hoofdwatersysteem (zoals de hoge zandgronden), de waterbeschikbaarheid niet toereikend voor alle functies. Droge zomers komen gemiddeld 1 maal in de 10 jaar voor.

De zoetwatervoorziening omvat het hoofdwatersysteem (grote rivieren en meren) en de regionale oppervlakte- en grondwatersystemen. Het Rijk is verantwoordelijk voor het beheer van het hoofdwatersysteem en de zoetwateraanvoer naar de regio’s. Provincies, waterschappen en gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beheer en gebruik van het regionale water.

Als er sprake is van een watertekort in het hoofdwatersysteem komt de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) in actie. Als er gedurende het droogteseizoen een watertekort dreigt, verspreidt de LCW een droogtemonitor. Hierin staat hoeveel water er door de rivieren stroomt, hoe groot het tekort aan neerslag is en welke maatregelen getroffen worden. De nationale verdringingsreeks geeft in deze situatie de prioriteiten voor de verschillende watervragers en bepaalt daarmee de verdeling van het beschikbare zoete water. Door de manier van prioriteren, is voor de betrokken watervragers (sectoren/gebruiks- functies) op voorhand de waterbeschikbaarheid duidelijk en kunnen zij daarop anticiperen.

Beleidsdoel: in 2050 een robuuste, duurzame en klimaatbestendige zoetwatervoorziening.

Doel van het Deltaprogramma Zoetwater is dat de zoetwatervoorziening ook in de toekomst (2050) duurzaam en robuust is en (grotere) extremen van het klimaat veerkrachtig opgevangen kunnen worden. Zoals hierboven is aangegeven is het aanbod van zoetwater niet altijd toereikend voor de zoetwatervraag. De in het kader van het Deltaprogramma opgestelde Deltascenario’s (Deltares e.a. 2013) laten zien dat in de toekomst vaker watertekorten kunnen optreden door klimaatverandering, verzilting en sociaaleconomische ontwikkelingen.
In de deltabeslissing zoetwater is de beleidsopgave voor zoetwater geformuleerd (IenM en EZ 2014). De voorkeurstrategie Zoetwater is per deelgebied (regio’s West Nederland, IJsselmeergebied, Hoge Zandgronden, Rivieren, Zuidwestelijke Delta, Wadden) uitgewerkt. Maatregelen om de zoetwaterbeschikbaarheid te verbeteren (in de periode tot en met 2021) zijn opgenomen in het Deltaplan zoetwater. De beleidsopgave na 2021 wordt nog bezien (IenM en EZ 2014).
In 2021 zal voor alle deelgebieden (regio’s) en het hoofdwatersysteem de waterbeschikbaarheid zijn afgesproken en vastgelegd. Dit betreft de beschikbaarheid van zoetwater en de kans op watertekorten in een bepaald gebied, in normale en droge situaties. De waterbeschikbaarheid heeft betrekking op oppervlaktewater en grondwater en betreft de kwantiteit van het water en waar relevant ook de kwaliteit van het water. De intentie is om zoetwatergebruikers transparantie, voorspelbaarheid en handelingsperspectief te bieden waar het gaat om zoetwaterbeschikbaarheid.
In de Knelpunten analyse zoetwater is uitgaande van Deltascenario’s verkend in welke regio’s zoetwatertekorten kunnen optreden en waarom (Deltares 2012). De belangrijkste oorzaken voor het optreden van zoetwatertekorten zijn (zowel nu als in de toekomst);

  • gebieden zonder mogelijkheid voor aanvoer van zoetwater (zuidwestelijk estuariumgebied, hoge zandgronden),
  • er is onvoldoende water beschikbaar in rivieren en kanalen (zoals in de Brabantse kanalen);
  • de voorraad is overvraagd en/of raakt uitgeput (IJsselmeer)
  • de inlaatpunten raken te verzilt (Gouda en Bernisse).

Uit modelberekeningen blijkt dat als eerste in ‘gebieden zonder zoetwateraanvoer’ problemen optreden en daarna in gebieden waar de zoetwaterbeschikbaarheid ‘te weinig’ of ‘te krap’ is. Te zout is maar in een paar gebieden hoofdoorzaak.

Mede op basis van deze potentiële zoetwatertekorten is in het Deltaprogramma Zoetwater een voorkeurstrategie zoetwater opgesteld; met maatregelen per zoetwaterregio. De effecten van deze maatregelen zijn bezien (Deltares 2014). Ook zijn potentiële veranderingen in het hoofdwatersysteem bezien (‘stresstest zoetwater’). Geconcludeerd is dat de voorkeurstrategie zoetwater robuust is, wel zijn verbeteringen van het modelinstrumentarium mogelijk (Deltares 2015).

Doelen scherper definiëren en beter meetbaar maken

De voortgang van maatregelen (zoals voorzien in het Deltaplan Zoetwater) wordt gevolgd. Of deze maatregelen toereikend zijn, kan pas na verloop van tijd worden vastgesteld. Dit is afhankelijk van ontwikkelingen in het hoofdwatersysteem, klimaatverandering, sociaaleconomische ontwikkelingen en verzilting.
Voor de korte termijn (Fase 1) is het beleid gericht op het aanpakken van de huidige knelpunten en het verbeteren van de zoetwaterbeschikbaarheid door no-regret maatregelen uit te voeren in het hoofdwatersysteem en in regionale watersystemen. Doelen en beleidsopgaven voor Fase 2 (periode 2022-2029) worden nog uitgewerkt. Een planning is opgenomen in de ‘Routekaart naar fase 2;producten en mijlpalen’. Naast het vaststellen van potentiële zoetwatertekorten zal het gaan om het vinden van kosteneffectieve oplossingen voor deze tekorten. Ook wordt nog bezien welke effectiviteitsindicatoren opgenomen worden.
De resultaten van een procesevaluatie Waterbeschikbaarheid zijn in mei 2018 gerapporteerd (RHDHV 2018). In deze procesevaluatie is o.a. geconstateerd;

  • Ambitieniveau
    De eerste resultaten van de regionale gebiedsprocessen worden zichtbaar. De uitwerking per gebied leidt niet tot één optelsom van waterbeschikbaarheid. Eerder is het een mozaïek met uiteenlopende uitwerkingen en groottes van gebieden.
    Indien alle gebieden met eenzelfde mate van diepgang uitgewerkt worden, lijkt het ambitieniveau om in 2021 een gebieds-dekkend beeld te hebben niet haalbaar. Aanbevolen is om onderscheid te maken in de diepgang van gebiedsuitwerkingen op basis van de mate van urgentie in de gebieden.
  • Doelbereik
    Om te kunnen bepalen of en wanneer de doelen voor Waterbeschikbaarheid (transparantie, afspraken over verantwoordelijkheden, bewustzijn, handelingsperspectief en doelmatigheid) bereikt zijn, moeten de doelen scherper worden gedefinieerd en beter meetbaar worden. Bovendien moeten de doelen aan de voorkant gedeeld zijn.
  • Transparantie
    Specifiek voor transparantie heeft Waterbeschikbaarheid geleid tot een dialoog over de resultaten en mogelijke optimalisatie. Echter, er is beperkt ervaring met het vastleggen van de resultaten. De informatie die vastgelegd wordt, is niet altijd vindbaar. Bovendien is de huidige beschikbare informatie voor overheden en gebruikers niet altijd voldoende scherp om investeringsbeslissingen te kunnen nemen over maatregelen ten aanzien van de beschikbaarheid van zoet water.

In tabel 1 is een overzicht gegeven van de beschikbaarheid van doelen, beleidsopgave en indicatoren.

Tabel 1. Deltaprogramma Zoetwater; beschikbaarheid van doelen, beleidsopgave, indicatoren
  Strategische doelen Operationele doelen Beleidsopgave Voortgang indicatoren Effectiviteits indicatoren
Zoetwater hoofdwater en regionaalwatersysteem Ja*1 Fase 1: JaFase 2: nog vast te stellen *2 Fase 1: Ja *3Fase 2: nog vast te stellen *2 Ja *4 Nee *5
*1 Strategische doelen zijn opgenomen in de Deltabeslissing zoetwater (Deltaprogramma 2015) Dit betreft; ‘in stand houden en bevorderen gezond en evenwichtig watersysteem, beschermen van cruciale gebruiksfuncties, stimuleren om beschikbaar water effectief en zuinig te gebruiken, bevorderen concurrentiepositie van NL voor wat betreft water gerelateerde economie, Ontwikkelen van waterkennis, kunde, innovatie voor zoetwater doelen, Waterbewustzijn vergroten’. *2 Operationele doelen voor fase 1 zijn; de huidige knelpunten aanpakken en de zoetwaterbeschikbaarheid verbeteren door no-regret maatregelen uit te voeren. Voor Fase 2 (na 2021) worden doelen en beleidsopgaven nog vastgesteld; zie ook voetnoot 5.*3 Beleidsopgave voor fase 1 is opgenomen in het Deltaplan Zoetwater. *4 Rapportage over de voortgang van het Deltaplan Zoetwater vindt jaarlijks plaats. Evaluatie van Fase 1 is voorzien in 2020. *5 In de procesevaluatie Waterbeschikbaarheid (RHDHV 2018) is geconstateerd dat ‘om te kunnen bepalen of en wanneer de doelen voor Waterbeschikbaarheid (transparantie, afspraken over verantwoordelijkheden, bewustzijn, handelingsperspectief en doelmatigheid) bereikt zijn, moeten de doelen scherper worden gedefinieerd en beter meetbaar worden’.

Referenties

Naam van het gegeven

Zoetwatervoorziening

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving