Balans van de Leefomgeving

Beleidsopgave voor gevolgbeperking waterveiligheid nog niet uitgewerkt, beleidsopgave dijkverbetering groot

Lagenbenadering waterveiligheidsbeleid

Het waterveiligheidsbeleid wordt vorm gegeven in drie ‘lagen’. Laag 1 (preventie) is gericht op het voorkomen van overstromingen door waterkeringen, waterkerende kunstwerken en door rivier verruimende maatregelen. Laag 2 (ruimtelijke aanpassing) richt zich op een robuustere inrichting van het stedelijke gebied en op vitale en kwetsbare functies en laag 3 omvat de rampenbeheersing en evacuatiestrategieën.

In het Deltaprogramma is een nieuw waterveiligheidsbeleid ontwikkeld; de overstroming- risicobenadering. Deze gaat uit van de overstromingskansen en de gevolgen die een overstroming heeft, dit in plaats van overschrijdingskansen van de maatgevende hoogwaterstanden. Om de doelen van het waterveiligheidsbeleid te realiseren staat Laag 1 (preventie) voorop. Het investeren in het voorkomen van overstromingen (laag 1) is het meest doelmatig gebleken.

In 2017 komt er een aanpassing van de waterveiligheidsnormen en -eisen voor primaire waterkeringen. Vanaf 2017 vindt de vierde landelijke beoordeling van primaire waterkeringen plaats op basis van het nieuwe waterveiligheidsbeleid, de nieuwe normen en het bijpassende, vernieuwde beoordelingsinstrumentarium. Daarmee is er in 2023 een volledig beeld van de dijktrajecten die versterking nodig hebben. Het streven is dat alle primaire waterkeringen en waterkerende kunstwerken in 2050 aan de nieuwe normen voldoen (IenM en EZ 2015a).

Hieronder is voor elke laag beschreven welke indicatoren zijn vastgesteld en of hiervoor informatie beschikbaar is.

Laag 1 (preventie) Toestand primaire waterkeringen en basiskustlijn

Toetsing primaire keringen
Op basis van de Derde Landelijke Rapportage Toetsing (ILT 2011) en de Verlengde Derde Toetsing (ILT 2013) is geconstateerd dat 35% van onze primaire keringen (dijken, dammen en duinen) niet aan de huidige normen voldoet (zie figuur 1). Van de kunstwerken (met name sluizen) voldoet 45% niet aan de normen.

Het aantal kilometer primaire waterkeringen (dijken en duinen) en het aantal waterkerende kunstwerken dat voldoet aan de oude waterveiligheidsnormen.

Toestand van onderzochte primaire waterkeringen

Uit de rapportages van de waterschappen en de provinciale waterveiligheidsoordelen zijn echter geen acute veiligheidsproblemen naar voren gekomen (HWBP 2015). Prioritering van projecten geschiedt op basis van urgentie en potentiële schade (zie onder voortgang uitvoering).
De bestaande opgave beslaat 1100 km aan dijken die versterkt moeten worden omdat deze zijn afgekeurd in de Tweede en (verlengde) Derde toetsing van de primaire waterkeringen (HWBP 2017). Als gevolg van de nieuwe normen komt hier, naar globale schatting (HWBP 2017), een opgave van 800 km dijkversterking bij. Dit betekend dat tot 2050 ongeveer de helft van alle primaire waterkeringen verbeterd moet worden. In 2023 is de eerste beoordelingsronde van primaire waterkeringen voorzien; dan is meer in detail bekend wat de consequenties zijn van de nieuwe waterveiligheidsnormen voor de beleidsopgave.

Basiskustlijn

Voor de waterveiligheid van de kust is het handhaven van de Basiskustlijn uitgangspunt van het beleid. De basiskustlijn (BKL) wordt onderhouden door zandsuppleties (zie figuur 2). Jaarlijks voert RWS kustlijnmetingen uit om overschrijding van de BKL vast te stellen. Vanaf 2004 is de overschrijding van de basiskustlijn onder de 10% norm (zie figuur 3); dit betekent dat de hoeveelheid gesuppleerd zand toereikend is voor handhaving van de basiskustlijn (IenW 2018).

Hoeveelheid zandsuppletie in miljoenen kubieke meter per jaar voor handhaving basiskustlijn.

Hoeveelheid zandsuppletie voor handhaving basiskustlijn
Percentage metingen met overschrijding van de norm voor handhaving basiskustlijn.

Overschrijding basiskustlijn

Laag 2 (RO) en 3 (rampenbeheersing) Toestand gevolgbeperking

Hiervoor zijn geen indicatoren vastgesteld.

Voortgang uitvoering

Laag 1 primaire waterkeringen en waterkerende kunstwerken
In het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) worden de gesignaleerde gebreken aangepakt. Prioritering van projecten door HWBP geschiedt op basis van urgentie van elke afgekeurde dijk (dijkvak); de kans op overstroming vermenigvuldigd met het potentiële effect van overstroming. Bij de kans op een overstroming worden faalmechanismen (zoals hoogte, stabiliteit, piping, en bekleding) in beschouwing genomen. Als eerste worden die projecten aangepakt die het meest urgent zijn en die de meeste potentiële schade teweeg kunnen brengen (HWBP 2015). De voortgang van het Hoogwaterbeschermingsprogramma wordt jaarlijks beschreven door HWBP en ook gerapporteerd in het Deltaprogramma (IenW 2018).
Laag 2 ruimtelijke inrichting
In de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is o.a. opgenomen dat ‘Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen de gezamenlijke ambitie vastleggen dat Nederland in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht en bij (her)ontwikkelingen geen extra risico op schade en slachtoffers ontstaat voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is’. Uiterlijk in 2020 is klimaatbestendigheid onderdeel van het beleid en handelen van de betrokken partijen door bij hun regionale en lokale ruimtelijke afwegingen de waterrobuustheid en klimaatbestendigheid van het eigen plangebied te analyseren (‘weten’), de resultaten van deze analyse te vertalen in een gedragen ambitie en een adaptatiestrategie met concrete doelen (‘willen’) en de beleidsmatige en juridische door werking van deze ambitie borgen voor uitvoering (‘werken’).
Ook is in de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie opgenomen dat ‘Het Rijk zorgt ervoor dat nationale vitale en kwetsbare functies uiterlijk in 2050 beter bestand zijn tegen overstromingen en daarvoor zo nodig in 2020 of zoveel eerder als mogelijk beleid en regelgeving heeft vastgesteld’ (IenM & EZ 2014). Voortgang wordt jaarlijks gerapporteerd in het Deltaprogramma.
In de Overstromingsrisicobeheerplannen (IenM 2015) zijn de onderstaande indicatoren voorgesteld om de voortgang van het beleid (laag 2) te volgen;

  • Toepassing Watertoets (gemeenten, Rijk en waterschappen)
  • Zoneren en voorwaarden stellen (Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen)
  • Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie ‘besluit uitwerken’. Hierbij kan gedacht worden aan het uitwerken van bij (her) ontwikkeling geen extra risico op schade en slachtoffers’.

Watertoets

Het doel van het watertoets-proces is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze meewegen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding. Voortgang van het watertoets-proces is beschreven in de Staat van ons water (IenM 2018). Geconstateerd is o.a. dat de waterschappen weinig zicht hebbenop de uitvoeren van de door hun opgesteld wateradviezen. (informatie over de resultaten van de jaarlijks enquête Watertoets is opgenomen in het indicatorblad Ruimtelijke adaptatie).

Zoneren

Zoneren is relevant voor o.a. het kustfundament, reserveringsgebieden langs primaire waterkeringen en in het rivierbed van grote rivieren. Dit om voor de toekomst ruimte voor (dijk)versterking te hebben en om te voorkomen dat de afvoer van rivierwater belemmerd wordt. In het kader van de Monitor Infrastructuur en Ruimte (MIR) worden door PBL de voortgang bezien van:

  • Ruimtelijke ontwikkelingen in reserveringsgebieden ruimte voor de rivier.
  • Ruimtelijke ontwikkelingen in het rivierbed van grote rivieren
  • Ruimtelijke ontwikkelingen in het kustfundament

Bij (her) ontwikkeling geen extra risico op schade en slachtoffers
In het Deltaprogramma 2019 is geconstateerd dat het beperken van overstroming via de ruimtelijke inrichting (laag 2) onvoldoende van de grond komt; een werkgroep is ingesteld om hier meer aandacht aan te geven. Er zijn nog indicatoren vastgesteld om de voortgang te monitoren.

Laag 3 Rampenbeheersing

In de Overstromingsrisicobeheerplannen (ORBP) zijn voor de rampenbeheersing (paraatheid) de volgende maatregelen / indicatoren voorgesteld (IenM 2015)

  • Plannen op orde houden hulpdiensten (Rijk, gemeenten, waterschappen, veiligheidsregio’s)
  • Opleiden, trainen, oefenen (Rijk, gemeenten, waterschappen, veiligheidsregio’s)
  • Overstroming voorspellen en waarschuwen (Rijk, gemeenten, waterschappen, veiligheidsregio’s)
  • Adequaat optreden handelingsperspectief bieden (Rijk, gemeenten, waterschappen, veiligheidsregio’s)
  • Kader grootschalige evacuatie (Rijk)
  • Module grootschalige evacuatie bij overstromingen (Rijk)
  • Samenwerking versterken (Rijk en veiligheidsregio’s).

In 2021 zullen de ORBP geactualiseerd worden en wordt aan de Europese Commissie gerapporteerd welke van de aangekondigde maatregelen in gang gezet zijn, afgerond of nog lopen. Om een voortgangsrapportage op te kunnen stellen is het noodzakelijk de uitvoering van maatregelen te monitoren. Voor laag 3 (rampenbeheersing) moet dit nog georganiseerd worden. Veiligheidsregio’s stellen een rampenbeheersingsplan op voor overstromingsrisico’s. Om in 2021 landelijk te kunnen rapporteren over de voortgang van maatregelen is het nodig om afspraken te maken over de manier van monitoren.
In het kader van (VenJ) project ‘Water en evacuatie’ is een ‘Handreiking impactanalyse overstroming en ernstige wateroverlast’ opgesteld (IFV 2016). De veiligheidsregio’s zijn verzocht medio 2018 deze impactanalyse uit te voeren en in 2020 handelingsperspectieven voor evacuatie op te stellen. Indicatoren heeft het project ‘Water en evacuatie’ niet opgeleverd.
Eén van indicatoren voor de rampenbeheersing kan de ‘zelfredzaamheid van burgers’ zijn.

Zelfredzaamheid

Bij evacuatie als gevolg van overstroming staat de zelfredzaamheid van de burger centraal. Belangrijk in dat verband is het waterveiligheidsbewustzijn van de burger. Op basis van de rapportage Waterpeil Monitor Waterbewustzijn in Nederland (2016) kan geconstateerd worden dat verhoging van dit waterveiligheidsbewustzijn gewenst is;

  • De risicoperceptie voor de overstromingskans voor de eigen woning is beperkt.
  • De meerderheid denkt niet dat of weet niet of de eigen woning gevaar loopt als de hoogwaterkeringen het zouden begeven tijdens hoogwater.
  • Een aanzienlijk deel (4 op de 10) heeft moeite met het eigen handelingsperspectief. Zij vinden een goede voorbereiding lastig en denken dat er weinig is dat ze daar op voorhand kunnen doen.

Eind 2018 zal deze monitor herhaald worden.

Waterveiligheid, doelen, beleidsopgave en indicatoren

In tabel 1 is een overzicht opgenomen van doelen, beleidsopgave en indicatoren voor het waterveiligheidsbeleid. Dit waterveiligheidsbeleid is volop in ontwikkeling, hierdoor is de beleidsopgave nog niet bekend. In tabel 1 is aangegeven welk type indicatoren beschikbaar zijn en welke ontbreken.

Tabel 1. Stand van zaken; beschikbaarheid van doelen, beleidsopgave, indicatoren waterveiligheid laag 1, 2 en 3

  Strategische doelen OperationeleDoelen Beleidsopgave VoortgangsIndicatoren EffectiviteitIndicatoren EfficiencyIndicatoren
Laag 1 Ja Ja 2023 *1 Ja Ja *5
Laag 2 Ja Niet vastgesteld 2020 *2 Ja Niet vastgesteld n.v.t.
Laag 3 Ja Niet vastgesteld 2020 *3 *4 Niet vastgesteld*6 n.v.t.
*1 Naar planning komt de vierde toets primaire waterkeringen in 2023 beschikbaar. *2 Naar planning wordt de beleidsopgave voor ‘vitale en kwetsbare functies’ in 2020 vastgesteld*3 In 2018 worden door de Veiligheidsregio’s ‘Impactanalyse overstroming en ernstige wateroverlast’ uitgevoerd. Mede op basis van deze Impactanalysen worden door de veiligheidsregio’s ‘Handelingsperspectieven bij overstroming en ernstige wateroverlast’ opgesteld. Hierbij kunnen per veiligheidsregio ook beleidsopgaven worden vastgesteld. *4 Indicatoren voor rampenbeheersing zijn vastgesteld in het kader van de Europese Richtlijn overstromingsrisico’s. Daarnaast is o.a. de ‘zelfredzaamheid van burgers bij een overstroming’ als indicator relevant. *5 Het doelbereik (in 2050 voldoen alle primaire waterkeringen aan de nieuw waterveiligheidsnormen) is afhankelijk van de gerealiseerde efficiency en de doorlooptijd van dijkverbeteringen. Er zijn geen efficiency doelstellingen. Door HWBP is indicatief berekend dat gegeven het doelbereik in 2050, de beleidsopgaven en beschikbare financiële middelen, de uitvoering van dijkverbetering sneller (factor 2) en (30-40%) goedkoper moet.*6 De Waterwet stelt geen eisen aan hulpverleningscapaciteit of andere gevolg beperkende maatregelen.

Referenties

Naam van het gegeven

Waterveiligheid – Beleidsanalyse

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving