Over de Evaluatie Natuurpact

Aanleiding voor de evaluatie

Het PBL voert in samenwerking met WUR en de VU de evaluatie van het Natuurpact uit. Het Natuurpact uit 2013 is de laatste stap in de onderhandelingen tussen het Rijk en de provincies over decentralisatie van het Natuurbeleid. Het Rijk en de provincies hebben daarbij afspraken gemaakt over de ambities en financiering van het Nederlandse natuurbeleid tot 2027. De provincies zijn daarbij verantwoordelijk geworden voor de uitwerking en uitvoering van de ambities in hun natuurbeleid. Het Rijk en de provincies hebben daarbij de ambities verbreed van biodiversiteit, naar het versterken van de maatschappelijke betrokkenheid bij natuur en de relatie tussen natuur en economie (zie onderstaand figuur).
fig_1

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) hebben het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gevraagd om de vorderingen van het provinciaal natuurbeleid driejaarlijks te evalueren tot 2027. De eerste lerende evaluatie van het Natuurpact is in januari 2017 gepubliceerd. In 2018 zijn PBL, WUR en de VU begonnen met de tweede lerende evaluatie van het Natuurpact.

Tweede evaluatie richt zich op bereikte resultaten

In de tweede evaluatie van het natuurpact ligt de nadruk op de ervaringen en bereikte resultaten van de beleidsstrategieën tot nu toe. Dit in tegenstelling tot de eerste evaluatie waar de nadruk lag op de uitwerking van het provinciaal natuurbeleid en de potentiële bijdrage hiervan aan de doelstellingen van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR). In de tweede evaluatie gaat het om het analyseren van de bijdrage van provinciale beleidsstrategieën aan de hoofdambities uit het Natuurpact: het verbeteren van de biodiversiteit, het versterken van de maatschappelijke betrokkenheid bij natuur en het versterken van de relatie tussen natuur en economie.

Inhoud van de evaluatie

In de evaluatie richten we ons op de belangrijkste beleidsstrategieën die voortkomen uit de afspraken in het Natuurpact.

Het gaat daarbij in de tweede evaluatie om:

  • Het realiseren van het Natuurnetwerk (beheer en ontwikkelopgave)
  • Het stimuleren van duurzaam gebruik, beleving en actieve betrokkenheid bij natuur

 

In het natuurpact zijn afspraken gemaakt over het vergroten en versterken van het Natuurnetwerk en de benodigde middelen hiervoor. Het realiseren van het Natuurnetwerk is daarmee de belangrijkste strategie uit het Nederlandse natuurbeleid. Dit beleid is daarom cruciaal in dit onderzoek. De landbouw is daarbij essentieel voor de realisatie van dit Natuurnetwerk, voor zowel de uitbreiding als het realiseren van de beoogde kwaliteit (zie PBL en WUR 2017 ). We maken daarom een analyse van de kenmerken van de landbouwbedrijven rondom het natuurnetwerk en de beleidsstrategieën van provincies om deze bedrijven bij dit netwerk te betrekken. Dit doen we om inzicht te krijgen in de faal- en slaagfactoren die van belang zijn om deze sector te kunnen betrekken bij de realisatie van het Natuurnetwerk.

In het Natuurpact zijn ook afspraken gemaakt over het betrekken van de samenleving bij natuur. Het Rijk en de provincies vinden deze betrokkenheid van groot belang als doel op zich en voor de legitimiteit en draagvlak van het beleid. De beleidsstrategieën voor het stimuleren van duurzaam gebruik, beleving en actieve betrokkenheid bij natuur richten zich specifiek op maatschappelijke betrokkenheid en zijn daarom belangrijk voor dit onderzoek.

Andere belangrijke afspraken uit het Natuurpact gaan over het agrarisch natuurbeheer (ANLb) en beleidsstrategieën voor het verbinden van natuur en economie. Voor het ANLb is het stelsel net in 2016 herzien en zijn er nu nog geen effecten vast te stellen. Het beleid voor het versterken van de relatie tussen natuur en economie is nog sterk in ontwikkeling. Het ANLb en het beleid voor natuur en economie komt in latere evaluaties aan de orde als er meer resultaten en effecten zichtbaar zijn. Een uitzondering is het hierboven genoemde provinciale beleid voor het betrekken van de landbouw bij het Natuurnetwerk. Dit beleid is al veel verder ontwikkeld dan het andere beleid voor natuur en economie en dit onderzoek is belangrijk voor de verklaring van de voortgang van het Natuurnetwerk.

Tot slot zijn provinciale beleidsvernieuwingen en het leren van deze vernieuwing belangrijk om de beleidsopgaven te kunnen realiseren. Dit vergt lerend vermogen in het netwerk rondom concrete projecten en in de provinciale organisatie, zodat lessen leiden tot benodigde aanpassingen in beleidsstrategieën. We onderzoeken daarom ook de condities die van belang zijn voor het lerend vermogen hierbij.

Doel en vraagstelling van het onderzoek

Het PBL, WUR en VU onderzoeken het provinciaal natuurbeleid om zo inzicht te geven in hoeverre dit bijdraagt aan het behalen van de hoofdambities uit het natuurbeleid. Daarbij willen we deze bijdrage verklaren, in beeld brengen welke (leer)condities hierbij van belang zijn en tot welke handelingsperspectieven dit kan leiden.

Hiervoor zijn de volgende vragen geformuleerd:

  • Wat is de bijdrage van de beleidsstrategieën van de provincies en het Rijk aan drie hoofdambities uit het natuurbeleid?
  • Hoe is deze bijdrage te verklaren en wat is de rol van het Rijk hierbij?
  • Hoe leren de betrokken partijen van ervaringen in het natuurbeleid?
  • Welke handelingsperspectieven zijn er waarmee het natuurbeleid van het Rijk en de provincies versterkt kan worden?

Resultaten en publicatie

Verslagen van bijeenkomsten en publicaties van de evaluatie kunt u vinden onder het tabblad verslagen en publicaties. De publicatie van het hoofdrapport is voorzien in juni 2020.

Leren van de ervaringen met het natuurbeleid.