Ga direct naar inhoud
logo Planbureau voor de leefomgeving
logo Planbureau voor de leefomgeving

Waarden adresseren in het planproces

Bij integrale planvorming speelt erfgoed vanaf het begin van het planproces een rol. Het wordt niet als een aparte categorie gezien maar als een kwaliteit van de leefomgeving. Daarmee raakt het aan de kern van de planvorming in elk stadium van het proces, vanaf het opstellen van omgevingsvisie en omgevingsplan, tot het ontwerp van de ruimtelijke ingreep, tot de verlening van de vergunningen.

Hieronder zie je een vereenvoudigde en geïdealiseerde weergave van de opeenvolgende stadia van interactie tussen het bevoegd gezag (zoals de gemeente), initiatiefnemers en andere betrokkenen in een planproces. Het kan daarbij gaan om een ruimtelijke ingreep op beperkte schaal, bijvoorbeeld aan een gebouw, maar ook om een gebiedsontwikkeling.

Deze routekaart is niet bedoeld als wegwijzer in de juridische procedure, maar beschrijft soorten interactiemomenten tijdens het planproces in een sterk vereenvoudigde opeenvolging. De stadia in het proces variëren naar gelang een initiatief binnen of buiten de geldende kaders valt en de complexiteit en impact van de opgave. Stedenbouwkundige of landschappelijke ontwikkelingen vragen bijvoorbeeld om meer tussenstappen, onderzoeken en besluiten dan hier beschreven.

Voor een meer uitgebreide beschrijving van de stappen in een (nog steeds geïdealiseerd) proces, zie de uitgebreide routekaart.

In elk stadium is het behulpzaam om de aanwezige leefomgevingswaarden onderwerp van gesprek te maken. Onderstaande vragen vormen een gesprekshandleiding daarvoor.

0Beleid op orde

Het bevoegd gezag heeft een actuele omgevingsvisie en omgevingsplan waarvan erfgoed integraal onderdeel is.

Welke overheidsinstantie bevoegd is om over de ruimtelijke ingreep met consequenties voor erfgoed te beslissen, verschilt per situatie. In veel gevallen is het de gemeente. Onderdeel van het ruimtelijk beleid vormen gebiedsgerichte overzichten van karakteristieken, aanwezige leefomgevingswaarden van erfgoed en een beleidsambitie hoe vanuit de huidige situatie de leefomgevingswaarden zich zouden moeten ontwikkelen. Het gebiedsgerichte overzicht is gebaseerd op het oordeel van deskundigen op het vlak van cultureel erfgoed en ruimtelijke kwaliteit, rekening houdend met het perspectief van inwoners en gebruikers. Onderdeel van het beleid is een sturingsfilosofie hoe de beleidsambitie te bereiken.

1Initiatief tot ontwikkeling

Private of publieke partijen formuleren een initiatief om een gebied of gebouw te ontwikkelen waarbij potentieel leefomgevingswaarden van erfgoed in het geding zijn.

Onderdeel van het initiatief is het bestuderen van de (beleids-)kaders over vastgelegde leefomgevingswaarden en het oordeel van deskundigen hierover. Initiatiefnemers treden met belanghebbenden en omgeving in overleg om te bezien hoe men aankijkt tegen het initiatief. De initiatiefnemers benaderen het bevoegd gezag (behalve in het geval er geen vergunningen nodig zijn).

2Gedeelde opgave

Initiatiefnemers en het bevoegd gezag gaan een verkennend en inhoudelijk gesprek aan over het initiatief.

Als een initiatief niet past binnen het omgevingsplan en andere geldende kaders – zoals bij meer grootschalige plannen al snel het geval is - wordt onderzocht of de doelen van de initiatiefnemers passend zijn bij de hogere beleidsdoelen (ambities). Of er wordt bekeken in hoeverre voldoende aangrijpingspunten in het initiatief aanwezig zijn om het passend te maken.

Als het plan als een gedeelde opgave wordt aangemerkt, worden uitgangspunten en ambities voor de verdere planvorming opgesteld. De beleidskaders worden naar aanleiding van de beoogde afwijking tegen het licht gehouden. Dit kan een aanleiding zijn om een traject in gang te zetten om deze aan te passen. Afhankelijk van de opgave en wie het bevoegd gezag is, kan een gemeentelijke adviescommissie en/of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed worden geraadpleegd.

3Principebesluit

Als het initiatief niet binnen de geldende beleidskaders past, kan het college van B&W een principebesluit opstellen. Vooral bij grotere ruimtelijke ingrepen is dit aan de orde. In het principebesluit wordt toegelicht of en waarom het bevoegd gezag wel of geen medewerking wil verlenen aan het initiatief.

Onderdeel van een positief besluit vormen de beschrijving van de gedeelde opgave, de uitgangspunten en ambities inclusief een ruwe schets van de planning, risico’s en maatschappelijke kosten en baten (kwalitatief, ordegrootte). Daarnaast worden afspraken vastgelegd voor het verdere proces, zoals benodigde onderzoeken, ontwerpstappen, samenwerking tussen de initiatiefnemer met het bevoegd gezag, het participatieproces en andere manieren waarop bewoners en andere gebruikers zoveel mogelijk zeggenschap krijgen over de eigen leefomgeving.

Bij grote ontwikkelingen kan een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) onderdeel zijn van de gevraagde onderzoeken.

4Ontwerpvarianten

De initiatiefnemer en zijn adviseurs (eventueel met beleidsadviseurs van het bevoegd gezag) maken een ruimtelijke vertaling van hun initiatief conform de afgesproken uitgangspunten en ambities, eventueel in verschillende varianten.

Aan de hand van ontwerpend onderzoek worden verschillende oplossingsrichtingen verkend om het programma van wensen in te passen, rekening houdend met de geconstateerde leefomgevingswaarden. Per oplossingsrichting wordt aangegeven welke leefomgevingswaarden benadrukt worden en wat de gevolgen zijn in termen van kosten, baten en risico’s (dit kan ook kwalitatief of in grootteordes). Op basis hiervan kan een voorkeursrichting gekozen worden en een schetsontwerp worden gemaakt, maar ook kunnen de verschillende oplossingsrichtingen in verschillende (schetsmatige) ontwerpvarianten nog naast elkaar blijven bestaan. De ontwerpvarianten worden gedeeld met de omgeving en kunnen onderdeel zijn van een participatieproces.

5Vooroverleg over ontwerpvarianten

De initiatiefnemer en zijn adviseurs leggen het schetsontwerp, eventueel in ontwerpvarianten, voor aan de beleidsadviseurs van het bevoegd gezag. Er kan een “Omgevingstafel” worden georganiseerd met alle deskundigheid aan tafel.

Vooroverleg kan plaatsvinden in verschillende ronden, en variëren van een klein overleg tot een breed vooroverleg. De ontwerpvarianten worden op basis van de (beleids)kaders (bijvoorbeeld op het vlak van erfgoed en ruimtelijke kwaliteit) en de in het planproces geformuleerde uitgangspunten en ambities onderworpen aan een ‘botsproef’. Ook wordt door de initiatiefnemer en zijn adviseurs afgestemd met andere overheden, (maatschappelijke) organisaties, nutsbedrijven en dergelijke.

Onderdeel van het vooroverleg is ook het overleg met de gemeentelijke adviescommissie. De commissie stelt op basis van de behandeling een preadvies op aan het college van Burgemeester & Wethouders. Als het brede vooroverleg inclusief het preadvies van de gemeentelijke adviescommissie positief is, wordt de volgende stap gezet. In andere gevallen dient eerst het schetsontwerp te worden verbeterd.

6Voorlopig ontwerp

De initiatiefnemers en hun adviseurs werken op basis van de reacties van de omgeving en de uitkomsten van het vooroverleg één variant uit in een voorlopig ontwerp en delen dit met het bevoegd gezag.

Het voorlopig ontwerp is maatvast en technisch en financieel uitvoerbaar in uitvoering en beheer. Het bevoegd gezag controleert of de adviezen uit het brede vooroverleg zijn verwerkt. Als dit het geval is, wordt het voorlopig ontwerp vrijgegeven voor de inspraak.

7Inspraak

Bij (vaak grotere) ruimtelijke ingrepen die niet passen binnen het geldende beleidskader organiseren de initiatiefnemers en hun adviseurs in samenwerking met het beleidsadviseurs van het bevoegd gezag de inspraak.

De zienswijzen die naar aanleiding van de inspraak zijn ingediend, worden door het bevoegd gezag verzameld. In overleg met de initiatiefnemer en zijn adviseurs worden de zienswijzen beantwoord in een reactienota.

8Definitief ontwerp en aanvraag

Heeft het initiatief stap 7 ook doorlopen, dan wordt het voorlopig ontwerp overeenkomstig de reactienota door de initiatiefnemers en zijn adviseurs (eventueel met beleidsadviseurs van het bevoegd gezag) aangepast. Het plan is gereed en wordt aangeboden ter besluitvorming.

Ook worden allerlei benodigde (bijvoorbeeld bouwkundige) onderzoeken ten behoeve van het vergunningstraject uitgevoerd.

Wanneer het bevoegd gezag de aanvraag heeft ontvangen, stuurt het de aanvrager een bericht waarin onder andere de procedure staat beschreven. Bij de indiening wordt gecontroleerd of alle noodzakelijke toestemmingen zijn aangevraagd en de aanvraag volledig is. Het bevoegd gezag maakt de aanvraag of haar ontwerpbesluit publiekelijk kenbaar.

9Vaststellingsbesluit

Het bevoegd gezag neemt op basis van toetsen en adviezen een besluit over het plan.

De beleidsadviseurs van het bevoegd gezag (eventueel met adviseurs van de initiatiefnemer) bereiden voor het college van B&W de besluitvorming over het plan inclusief eventuele reserveringen van publieke middelen (bij grote ruimtelijke opgaven) voor. Als het plan afwijkt van de eerdere besluiten wordt hiervan in het ontwerpbesluit expliciet melding van gemaakt. Het ontwerpbesluit wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.