Regionale bevolkings- en huishoudensprognose

PBL/CBS - 2019

Hoe ontwikkelen de bevolking en huishoudens zich in de komende drie decennia? In welke regio’s zien we groei of juist krimp? Waar zal de vergrijzing van de bevolking het sterkst zijn, waar gaat bevolking op werkzame leeftijden groeien, en waar lopen scholierenaantallen het sterkst terug?

Deze gegevens staan in de regionale bevolkings- en huishoudensprognose, een coproductie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze informatie is van belang voor besluitvorming in beleidsdomeinen als wonen, werken, zorg en onderwijs.

Hoofdlijnen

  • De bevolking van Nederland groeit de komende drie decennia nog door. Deze groei slaat vooral neer in de Randstad. Aan de randen van Nederland treedt bevolkingskrimp op.
  • Het aandeel AOW-gerechtigden in de bevolking neemt overal toe. Aan de randen van Nederland is de vergrijzing het sterkst. Het aantal hoogbejaarden (85-plus) loopt sterk op in de toekomst en vooral in de grote steden.
  • Het aantal mensen op de werkzame leeftijden groeit eerst nog licht (samenhangend met het opschuiven van de AOW-gerechtigde leeftijd), maar gaat na 2030 toch dalen. In de grote steden en studentensteden is de groei het sterkst. Het aandeel mensen op de werkzame leeftijden op de totale bevolking neemt echter overal af.
  • Het landelijk aantal kinderen in de basisschoolleeftijden (4 tot 12 jaar) neemt tot 2025 af, maar zal daarna weer stijgen om na 2035 weer te gaan dalen. In de grote steden en hun randgemeenten groeit het aantal basisschoolleerlingen in de toekomst, maar in de kleinere gemeenten gaat het aantal dalen.
  • Het aantal huishoudens blijft verder groeien. Hierdoor is er tot 2035 extra woonruimte nodig voor driekwart miljoen huishoudens. Deze toename van het aantal huishoudens geldt voor bijna elke regio, al gaat na 2035 aan de randen van Nederland het aantal huishoudens toch afnemen.

Meest waarschijnlijke ontwikkeling

De regionale prognose 2019 beoogt de meest waarschijnlijke ontwikkeling te beschrijven, rekening houdend met nieuwe inzichten en recente ontwikkelingen op nationaal en regionaal niveau. Toch zijn de cijfers altijd met onzekerheden omgeven.

Bevolkingstrends hebben een groot effect op zowel de omvang als de samenstelling van de bevolking van Nederland en zijn regio’s. De bevolkingspiramide toont de bevolkingssamenstelling voor 2020, 2035 en 2050 per 5-jaarsleeftijdsgroep en loopt van onder naar boven van jong naar oud. De linkerkant van de piramide geeft de mannen weer, de rechterkant de vrouwen.

Bevolkingsgroei naast krimp

In de komende decennia krijgen de meeste gemeenten te maken met bevolkingsgroei. Dit geldt vooral voor de grote steden en diverse randgemeenten. Toch krijgt één op vijf gemeenten te maken met bevolkingskrimp (van meer dan 2,5 %). Deze gemeenten liggen vaak aan de randen van Nederland.

Groei en krimp bevolking tot 2050

De bevolking van Nederland blijft in de toekomst groeien, vooral door de internationale migratie. In 2050 telt Nederland naar verwachting 18,5 miljoen mensen, tegen 17,3 in 2019. Regionaal zijn de verschillen groot. De bevolkingsgroei concentreert zich in de Randstad, Noord-Brabant en delen van Gelderland en Overijssel.

Tot 2035: bevolkingsgroei in grote steden en randgemeenten

Het inwonertal van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht neemt tot 2035 sterk toe. Dit komt vooral door natuurlijke aanwas en buitenlandse migratie. Voor buitenlandse migranten is de grote stad aantrekkelijk vanwege goede baankansen en omdat hier al vaak migranten met dezelfde achtergrond wonen. Het gaat hierbij vooral om expats, arbeidsmigranten uit de EU en internationale studenten. Ook hebben de steden op jongeren een grote aantrekkingskracht vanwege de opleidingsmogelijkheden en goede baankansen en het rijke aanbod van culturele voorzieningen.

Uit de steden trekken veel jonge stellen en gezinnen weg, die zich vestigen in omliggende gemeenten (met veel nieuwbouw). Het vertrek is groter dan de vestiging, waardoor de grote steden door de binnenlandse migratie inwoners verliezen.

Ook in middelgrote steden, zoals Eindhoven en Almere, wordt een bovengemiddelde groei verwacht. Hierbij speelt binnenlandse migratie ook een rol.

Krimp in plattelandsgemeenten

Tot 2035 zal 1 op de 5 gemeenten – vooral op het platteland - krimpen. De bevolkingskrimp concentreert zich in Delfzijl en omgeving, grote delen van Drenthe, de Achterhoek, Zeeuws-Vlaanderen en een deel van Limburg (zoals Parkstad Limburg). Dit komt vooral door het wegtrekken van jongeren en de vergrijzing (waardoor er meer mensen overlijden dan er kinderen geboren worden).

Tot 2050: zekere bevolkingsgroei in grote steden

Op de lange termijn wordt de onzekerheid over de bevolkingsontwikkeling vrij groot. Daarom hebben we aanvullende analyses gedaan om een bandbreedte rond de verwachte ontwikkeling te bepalen.

Hierbij blijkt dat het vrij zeker is dat de bevolking in de grote steden van de Randstad blijft groeien: zowel volgens de bovengrens als ondergrens wordt groei verwacht. In de overige gemeenten kan er volgens de ondergrens sprake zijn van krimp (vooral aan de randen van Nederland) en volgens de bovengrens van stabilisatie dan wel (lichte) groei. In diverse gemeenten in het noorden van Groningen lijkt bevolkingskrimp echter zeker.

Geïnteresseerd in data of kaarten over bevolkingsontwikkeling?

Vergrijzing zet door

De komende decennia vergrijst de bevolking van Nederland verder. De meeste mensen in de AOW gerechtigde leeftijden wonen in de steden. In de toekomst neemt het aantal nog toe, omdat veel van de huidige volwassenen in de stad blijven wonen. Naast de stad zijn woonplaatsen aan de kust en andere landschappelijk aantrekkelijke gebieden populair onder ouderen.

Aantal AOW-ers

De Nederlandse bevolking is al lang aan het vergrijzen. In de komende decennia zal het aandeel AOW-ers in de bevolking versneld toenemen: de babyboomers (geboren tussen 1945 en 1955) bereiken de AOW-gerechtigde leeftijd.

Waar is vergrijzing het sterkst?

De vergrijzing doet zich in de toekomst het sterkst voor aan de randen van Nederland: Oost-Groningen, Delfzijl en omgeving, Zuidoost-Drenthe, de Achterhoek, Zeeuws-Vlaanderen en de provincie Limburg. Deze regio’s kenmerken zich ook door een aanhoudende bevolkingskrimp. Het vertrek van jongeren, weinig immigratie en een laag aantal geboorten ligt hieraan ten grondslag; de ‘honkvaste’ ouderen blijven dan achter.

Dubbele vergrijzing stijgt overal sterk

Aantal 80-plussers

De categorie 80-plussers neemt in omvang sterk toe in de toekomst en zal in 2050 rond 2,5 keer zo groot zijn als nu. Het verschijnsel dat niet alleen de groep ouderen een relatief groter aandeel vormt, maar de gemiddelde leeftijd ook steeds hoger komt te liggen, noemen we ‘dubbele’ vergrijzing. Deze ontwikkeling kan leiden tot een extra behoefte aan zorg, mede doordat ouderen steeds langer zelfstandig blijven wonen.

Het aantal 80-plussers neemt in de toekomst vooral toe in de grote steden; veel ouderen blijven als ze hoogbejaard worden hier (zelfstandig) wonen.

Geïnteresseerd in de data of kaarten over vergrijzing?

Omvang potentiële beroepsbevolking

De potentiële beroepsbevolking – de bevolking van 20 tot AOW leeftijd – neemt, na een stijging tot 2025, gestaag af. In de grote steden en hun randgemeenten neemt de potentiële beroepsbevolking in de toekomst nog toe, maar daarbuiten blijft het ongeveer constant of gaat het dalen. Het aandeel mensen in de werkzame leeftijden gaat echter in de toekomst overal dalen.

Inwoners tussen 20 jaar en AOW-leeftijd per gemeente

De potentiële beroepsbevolking – de bevolking in de leeftijdsklasse 20 tot AOW-leeftijd – is net als de totale bevolking in de laatste decennia continu in omvang toegenomen.

Tot 2025 neemt de bevolking op werkzame leeftijden verder in omvang toe en blijft enkele jaren stabiel.

Na 2030 zien we een geleidelijke daling. Dit komt doordat de geboortegolfgeneratie van na de Tweede Wereldoorlog geleidelijk de AOW-gerechtigde leeftijden instroomt. Dit gaat samen met een afname van het aantal werkzame personen.

Spreiding van potentiële beroepsbevolking

In de grote steden en hun randgemeenten wordt in de toekomst nog een groei van de bevolking in de werkzame leeftijden verwacht. De grote steden zijn vanwege opleidingsinstituten en werk in trek bij jongeren. Ook ontvangen de grote steden veel immigranten vanwege goede baankansen en familienetwerken.

Buiten de Randstad en vooral aan de randen van Nederland zal het aantal mensen op de werkzame leeftijden afnemen. De immigratie is hier lager en jongeren trekken vaak naar de grote steden.

Aandeel mensen op werkzame leeftijden daalt overal

Sinds de eeuwwisseling daalt het aandeel mensen op de werkzame leeftijden gestaag. In de nabije toekomst gaat het aandeel even stijgen, als gevolg van het oprekken van de AOW-leeftijd. Maar later, rond 2025, gaat de daling weer verder. Dit kan gepaard gaan met een grotere druk op de werkenden die jongeren en AOW-ers moeten onderhouden, in praktisch opzicht door het geven van zorg, en in financieel opzicht door bekostiging van voorzieningen zoals scholen en verpleeginstellingen.In de toekomst blijft het aandeel mensen op de werkzame leeftijden in de grote steden hoger dan in de plattelandsgemeenten. In regio’s met bevolkingskrimp ontstaat hierdoor een extra druk op de potentiële beroepsbevolking.

Geïnteresseerd in de data of kaarten over beroepsbevolking?

Jongeren vooral in steden

Vooral kleinere gemeenten krijgen te maken met afnemende aantallen jongeren. In deze prognose worden ze uitgesplitst in de categorieën 4 tot 12 jaar (basisschoolleeftijd) en 12 tot 17 jaar (middelbare school).

Aantal kinderen van 4 tot 12 jaar per gemeente

Het aantal kinderen in de basisschoolleeftijd (4 tot 12 jaar) neemt landelijk gezien tot 2025 af, maar zal daarna weer stijgen om na 2035 weer te gaan dalen. In de grote steden en hun randgemeenten groeit het aantal basisschoolleerlingen in de toekomst, maar in de kleinere gemeenten gaat het aantal dalen.

Vooral in steden meer basisschoolkinderen

Het aantal kinderen in de basisschoolleeftijden (4 tot 12 jaar) neemt landelijk gezien tot 2025 af maar zal daarna tot 2035 weer stijgen. Deze groei zit vooral in de grote steden, diverse randgemeenten en middelgrote steden. Vrijwel overal in Nederland krijgen de kleinere gemeenten, en vooral de plattelandsgemeenten, te maken met krimp van het aantal basisschoolleerlingen.

Na 2035 gaat het aantal basisschoolleerlingen landelijk weer dalen. Dit werkt door in het regionale beeld: in verreweg de meeste gemeenten gaat het aantal basisschoolleerlingen verder afnemen. De uitzondering op de regel betreft wederom de 4 grote steden en diverse gemeenten daaromheen.

Tot 2035: minder leerlingen in voortgezet onderwijs

Het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs (in de leeftijd 12 tot 17 jaar) krimpt tot 2035; hier zien we hetzelfde geografische patroon als bij de 4- tot 12-jarigen.

Met uitzondering van de grote steden zal deze krimp overal in het land zichtbaar zijn.

Aantal kinderen 12 tot 17 jaar per gemeente

Geïnteresseerd in de data of kaarten over jongeren?

Meer huishoudens

In de komende decennia zal vrijwel overal het aantal huishoudens toenemen. Dit geldt het sterkst voor de grote steden en hun randgemeenten. Slechts aan de randen van Nederland gaat het aantal huishoudens afnemen.

Groei en krimp aantal huishoudens tot 2050

Tot 2035: meer huishoudens, meer woningen nodig

Deze groei gaat in de komende decennia verder, als gevolg van de bevolkingsgroei en verdere huishoudensverdunning (minder personen per huishouden, vooral als gevolg van de vergrijzing). Hierdoor zal er tot 2035 woonruimte bij moeten komen voor ongeveer driekwart miljoen huishoudens.

In Delfzijl en omgeving, delen van Drenthe, de Achterhoek, Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg wordt een stabilisatie dan wel een lichte daling van het aantal huishoudens verwacht. Een sterke toename wordt verwacht in Flevoland en de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad (en daarbinnen vooral de grote steden en hun randgemeenten). Buiten de Randstad kennen steden met een bovenregionale functie (zoals Groningen, Nijmegen, Eindhoven en Zwolle) ook een sterke groei

Bevolkingskrimp betekent niet altijd minder huishoudens

Hoewel in diverse plattelandsgemeenten bevolkingskrimp zal opgetreden, leidt dit meestal niet tot een daling van het aantal huishoudens. In deze vaak vergrijsde gemeenten blijven veel ouderen alleen achter.

Tot 2050: minder huishoudens aan randen van Nederland

Op de lange termijn zien we echter meer gemeenten waar het aantal huishoudens afneemt. Dit geldt vooral aan de randen van Nederland. Hierdoor kan leegstand van woningen ontstaan. Afname van het aantal huishoudens komt vooral door het overlijden van alleenstaande ouderen.

Vooral in steden meer eenpersoonshuishoudens

Het aantal alleenstaanden zal in de toekomst sterk toenemen; dit komt vooral door ouderen wiens partner overleden is. Vooral in de grote steden wonen veel alleenstaanden. Ook het aandeel alleenstaanden op alle huishoudens is hier hoog. Dit geldt ook voor de overige universiteitssteden.

Aantal eenpersoonshuishoudens

Veel alleenstaanden in grote steden en universiteitssteden

Vooral in de vier grote steden wonen veel alleenstaanden. . Ook in de andere universiteitssteden wonen veel alleenstaanden. Naar al deze steden trekken veel jongeren voor opleiding en werk; het merendeel woont dan alleen (ook als ze een woning delen, tellen ze in deze prognose als eenpersoonshuishouden). Ook trekken deze steden veel immigranten, die veelal alleen wonen.

Daar ook een hoog aandeel alleenstaanden

Niet alleen het aantal maar ook het aandeel alleenstaanden ligt hoog in de grote steden en de universiteitssteden. Groningen kent het hoogste percentage alleenstaanden van heel Nederland Ook in de vier grote steden ligt het aandeel hoog.

Steeds meer mensen wonen alleen in een woning. Zo’n 38% van de huishoudens is momenteel een eenpersoonshuishouden; in 2050 zal dit gestegen zijn naar 43%.

Eenpersoonshuishoudens vormen de motor achter de groei van het aantal huishoudens in de toekomst. Het aantal eenpersoonshuishoudens zal tot 2050 met 0,75 miljoen toenemen - tegen een totale groei van het aantal huishoudens met 0,9 miljoen.

Vooral in de grote steden stijgt het aantal eenpersoonshuishoudens. Jongeren trekken naar de stad om een opleiding te volgen en blijven er vaak als ze een baan hebben gevonden. Met name in studentensteden als Groningen, Delft, Nijmegen, Leiden en Maastricht is sprake van een aanzienlijke groei.

Op het platteland komt de groei van het aantal eenpersoonshuishoudens vooral door de ouderen die alleen achterblijven, na het verlies van hun partner.

Geïnteresseerd in de data of kaarten over huishoudens?

Data en kaarten

Als u geïnteresseerd bent in data of kaarten van de belangrijkste resultaten van de bevolkings- en huishoudensprognoses 2019 en de voorgaande jaren, kunt u deze hier downloaden. De ZIP-files bevatten meerdere kaarten rond hetzelfde thema.

2016

2013